Hoe elk document wordt gelezen
Documenten lezen zichzelf niet, en ze worden ook niet allemaal op dezelfde manier gelezen. Vaak wordt een document eerst omgezet in een eenvoudige, gestructureerde vorm waar een machine doorheen kan zonder te struikelen over de opmaak van het origineel. Daarna bepaalt het soort document hoe het wordt gelezen.
Gedrukte pagina's en tabellen worden automatisch getranscribeerd. Foto's, tekeningen en kaarten worden automatisch beschreven, zodat vastligt wat erop te zien is, ook de woorden die erin zichtbaar zijn. Geen van beide uitkomsten geldt als definitief of volledig. Waar een bewering op een automatische transcriptie leunt, wordt die naast de scan gelegd. Een automatische beschrijving is in de eerste plaats een zoekhulp: de personen, plaatsen, datums en teksten die ze noemt, moeten aan de bron worden getoetst voordat ze worden gebruikt, want een machine die zeker van zijn zaak is, kan er even zeker naast zitten.
Voor handschrift geldt een strengere regel. Een automatische lezing mag aanwijzen waar op een pagina het gezochte handschrift staat, maar een waarde waarop een bewering gaat steunen, wordt nooit overgenomen uit één automatische lezing van het handschrift. Zulke waarden gaan door de onafhankelijke dubbele lezing die wordt beschreven in . Twee lezers van verschillend fabricaat lezen de uitsnede zonder voorkennis. Een van hen is van het project zelf; die legt daarna beide antwoorden naast de scan en stelt de waarde vast.
De laatste manier van lezen doorzoekt de hele collectie op documenten die iets zeggen over een vraag. Daarbij worden twee rangschikkingen samengevoegd: een op overeenkomst met de woorden van de zoekvraag en een op overeenkomst met de betekenis ervan. Beide draaien lokaal, volgens de vastgelegde zoekroute. Is de semantische index verouderd, dan moet de zoekactie worden afgebroken in plaats van stilletjes oude rangschikkingen terug te geven.
Documenten worden gelezen door externe diensten, niet door een machine in het gebouw: de transcriptie van drukwerk en de beschrijving van beelden gebeuren elders, en bij het nalezen van handschrift zijn meerdere lezers betrokken, van wie minstens één een externe dienst is. Het doorzoeken van de collectie draait daarentegen volledig op de eigen machines van het project, zowel het zoeken op woorden als de semantische embeddings. Waar elke lezing plaatsvond, en of er materiaal naar buiten ging of hier bleef, wordt vermeld en telt mee in de beoordeling.
Het manifest noemt ook mogelijkheden voor een tweede mening, beeldopschaling en beeldgeneratie, maar markeert die als aangesloten, niet als onderdeel van een werkwijze. Dat ze in de configuratie staan, bewijst niet dat ze ooit zijn gebruikt bij een bron of bij iets wat is aanvaard.