16
Hoofdstuk 16 van 31 · 12 min

16Het huis dat zichzelf onderzoekt

2019–heden

In 1899 legden twee jongens hier een steen. Honderdzevenentwintig jaar later kwam een aquarel van een van hen in het huis terecht.

Gerrit van Duffelen, 'De Rijn vanaf de Grebbeberg' (aquarel) — productfoto van het verworven werk, afkomstig van de kunsthandelaarhaffmansantiek.nl · GvD4 · courtesy of HaffmansOpen het origineel ↗

01Een aquarel komt terug

Deze site had een verteller die buiten beeld bleef. Het gebouw is hier op afstand gelezen, als document, maar de mensen die het lezen wonen erin. Giulio C. en zijn partner zijn sinds 1 juli 2019 eigenaar van de benedenwoning, en zij hebben deze site geschreven. Die verteller waren wij, en in dit slothoofdstuk keert het onderzoek zich naar de mensen die het doen.

In augustus 2026 kocht Giulio C., de huidige eigenaar, een klein schilderij. Het is een originele aquarel van Gerrit van Duffelen, die als negenjarige in 1899, samen met de zesjarige Cees Pelt, de eerste steen van het gebouw legde en inmiddels volwassen en schilder was. De Rijn vanaf de Grebbeberg meet tweeëndertig en een halve bij vijftig en een halve centimeter en is rechtsonder gesigneerd. Het werk kwam uit de collectie van een buitenplaats, die van de familie de Beaufort-Clifford Kocq van Breugel op Buitenplaats Bornia in Driebergen. Hoe het daar terechtkwam, is niet meer na te gaan. Er is geen band tussen de schilder en dat huis gevonden, de aquarel toont de Nederrijn zo'n twintig kilometer verderop en niet Rotterdam, en het archief van de buitenplaats ging in de oorlog verloren.

De andere werken die zijn familie nog bezit, in 2026 gefotografeerd, staan in . De hele geschiedenis, van de dijk die de straat nog altijd volgt tot de aquarel aan de muur, staat op volgorde in .

Verdiepende dossiers: ·

02Twee families antwoorden

Een deel van dit werk kon in geen enkel archief worden gedaan, omdat het afhing van mensen die nog leven. In 2026 beantwoordden nazaten van beide oprichtersfamilies onze brieven. Voor dat deel van het onderzoek geldt een harde regel. Dit is een openbare pagina over levende mensen, dus geen enkele levende bijdrager wordt hier bij naam genoemd. Wat privé is aangeleverd, verschijnt alleen als er vastgelegde toestemming is voor precies die naam en dat stuk, en geboortedata, plaatsnamen of contactgegevens staan hier helemaal niet.

Aan de kant van Van Duffelen bezit een kleindochter van de schilder een aantal van zijn schilderijen en etsen, en ook zijn eigen palet, dat los op de markt werd gekocht. In augustus 2026 fotografeerde zij dat palet naast twee van zijn olieverfschilderijen en stuurde de foto voor dit onderzoek op. Die werken, met haar toestemming bijeengebracht en met bronvermelding, zijn de werken in de familiecollectie die hierboven al werd genoemd.

Van de kant van Pelt kwam de enige foto van oprichter Cornelis Pelt die het project heeft. Het is geen portret maar een familiegroep. Op de foto, hoogstwaarschijnlijk gemaakt in 1899, het jaar waarin de fabriek begon, staat Cornelis rechtsboven, met zijn vrouw Jacoba Anna Muijser en hun acht kinderen om hen heen; een van de twee jongens in matrozenpak is Cees, die op zesjarige leeftijd datzelfde jaar, samen met Gerrit van Duffelen, de eerste steen van het gebouw had gelegd .

De familie Pelt, hoogstwaarschijnlijk in 1899: Cornelis Pelt rechtsboven, zijn vrouw Jacoba Anna Muijser en hun acht kinderen; de jongen in matrozenpak is Cees, die dat jaar de eerste steen van de fabriek le…Private collection (familie Eland-Pelt) · pelt_family_murk_eland · Collectie familie Eland-Pelt (via Murk Arend Eland)Geen online kopie: er is geen openbare permalink vastgelegd

Zijn nakomelingen zijn te volgen tot een levende generatie, al is het spoor niet overal even sterk: de vroege schakels staan in de burgerlijke stand, de laatste niet. Cees Pelt was de zoon van Cornelis Pelt, en dat is gedocumenteerd.

