01Van Meubelmakers tot FABRIEKEN
Leg de advertenties van de hoek naast elkaar, over een reeks bedrijven en bijna een hele eeuw, en de bedrijven gaan op één bedrijf lijken. Ze delen een huisstijl die aan het adres vastzit, en het eerste teken daarvan is een aanspraak op eigen productie die met de jaren luider wordt in plaats van weg te ebben. Meubelmakers en Stoffeerders wordt Meubelfabrikanten en daarna het kale, in kapitalen gezette FABRIEKEN, afgedrukt bij dat ene adres.
Onder die verschuivende aanspraak bleven drie woorden staan. Meubelen, Stoffen, Tapijten keert vrijwel woordelijk terug van Furnishco in juli 1936 tot J. A. van Duyn in oktober 1939, in dezelfde volgorde en over een wisseling van eigenaar heen. Furnishco en Van Duyn legden allebei ook de nadruk op ENGROS. Dat woord gaat over de prijs en over hoe de waren verkocht werden. Het is dus een aparte claim en geen volgende sport op de ladder van het makerschap. Vier van deze displayadvertenties zijn bewaard als gedateerde afbeeldingen in hun eigen typografie: Van Duffelen & Pelt in 1909 en 1910, Beens' Woninginrichting in 1926 en Van Duyn in 1939.
De laatste huurder volgde hetzelfde patroon. Van Duyn adverteerde in 1964 gewoon als Fa. J. A. van Duyn, zette er vanaf 1967 Woninginrichting bij, noemde zich in januari 1969 Interieurverzorging en was in december van dat jaar uitgekomen bij Meubelen en Tapijten. In een eigen personeelsbericht uit 1978 noemde de firma zich Woninginrichting en Scheepsstoffering. De aanspraak op het maken was dus meer dan heimwee naar een allang verdwenen fabriek. Dankzij de stoffering, de scheepsinrichting en een zelfstandige meubelmakerswerkplaats op de bovenverdieping werd hier naast de verkoop ook nog iets gemaakt .
Verdiepende dossiers: Geen
02Telefoon 30047
Een telefoonnummer gaf de hoek de continuïteit die de bedrijven niet konden geven. Het vroegst bekende nummer op nummer 169 had twee cijfers: 47, afgedrukt op 6 april 1903 voor de fabriek van Van Duffelen & Pelt bij de 's Gravendijkwal, samen met 3341 voor de toonkamer in de binnenstad. In 1929 was het 30047, en dat bleef zo, wat de voorgevel ook over het pand vertelde. Dat jaar stond het op naam van de N.V. Continental Carpet and Furnishing Company. In de jaren dertig ging het met het pand over naar Furnishco, en vanaf 1938 was het van J. A. van Duyn. Toen Van Reeuwijk in mei 1940 zijn noodtoonkamers opende, drukte de firma 30047 af als het nummer van de nieuwe toonkamer. Het was de lijn van het pand, op de hoek geregistreerd voordat het van een afzonderlijke huurder was.
Pas laat veranderde het nummer, eerst in 254992 en daarna in 762833, dat in de opheffingsadvertentie van 1987 als 010-4762833 stond. Alleen in de uitgaansjaren brak de lijn. Een webpagina van Dodorama, vastgelegd op 11 mei 2000, geeft een heel ander contactblok, 010-476 22 90 en 476 71 59, zonder dat er een verband is gevonden met het nummer uit de meubeltijd. Maar het grootste deel van de eeuw rinkelde op deze hoek steeds dezelfde lijn, welk bedrijf het pand ook had, en volgt die lijn van begin tot eind.
Verdiepende dossiers:
03Meubelmakers gevraagd, 1900 tot 1974
Wat er binnen gebeurde, blijkt het best uit de advertenties waarin het gebouw mensen zocht om het werk te doen. Bij elkaar genomen beslaan de personeelsadvertenties van de hoek vierenzeventig jaar. Er werden MEUBELMAKERS gevraagd vanaf juni 1900 en nog in 1974, STOFFEERDERS vanaf 1900, en vanaf 1905 halfwassen en een machinaal houtbewerker. Op 1 juli 1907 vroeg Van Duffelen & Pelt om een meubelmakersjongen en een stoffeerdersjongen. In januari 1910 zocht de firma een Jongen voor de Meubelmakerij, en in januari 1918 zocht ze nog steeds halfwassen stoelenmakers. Twee generaties later, in maart 1968, zocht Van Duyn een kantoorkracht voor de administratie en de telefoon. In maart 1977 vroeg de firma een stoffeerder, die inmiddels een rijbewijs moest hebben.
Achter die vacatures stond een georganiseerde beroepsgroep. Rotterdam had in 1907 drie meubelmakersbonden: het christelijke Helpt Elkander, de vereniging De Toekomst en het rooms-katholieke gilde St. Jozeph. Ze waren het oneens over de manier om de werkdag te verkorten, en in januari van dat jaar stuurden twee van hen de eis per circulaire naar de werkgevers. De landelijke bond daarachter werd waarschijnlijk in 1871 opgericht en was achtereenvolgens aangesloten bij de liberale, syndicalistische en sociaaldemocratische federaties voordat hij in 1907 een NVV-bond was. Dat verloop is ontleend aan vakbondsgeschiedenissen en niet aan de eigen boeken van de bond, en geldt daarom als waarschijnlijk. In 1927 tekenden vijf organisaties de cao van het vak, twee van werkgevers en drie van werknemers, en de christelijke zat in Rotterdam. Eén keer legde de vakbeweging hier het werk stil, bij de stadsbrede meubelstaking van maart 1923. N.V. Beens' Woninginrichting, waarvan de fabriek op nummer 169 stond, werd genoemd onder de getroffen werkgevers, en vertelt over die dag.
Bij elkaar genomen corrigeren deze advertenties wat de titels van de tijdperken een lezer zouden kunnen doen denken. Het maken hield op deze hoek nooit helemaal op. Het was alleen niet meer de hoofdzaak. Van Duyns laatste advertentie was een opheffingsuitverkoop, en daarna ging het licht van de meubelhandel hier uit. Enkele jaren later deed een heel ander vak het licht weer aan, en daar begint het volgende deel.
Verdiepende dossiers: