01Modelhuis, met een bovenzaal
In de laatste anderhalf jaar van de oorlog groeide een Rotterdamse meubelfirma uit tot een concern. N.V. Beens' Woninginrichting-Maatschappij werd in 1918 opgericht, met één directeur, de koopman H. P. Beens, en drie commissarissen boven hem. Het maatschappelijk kapitaal van een half miljoen gulden was verdeeld in tien series, en alleen de eerste drie waren geplaatst en volgestort. In april opende de firma een toonzaal aan de Coolsingel. Het katholieke dagblad De Maasbode sprak niet van een gewoon meubelmagazijn, maar van een modelhuis van fijne kunstzinnige woninginrichting. Er lagen Perzische tapijten, er stonden volledig ingerichte kamers, en in die kamers hingen schilderijen.
Het was de eerste van een reeks toonzalen aan de Coolsingel die de firma tijdens haar groei in gebruik had. In juni adverteerde ze al met een bovenzaal, waar zo'n vijftig schilderijen van met name genoemde Nederlandse meesters hingen, een episode die is.
Eind 1918 had Beens zich ook verbonden met Kam & Van Rhijn uit Schiedam. De overgebleven firmant daar, Marius Adrianus van Rhijn, was net op zijn vierenveertigste overleden. De twee firma's plaatsten samen een rouwadvertentie, en H. P. Beens noemde hem een collega en vriend. Op 1 januari 1920 sloot de winkel in Schiedam en verhuisde naar het adres van Beens aan de Coolsingel. Eén voorwerp van de Schiedamse firma zegt meer dan haar juridische geschiedenis. De Exportkist, volgens de firma een eigen uitvinding, was een pakkist die tegelijk het onderstel van een bed vormde. Ze mat 1,85 bij 0,85 bij 0,80 meter en bevatte een complete eenpersoonskamer, opgevouwen in haar eigen kist. Volgens de vakpers ging er een naar een Nederlandse correspondent in Indië en vroeg een klant in Stockholm om een tweede.
De kist past bij wat Beens aan het worden was: een firma die groot genoeg was om in één keer een heel leven in te richten, en groot genoeg om de zaken over te nemen die vóór haar levens hadden ingericht. volgt hoe het de maker later verging.
Verdiepende dossiers: ·
02De wisseling, één keer afgedrukt
Maar één jaargang van het adresboek legt vast hoe het concern de fabriek overnam. De stratenlijst van 1920 zet de nieuwkomer en de oude firma onder elkaar: eerst Beens' Woninginricht. Mij., N.V. op 169a-c, dan Duffelen & Pelt, fa. van op 169, en dan de twee oprichters, die nog boven de fabriek woonden: G. J. van Duffelen op 169b en Cornelis Pelt op 169c. Op die ene bladzijde staan de nieuwe huurder, de oude firma en de twee mannen die het pand hadden gebouwd. Een jaar later had Beens ook de vierde eenheid, 169d. Weer een jaar later is de regel van Cornelis Pelt weg, en die komt niet meer terug. Wie er jaar na jaar in elk deel woonde en werkte, staat in .
De firma die het huis had gebouwd, verdween niet zozeer: haar naam werd een van de namen waaronder het concern handelde. In september 1922 dreef Van Duffelen & Pelt handel als onderdeel van het Beens-concern, vermeld in de gezamenlijke toonzaal aan Coolsingel 49, naast Kam & Van Rhijn.
Een telefoonnummer maakt de verbinding zichtbaar. Het oude nummer van Van Duffelen & Pelt aan de Rochussenstraat, 47, stond bij die toonzaal aan de Coolsingel: het nummer van de bouwers was meegegaan naar het concern dat hun fabriek overnam. Hoe een nummer van de ene firma op de andere kon overgaan, is .
Verdiepende dossiers: ·
03Fabrieken: Rochussenstraat 169
Voor het concern was de hoek de fabriek. De advertentie in het adresboek van 1926, de afbeelding boven dit hoofdstuk, noemt drie panden: toonzalen aan de Coolsingel, een kantoor aan de Nieuwe Kerkstraat en Fabrieken: Rochussenstraat 169. Uit dezelfde vermeldingen blijkt hoe de familie het werk verdeelde. H. P. Beens was directeur van de toonzalen in het centrum, zijn broer F. J. Beens procuratiehouder bij de fabriek. De jongere broer leidde de toonzalen, de oudere tekende voor de fabriek. De firma's op de hoek voerden onder steeds een andere naam dezelfde claim als fabrikant, en volgt die claim.