Willemien Pelt, die in 2022 overleed, werd bij de lintjesregen van 1998 Ridder in de Orde van Oranje-Nassau voor haar bestuurswerk in de Nederlandse Hervormde Kerk, en zij trouwde met een lid van de familie Eland. Zonder vastgelegde toestemming blijven de levende nazaten na haar hier naamloos en heten zij alleen haar familie. volgt die lijn voor zover die verantwoord te reconstrueren is, en zet rij voor rij de familiebanden en bedrijfsopvolgingen op een rij, van Van Duffelen & Pelt via Beens tot Van Duyn.

Verdiepende dossiers: ·

03De niet-gedigitaliseerde fabriek

Eén keer is de fabriek wel aan het werk te zien. Eind 1906 bezocht een vakblad de hoek, en in januari 1907 drukte het foto's af van de werkplaatsen: de machinale houtbewerking, de meubelmakerswerkplaats waar zo'n twintig man aan hun banken werkten, en de stoffeerderij. Eén gasmotor van 13 pk dreef al het gereedschap aan. volgt dat bezoek pagina voor pagina. Het is onze volledigste blik op de fabriek. Geen enkel tot nu toe gelezen document laat de fabriek zien in de jaren daarna, onder Beens of Van Duyn, of geeft het formele verslag dat een werkplaats met een krachtbron achterlaat: de vergunning, de lijst van machines, de plattegrond van elke verdieping. Bij dat gemis eindigt de site.

Een deel van het antwoord is een heldere afwezigheid. De Rotterdamse bekendmakingen op grond van de Hinderwet, die een werkplaats met aangedreven machines moest laten publiceren, komen in de gedigitaliseerde pers voor de Rochussenstraat volop voor: de nummers 14, 49 en 51, nummer 78 voor de fabriek van Unilever en haar vijftien elektromotoren, nummer 107 voor de meubelfabriek van Breedveld. Een systematische zoektocht leverde voor nummer 169 niets op, onder geen van de namen van de bedrijven die er zaten. Omdat deze berichten voor dezelfde straat en dezelfde jaren gewoon geïndexeerd zijn, zegt die stilte iets, al is ze door slecht drukwerk en onvolledige dekking geen sluitend bewijs.

De rest ligt in een archief dat wel gevonden is maar dicht blijft. De Hinderwet-serie waarin een eventueel vergunningsdossier voor de hoek zou zitten, is bewaard in het Stadsarchief Rotterdam, in twee afzonderlijke reeksen met daartussen een hiaat dat geen enkele serie opvult. Er is daarin nog geen vermelding voor nummer 169 gelezen, dus of er ooit een dossier is aangelegd, staat nog niet vast. De jaren van de oprichtersfirma, van de opening van de fabriek in 1901 tot 1917, vallen in de eerste reeks, waar zo'n dossier, als het bestaat, zou liggen te wachten. De jaren van Beens en Van Duyn na 1918 vallen in het hiaat, een stuk administratie dat het archief nooit heeft bewaard. Wat er nog is, is niet gescand en niet online ontsloten, en is alleen in de leeszaal in te zien. Een dossier van deze soort is, als het bewaard is gebleven, het type stuk met een inventaris van machines, een plattegrond van de werkplaats en de bezwaren van de buren erin: de formele tegenhanger van wat de bezoekers van 1907 zagen.

laat zien wat dat ongelezen dossier nog zou kunnen toevoegen, en zet het tussen alles wat nog openstaat.

Hier stopt het verhaal en begint het bronnenapparaat. Vanaf hier brengt het Archief alles bijeen wat in deze vier tijdperken is genoemd, elke bron, afbeelding, persoon en nog openstaande onderzoeksvraag, met de Methodologie ernaast om te laten zien hoe elke regel is gevonden, gecontroleerd en geschreven.

Verdiepende dossiers: · ·