De gebeeldhouwde eiken boekenkast en waar die terechtkwam
Op 18 september 1895 beschreef een krant uitvoerig een meubelstuk waarvan vastligt dat de firma het maakte, op precies de dag dat het werd overhandigd. Het ging om een gebeeldhouwd eikenhouten ensemble met boekenkast, een geschenk aan de Rotterdamse arts bij zijn doctoraatsjubileum. In een Nederlandse museumcollectie heeft niemand het teruggevonden. Hoe het gemaakt werd, is in een paar regels verteld; waar het daarna bleef, is de langere en vreemdere helft van het verhaal.
Wat het was
Het ensemble kwam uit de werkplaats van de firma aan het Haagscheveer, en het bericht van die dag noemde het een meesterstuk van meubelfabricatie. Vanaf die ochtend volgt dit verhaal het object.
Stadsnieuws. Heden herdenkt de heer dr. S. J. Halbertsma den dag waarop hij vóór vijf en twintig jaren promoveerde. Talrijke bewijzen van belangstelling van verschillende zijden vielen den jubilaris ten deel. Een commissie uit zijne patiënten bood hem van morgen om 9 uur een schitterend geschenk aan met een album dat de namen der gevers bevatte. Het geschenk is een eikenhouten stel, gebeeldhouwd en in elkaar gezet in de werkplaats van de heeren Van Duffelen en Pelt, Haagscheveer 34 alhier, een meesterstuk van meubelfabricatie, dat den vervaardigers tot hooge eer strekt. Daar is allereerst een groote boekenkast, een bovenstuk dat de eigenlijke kast is en een onderstuk, dat een tafel is met diepe laden voor plaatwerken. Dit stuk en de beide anderen, een kleinere boekenkast en een schoorsteenbekleeding, zijn van het mooiste eikenhout en prachtig georneerd. Zoo zijn in de groote boekenkast gebeiteld de hoofden van de professoren Donders, Niemeger en Hidde Halbertsma, in relief gestoken zijn figuren en menschbeeldjes, die te zamen toepasselijke zinnebeeldige voorstellingen geven, elders zijn karakterkoppen gebeeldhouwd. De heer Miedema leverde de modellen voor de verschillende figuren en de heer Fabri heeft het middenplan van 't schoorsteenstuk een imitatie-gobelin heel knap geschilderd. Voor het geheel heeft de heer A. Spoon het ontwerp geleverd. Deze Rotterdammers tezamen, de heeren Van Duffelen en Pelt vooral, hebben den geachten Rotterdamschen geneeskundige een allerfraaist geschenk gemaakt. Namens de commissie, die zich naar de woning van den jubilaris had begeven, werd deze toegesproken door den heer Koch, die hem hulde bracht als kundig en ervaren geneesheer en als mensch en den wensch uitsprak dat hij nog lang voor zijne patiënten en vrienden mocht behouden blijven. Hoe groot de achting is welke ook zijn collega's den kundigen en voorkomenden man toedragen, bewees het geschenk, een prachtvolle pendule met bijbehoorende candelabres in cuivre poli, welke hem een uur later door dr. Klinkert met een toepasselijk woord namens 32 doctoren in de geneeskunde werd aangeboden. Behalve de beide bovengenoemde geschenken, ontving de jubilaris nog van alle zijden tallooze blijken van vriendschap en achting, terwijl den geheelen namiddag talrijke bezoekers in de in een bloementuin herschapen salons de feestvierende familie hunne gelukwenschingen kwamen aanbieden.
Het waren meerdere stukken. Het bericht beschrijft een grote boekenkast in twee delen: bovenaan de kast zelf, en daaronder een tafel met diepe laden voor plaatwerken. Daarnaast stonden een kleinere boekenkast en een schoorsteenbekleding. In het eikenhout van de grote kast waren de hoofden van de hoogleraren Donders, Niemeger (zo gedrukt) en Hidde Halbertsma uitgebeiteld. Het bericht zegt niet hoe, en ook niet of de laatste van hen familie was van de arts. Figuren en menselijke beeldjes waren in reliëf gesneden, met elders symbolische voorstellingen en karakterkoppen.
Er worden drie makers genoemd, alle drie bekende namen in de Rotterdamse kunstnijverheid. Arij Spoon, die ornamentiek doceerde aan de Rotterdamse Academie, tekende het ontwerp. De beeldhouwer Simon Miedema modelleerde de gesneden figuren, en Willem Adrianus Fabri schilderde het imitatiegobelinpaneel op de schoorsteenmantel. Van Miedema is een portret bewaard gebleven.
Hij leverde de modellen voor de gesneden figuren van de kast.
Door de familie heen
Vanaf 1895 loopt het spoor door het huishouden van de arts, en elke schakel valt te volgen en op zijn stevigheid te beoordelen. De vervaardiging is gedocumenteerd, en de schenking aan dr. Halbertsma ook. Daarna wordt het bewijs minder stevig. De kast ging hoogstwaarschijnlijk over op zijn dochter Esther Halbertsma, bij wie het enige gedocumenteerde spoor naar een instelling begint. Die stap steunt op een onderzoeksessay van het museum zelf, niet op een aanwinstenregistratie: waarschijnlijk, maar niet bewezen.
Esther trouwde in een familie die ertoe deed voor de Rotterdamse collecties. Haar man, Johannes Baptista Crol, was via zijn moeder Sara van Stolk een kleinzoon van Abraham van Stolk, de oprichter van de Atlas van Stolk.
De schenking van 1940 en de grens
Volgens later onderzoek van het museum zelf schonk zij in 1940 waarschijnlijk meerdere werken aan Museum Boijmans.
Of ze überhaupt meubels schonk, weten we niet.
De duidelijkste uitkomst van de zoektocht wijst de andere kant op. In geen enkele Nederlandse museumcollectie is een fysiek stuk gecatalogiseerd dat aan de firma kan worden toegeschreven.
De uitvoerige beschrijving hier komt uit het krantenverslag van de overhandiging.