In de eerste helft van het decennium draaide de fabriek gewoon als meubelfabriek, gedocumenteerd van januari 1921 tot ten minste april 1925 . De vroegst gedateerde advertentie is rechtstreeks gericht aan de Fabriek Rochussenstraat 169.
Er werd meer gemaakt dan voorraadmeubels. Een paar jaar lang noemde de Rotterdamse pers Beens bij de interieurbouwers van de betere opdrachten in de stad. Eerst Restaurant Hasenkamp in 1919, in gesneden eiken. Dan, in 1921, het Cinema Palace, gemoderniseerd naar ontwerp van architect S. C. van der Vlugt met de decoratieve kunstenaars Jaap en Jan Gidding; Beens leverde de nieuwe inrichting. In 1926 volgde de herbouwde Tivoli-schouwburg, in teak en rode moquette.
Eén particuliere bestelling is buiten de kranten bewaard gebleven, in het archief van een Zeeuwse familie. De inventaris beschrijft een brief van Beens uit 1926 die een bestelling van vijf fauteuils en een tafel zou bevestigen, met een tekening. De brief zelf is niet gelezen. Het bedrijf dat dit alles bezat, heeft .
Verdiepende dossiers: ·
04Beens' Comité voor noodlijdend Weenen
Op zakenreizen naar Wenen begin jaren twintig was H. P. Beens geschrokken van de armoede onder de intellectuelen en gepensioneerden van de stad. Op 11 december 1922 meldde Het Vaderland dat hij een hulpcomité voor hen had opgericht, Beens' Comité voor noodlijdend Weenen, dat met een loterij geld zou inzamelen. Het plan was groot: vijfentwintigduizend loten van vijf gulden, goed voor een gehoopte ƒ 125.000. Daartegenover stond voor vijftigduizend gulden aan prijzen, goedkoop ingekocht dankzij de ingestorte Oostenrijkse wisselkoers en tentoongesteld in de zalen van de firma aan de Coolsingel.
De loten verkochten slecht. De trekking schoof op van vóór Kerstmis naar de middag van 22 januari 1923, in het Notarishuis in Rotterdam. Van de vijfentwintigduizend loten waren er maar zo'n zevenduizend geplaatst, dus werden er tweehonderdvijftig prijzen getrokken in plaats van de hele lijst. De prijzenlijst doet denken aan de eigen toonzaal van de firma: bovenaan een notenhouten eetkamer, dan een cassette tafelzilver en een Hupfeld Phonola-pianola, en verderop de schilderijen, waaronder een Koekkoek.
Het doel werd niet gehaald, maar er werd getrokken en er kwam hulp. Vóór de trekking was al tienduizend gulden in Wenen aangekomen. Zeven weken later legden de mannen in de fabriek het werk neer. De firma waarvan de zalen en de voorraad aan de Coolsingel achter de loterij stonden, heeft , en het latere leven van de directeur is .
Verdiepende dossiers: ·
05In staking, 12 maart 1923
Op de ochtend van 12 maart 1923 gingen de Rotterdamse meubelmakers en stoffeerders in staking, op advies van de drie samenwerkende bonden, en de branche lag vrijwel geheel stil. N.V. Beens' Woninginrichting stond bij de ongeveer vijftien bedrijven waar gestaakt werd, en haar enige fabriek was die aan de Rochussenstraat 169.
Die ochtend legden in de hele branche meer dan tweehonderdvijftig man het werk neer. De volgende dag kwamen de werkgevers met voorwaarden: drie maanden tien procent minder loon en de drie maanden daarna nog eens tien procent, en een werkweek van achtenveertig in plaats van vijfenveertig uur. De stakers weigerden, en vijf weken lag de fabriek stil. Op 11 april stemden de stakers in afzonderlijke vergaderingen schriftelijk in met nieuwe voorwaarden, en op maandag 16 april werd het werk hervat. De regeling hield het bij één loonsverlaging van tien procent en de werkweek van achtenveertig uur, voegde twintig procent overwerktoeslag toe en legde het contract voor een jaar vast, zonder represailles.
