Drie huishoudens aan de Rochussenstraat in het ERR-register
De Möbelaktion, letterlijk de ‘meubelactie’, hoorde bij het apparaat waarmee de bezetter de woningen van gedeporteerde en ondergedoken Joden leeghaalde: de inboedel werd geïnventariseerd en naar Duitsland gestuurd. In Rotterdam zijn de registers van de Einsatzstab Reichsleiter Rosenberg, de ERR, alfabetisch op straat geordend. Wie hun gestructureerde index doorzoekt, vindt drie vermeldingen van de Rochussenstraat uit 1942.
Drie huishoudens, opgenomen in 1942
Alle drie de vermeldingen stammen uit de nazomer of het najaar van 1942. Op 17 augustus noemt het veld Ambtenaren bij nr. 177 G. v.d. Laan en H. Waalewijn, naast Joseph Olman, een huishouden van twee personen, met de aantekening "Olman wohnte mobiliert, hat nur Kleider und Leibwäsche": Olman woonde gemeubileerd en heeft alleen kleding en ondergoed. Op 11 november staan in hetzelfde veld bij nr. 67b H. Wilms en B. v.d. Puyl, naast Bertha Sara Levy-Mai: "Bertha Sara Levy-Mai besitzt nur Kleider und Wäsche", Bertha Sara Levy-Mai bezit alleen kleding en linnengoed. Op 25 november staan er bij nr. 345a A. Wagenaar en J. Pelser, naast N. v. Amerongen, met "Besitzt nur Leibwäsche und Kleider. Ist nicht evakuiert.": bezit alleen ondergoed en kleding; is niet geëvacueerd.
Elders in de straat, op nr. 77, had Abraham Tuschinski gewoond voordat hij in september 1942 naar Westerbork werd gedeporteerd; diezelfde maand stierf hij in Auschwitz.
Een opname uit 1937–40 in de Beeldbank van het Stadsarchief Rotterdam toont van enige afstand de Rochussenstraat bij de hoek met de 's-Gravendijkwal. De rechten staan als voorbehouden geregistreerd en voor publicatie is toestemming nodig, dus de foto is hier niet opgenomen.
Nr. 169 staat er niet tussen
De doorzoekbare index geeft drie resultaten voor de Rochussenstraat, en nr. 169 is er niet bij; het dichtstbij komt de vermelding van Joseph Olman op nr. 177. Dat laat alleen zien dat het adres in het vastgelegde zoekresultaat ontbreekt. Waarom, zegt het niet, en over alle bladzijden van het register van 366 pagina's, dat niet bladzijde voor bladzijde is gelezen, zegt het niets.
Nr. 169 was meer dan een winkel. Het huishouden van Johan Andries van Duijn woonde sinds december 1931 op 169b. Rond de jaarwisseling van 1942 op 1943 zocht Mevr. van Duijn van de Rochussenstraat 169 per advertentie een dienstbode; in oktober 1943 adverteerde ze opnieuw, nu voor een inwonende dienstbode en een werkster tegelijk. Beide advertenties vermeldden het nummer 30047 van de hoek:
Tijdens de bezetting zocht een huishouden op dit adres dus gewoon in de krant naar huishoudelijke hulp.
De bedrijven en de nuluitkomst
De hoek roept nog een tweede vraag op, die een eigen antwoord nodig heeft. Voor het ontruimen van woningen en het opslaan van de goederen leunde de Möbelaktion op verhuis- en opslagbedrijven. Fa. J. A. van Duyn dreef de hele bezetting door handel vanaf nr. 169. Nadat het bombardement van 14 mei 1940 de winkel van P. van Reeuwijk in het stadscentrum had verwoest, opende de Maatschappij voor Woninginrichting van het bedrijf op 23 mei 1940 tijdelijke showrooms op nr. 169. Het nieuwe noodmagazijn aan de Nieuwe Binnenweg ging in september open, maar een bericht van december gaf nog altijd nr. 169 op als kantoor van het bedrijf, en wanneer de winkelfunctie op de hoek ophield, valt uit de bronnen niet op te maken . Werkte een van beide bedrijven mee aan het afvoeren of opslaan van goederen voor de Möbelaktion?
Bij een afgebakende vastlegging van de NIOD-index zijn geselecteerde getranscribeerde velden in alle vier Rotterdamse inventarissen doorzocht. Vier geïndexeerde ontvangstbewijzen noemen in hun opmerkingen een opslagbedrijf: Kooyman tweemaal, Hollander en Muntinga elk eenmaal. Bij Kooyman en Muntinga staat Nieuwe Haven 145, maar de ene keer in Rotterdam en de andere keer in Schiedam; bij Hollander staat geen adres. Van Duyn en Van Reeuwijk komen in deze vier ontvangstbewijzen niet voor.
Zoeken op de namen Duyn en Reeuwijk leverde in geen van de vier inventarisindexen iets op. Die nullen gelden alleen voor geselecteerde doorzoekbare velden; ze bewijzen niet dat de namen op geen enkele onderliggende pagina staan. De registervermeldingen noemen personen onder Ambtenaren, maar uit de geïndexeerde tekst blijkt niet dat zij gemeenteambtenaar waren, en de namen maken niet duidelijk welke verhuisbedrijven het vervoer uitvoerden. Ook een vastgelegde zoekactie in Delpher, met de bedrijfsnamen naast termen als roofgoed, jodenvervolging, Liro en inboedel, leverde niets relevants op.
De zoekactie in de vervoerdersindex en de resultaten ervan zijn hier vastgelegd:
Over een van de twee bedrijven bestaat een andere oorlogsvraag, die hier los van moet blijven. Op 2 augustus 1945 meldde Het Parool dat drie directeuren van P. van Reeuwijk tot nader onderzoek waren aangehouden, vanwege een verdenking van collaboratie die het bericht aan het bedrijf koppelde. Een vastgelegde zoekactie in de gedigitaliseerde pers van 1945–49 leverde geen later bericht op waaruit de afloop van het onderzoek blijkt. Latere berichten laten zien dat het bedrijf handel dreef en dividend uitkeerde, maar ze stellen de afloop niet vast en sluiten ook niet uit dat het bedrijf onder beheer werd gesteld zonder dat daarover werd bericht. Het bericht meldt een verdenking, geen vaststelling. De zoekactie in de pers betreft bovendien een algemene vraag over collaboratie, niet de vraag wie goederen vervoerde voor de Möbelaktion, en wordt besproken in .
Wat overblijft is een nulresultaat, geen oordeel.