Dr S. J. Halbertsma, arts te Rotterdam
Wat overblijft is zijn werk, vastgelegd in officiële berichten en in het afscheidsbericht dat een medisch tijdschrift aan hem wijdde. Het geschenk dat zijn naam in dit verhaal brengt, kennen we uit een krantenverslag van de ochtend waarop het werd overhandigd.
De promotie en het geschenk
Wanneer hij precies promoveerde, weten we niet. Op 17 september 1895 vierde hij dat hij vijfentwintig jaar eerder doctor in de geneeskunde was geworden. Dat plaatst de promotie hoogstwaarschijnlijk rond 1870; zijn Utrechtse proefschrift uit 1869 past daarbij, maar legt de datum niet vast. Het jaarboek noemt 17 september als jubileumdag, terwijl de krant meldt dat zijn patiënten hun geschenk op de ochtend van 18 september aanboden. In de rubriek Stadsnieuws bood een commissie hem een ensemble met een gebeeldhouwde eikenhouten boekenkast van Van Duffelen & Pelt aan, dat het verslag een meesterstuk noemde.
Stadsnieuws. Heden herdenkt de heer dr. S. J. Halbertsma den dag waarop hij vóór vijf en twintig jaren promoveerde. Talrijke bewijzen van belangstelling van verschillende zijden vielen den jubilaris ten deel. Een commissie uit zijne patiënten bood hem van morgen om 9 uur een schitterend geschenk aan met een album dat de namen der gevers bevatte. Het geschenk is een eikenhouten stel, gebeeldhouwd en in elkaar gezet in de werkplaats van de heeren Van Duffelen en Pelt, Haagscheveer 34 alhier, een meesterstuk van meubelfabricatie, dat den vervaardigers tot hooge eer strekt. Daar is allereerst een groote boekenkast, een bovenstuk dat de eigenlijke kast is en een onderstuk, dat een tafel is met diepe laden voor plaatwerken. Dit stuk en de beide anderen, een kleinere boekenkast en een schoorsteenbekleeding, zijn van het mooiste eikenhout en prachtig georneerd. Zoo zijn in de groote boekenkast gebeiteld de hoofden van de professoren Donders, Niemeger en Hidde Halbertsma, in relief gestoken zijn figuren en menschbeeldjes, die te zamen toepasselijke zinnebeeldige voorstellingen geven, elders zijn karakterkoppen gebeeldhouwd. De heer Miedema leverde de modellen voor de verschillende figuren en de heer Fabri heeft het middenplan van 't schoorsteenstuk een imitatie-gobelin heel knap geschilderd. Voor het geheel heeft de heer A. Spoon het ontwerp geleverd. Deze Rotterdammers tezamen, de heeren Van Duffelen en Pelt vooral, hebben den geachten Rotterdamschen geneeskundige een allerfraaist geschenk gemaakt. Namens de commissie, die zich naar de woning van den jubilaris had begeven, werd deze toegesproken door den heer Koch, die hem hulde bracht als kundig en ervaren geneesheer en als mensch en den wensch uitsprak dat hij nog lang voor zijne patiënten en vrienden mocht behouden blijven. Hoe groot de achting is welke ook zijn collega's den kundigen en voorkomenden man toedragen, bewees het geschenk, een prachtvolle pendule met bijbehoorende candelabres in cuivre poli, welke hem een uur later door dr. Klinkert met een toepasselijk woord namens 32 doctoren in de geneeskunde werd aangeboden. Behalve de beide bovengenoemde geschenken, ontving de jubilaris nog van alle zijden tallooze blijken van vriendschap en achting, terwijl den geheelen namiddag talrijke bezoekers in de in een bloementuin herschapen salons de feestvierende familie hunne gelukwenschingen kwamen aanbieden.
Het ensemble was van eikenhout, schreef de krant, gesneden en in elkaar gezet in de werkplaats van de firma aan het Haagscheveer, en het geheel heette een meesterstuk van meubelmakerskunst. De kast en haar lange verdere geschiedenis krijgen .
Een publieke loopbaan
Rond de eeuwwisseling meldde een apothekersweekblad in een eindejaarsbericht zijn benoeming tot plaatsvervangend lid van de provinciale geneeskundige raad voor Zuid-Holland, met ingang van 1 januari 1900.
Een tijd lang zat hij ook in de Rotterdamse gemeenteraad. Het bewaarde bericht legt het einde daarvan vast, niet het begin: het noemt een ontslagbrief van 18 augustus 1907.
Rubriek "Gemeenteraad van Rotterdam. Vergadering van Donderdag 22 Aug. Voorzitter: de heer A. R. Zimmerman, burgemeester." → "Ingekomen stukken": "Van den heer dr. S. J. Halbertsma een schrijven, d.d. 18 Aug. j.l., houdende mededeeling dat hij ontslag neemt als lid van den gemeenteraad. — Notificatie."
De laatste onderscheiding
Bij Koninklijk Besluit van 15 september 1920 werd hij benoemd tot Officier in de Orde van Oranje-Nassau, en de Staatscourant noteerde dat in de kale taal van een lijst met onderscheidingen.
Bladkop: "Nº. 181 — Vrijdag 17 en Zaterdag 18 September — 1920 — NEDERLANDSCHE STAATSCOURANT." Onder "BENOEMINGEN, PENSIOENEN, ENZ." (rechterkolom): "Bij Koninklijk besluit van 15 September 1920 nº. 37 is benoemd tot officier in de orde van Oranje-Nassau dr. S. J. Halbertsma, arts, te Rotterdam."
Drie sobere woorden duiden hem daar aan: arts te Rotterdam.
Het afscheid
Zijn overlijden kennen we uit een collegiaal eerbetoon, niet uit een akte. Een in memoriam in een medisch tijdschrift plaatst het waarschijnlijk op 23 maart 1925 in Rotterdam, na bijna vijftig jaar praktijk. Volgens dat stuk zat hij tweemaal in het hoofdbestuur van de landelijke geneeskundige vereniging en bleef hij waarschijnlijk tot zijn dood actief in de commissie van het ondersteuningsfonds. Omdat de overlijdensakte niet is geraadpleegd, staat de dag zelf niet vast: een eerdere aantekening in dit onderzoek noemde 24 maart. Bijna vijftig jaar was hij arts in Rotterdam, en aan het eind daarvan eerde de staat hem. Zijn gezicht kennen we niet.