Twee kleinere bronnen, allebei van voordat de firma op deze hoek zat, plaatsen de staking in een breder kader: een bedrijfsvakantie in 1918, en een avond in 1920 waarop haar stoffeerders tot elf uur 's avonds aan het werk bleken. Beide staan in , en elke functie waarvoor het adres ooit adverteerde, staat in .
Verdiepende dossiers: ·
06Drie tekenen, één ineenstorting
Het einde kwam als drie tekenen binnen dezelfde twaalf maanden, die allemaal dezelfde kant op wezen. Eerst stuurde het bedrijf aan op zijn eigen opheffing. Een liquidatievoorstel ging naar een buitengewone aandeelhoudersvergadering die in november 1926 werd aangekondigd, en de hele winter en het voorjaar liepen er opheffingsuitverkopen. Toen stond ook de toonzaal zelf op de tocht. Half april 1927 meldde de Rotterdamse pers dat Coolsingel 103 zou worden verbouwd tot café-restaurant: de winkel waar de firma toen nog gevestigd was.
Tot slot verdween H. P. Beens zelf uit het adresboek. In 1926 had de vermelding van de firma nog een regel voor de directeur, zijn huisadres en zijn advertentie. In de jaargang 1927 zijn alle drie tegelijk weg, terwijl zijn broer F. J. Beens als procuratiehouder op de hoek blijft. Het is een afwezigheid en geen vastgelegd vertrek, maar ze markeert waarschijnlijk zijn vertrek uit de firma.
Datzelfde jaar stond het bedrijf voor de rechter. Een vonnis in de Nederlandsche Staatscourant van 28 november 1927 laat zien dat het procedeerde tegen de Berlijnse firma Markgraf & Tau over een schuld in Duitse marken uit 1922. Mocht die worden afgelost in de ingestorte marken van na de inflatie, of moest ze tegen de oude goudwaarde van de mark worden voldaan?
Door dat alles heen bleef de naam Beens op het adres staan. De namenlijsten voor de jaren die eerst leeg waren, zetten F. J. Beens, als procuratiehouder, in 1925 op 169a en in 1926, en in 1927 op 169c, terwijl de fabriek op 169d zat en daarna op 169b. Vanaf 12 augustus 1927 stond het eigen huishouden van H. P. Beens ingeschreven op 169b, terwijl het bedrijf uit elkaar viel. De liquidatie liep door tot in 1928, met een veiling van de eigen voorraad; die en de verkoop van de schilderijen vormen .
Verdiepende dossiers:
07Teddington en het eerste motel
Kort, en voorbij het einde van dit tijdperk: waar de twee mannen bleven. Met het bedrijf viel de fabriek niet stil. Terwijl de oude firma werd geliquideerd, leidde H. P. Beens vanaf dezelfde hoek al een tapijtonderneming, en binnen anderhalf jaar had F. J. Beens een eigen opvolger in de woninginrichting opgericht. De fabriek van het bedrijf lag stil; de hoek niet.
H. P. Beens vertrok in 1931. Op 3 augustus van dat jaar werd het gezin uitgeschreven uit het Rotterdamse register, vertrokken naar Teddington, een voorstad van Londen, hij met zijn vrouw en twee zoons. Hij kwam terug en probeerde het in de textielhandel, daarna in hotels. Een H. P. Beens werd in 1955 en 1956 genoemd als exploitant van Motel Hoornwijck bij Ypenburg, hoogstwaarschijnlijk dezelfde man, al geeft de pers alleen de initialen. Het motel was vermoedelijk het eerste van Nederland. Hij overleed op 27 december 1966 in Voorburg, eenenzeventig jaar oud, in de akte vermeld als fabrikant.
Naar zijn broer hebben we het langst moeten zoeken. F. J. Beens overleefde de firma een halve eeuw: hij overleed op 3 januari 1980 in Heemstede, zesentachtig jaar oud, en staat niet in het landelijke overlijdensregister. De rest van het verhaal van de twee mannen staat aan het slot van .
De fabriek zelf bleef gewild. De ruimten zouden weer vollopen met een tapijtbedrijf onder een bekende directeur, en nog een halve eeuw werd op dit adres geadverteerd voor meubelmakers, stoffeerders en scheepsinrichters. De ineenstorting maakte een einde aan het bedrijf, niet aan de hoek. Maar eerst eindigt dit tijdperk, in het volgende hoofdstuk, met een van de twee jongens die de eerste steen van het gebouw legden, inmiddels kunstschilder geworden.
Verdiepende dossiers: