◆ DOSSIER
Open vraag · de bovenwoningen

De jaren die we niet kunnen invullen

Rotterdam adresboek 1939 (NL-RtSA 3023-77), blad 245, p.158 — RochussenstraatStadsarchief Rotterdam (NL-RtSA 3023) · NL-RtSA 3023 (boeken 3023-45 t/m 3023-77)Open het origineel ↗

Wie woonde er in elk jaar van 1901 tot en met 1940 op 169a, 169b en 169c?

De vermeldingen in het adresboek laten zien wat de uitgever drukte. Ze bewijzen geen eigendom en vormen geen volledige lijst van bewoners.

Voor het grootste deel van die jaren kunnen we de bewoners bij naam noemen. Cornelis Pelt staat vanaf de jaargang 1906 op de hoek, eerst nog zonder huisletter. De straatlijst van 1911 drukt de verdeling over drie letters af als 169a voor G. J. van Duffelen, 169c voor Pelt, en 169b niet voor een gezin maar voor de firma, Van Duffelen & Pelt. De letters werden niet elk jaar op dezelfde manier gedrukt, zoals de vermeldingen van 1910 hieronder laten zien. De straatlijst van 1920 noemt Beens' Woninginrichting al op het adres, naast het vertrekkende Van Duffelen & Pelt, en beide firmanten woonden er toen nog. Daarna vertrokken de oprichters: Pelt op 22 maart naar de Snellinckstraat 10a, het gezin Van Duffelen op 4 mei 1921 naar Zeist  . In de jaren twintig blijft het adresboek de bewoners noemen. Twee jaren die eerst leeg leken, 1924 en 1925, hebben we ingevuld met de volledige pagina van de straatlijst. De gedigitaliseerde index had het blok overgeslagen, maar in het gedrukte boek stond het wel. Het boek vermeldt in 1924 een kantoorbediende op 169b en in 1925 F. J. Beens op 169a.

Adresboek Rotterdam 1924 — Straten alfabetisch, Rochussenstraat (blok 169), 3023-68 p.2401 blad 1435Stadsarchief Rotterdam (via archieven.nl) · NL-RtSA 3023-68, p. 2401, blad 1435, scan NL-RtSA_3023_68_0719_2Open het origineel ↗

Nog drie jaargangen, 1926, 1927 en het gecombineerde boek van 1934–35, vonden we door een bewoner op zijn achternaam op te zoeken in plaats van op de straat.

De lege plekken die overblijven zijn van vier soorten, en die moet je uit elkaar houden.

De eerste soort is een stilte van de uitgever, niet van het gebouw. Voor 1902, 1932 en 1933 verscheen geen adresboek, en ook niet voor de drie jaren van 1936 tot en met 1938. In wat wij in handen hebben, ontbreekt voor die jaren een editie, dus er valt niets te lezen. Daarachter zit een diepere regel, die het boek onderaan de straatlijst over zichzelf afdrukt.

Rotterdam adresboek 1917 (NL-RtSA 3023-61), blad 1897, p.2587 — RochussenstraatStadsarchief Rotterdam (NL-RtSA 3023) · NL-RtSA 3023 (boeken 3023-45 t/m 3023-77)Open het origineel ↗

Twee soorten woningen ontbreken, zegt die toelichting: bovenwoningen van weekhuurwoningen, en weekhuurwoningen onder een bepaalde huurwaarde. Dat zijn de goedkoopste woningen van een straat, het soort dat een slecht betaalde dienstbode of een weekhuurder zou huren, en het adresboek laat ze met opzet weg. ‘Niet in het boek’ heeft nooit betekend dat iemand er niet woonde.

De tweede soort lege plek hebben we al via een andere weg gevuld, en die telt dus niet meer als gat. De jaren 1924 tot en met 1927 hierboven horen hierbij. Voor die jaren ontbraken de gegevens in de gedigitaliseerde index, maar we vonden ze alsnog in het gedrukte boek: de volledige straatpagina voor 1924 en 1925, de lijst op achternaam voor 1926 en 1927.

De derde soort is een gedeeltelijke lezing. De naam- en beroepsvermeldingen van 1910 plaatsen Van Duffelen & Pelt zelf op 169a en G. J. van Duffelen op 169b

Rotterdam adresboek 1910 (NL-RtSA 3023-54), p. 1131 — Alfabetische naamlijstStadsarchief Rotterdam (NL-RtSA 3023) · NL-RtSA 3023 (boeken 3023-45 t/m 3023-77)Open het origineel ↗
. De gedrukte letters voor de firma en voor G. J. van Duffelen zijn tussen 1910 en 1911 omgewisseld, dus deze letters mogen niet als vaste kenmerken over die jaren heen worden gelezen. Alleen het volledige blok van de straatlijst van 1910 en Pelts eigen vermelding zijn nog niet gelezen. Voor 1905 en 1919 geven de aanvaarde transcripties de blokken uit de straatlijst volledig weer, met de firma, Pelt en G. J. van Duffelen op 169, dus die jaren horen hier niet bij.

De vierde soort is het echte gat: de editie bestaat nog, maar de gegevens over de particuliere bewoners ontbreken. Het gecombineerde boek van 1934–35 noemt J. A. van Duijn op 169b, maar een particuliere bewoner van 169a of 169c hebben we voor die jaren niet gevonden. Vooral twee mensen blijven zonder naam. Een inwonende dienstbode uit een advertentie van 1928 vanuit 169b wordt nergens in het adresboek bij naam genoemd, en alleen een gezinskaart zou haar naam geven.

En een meubelmaker met de naam Van Kleef, die rond 1950 op 169c werkte, staat in onze bronnen zonder voornaam.

Rotterdam adresboek 1939 (NL-RtSA 3023-77), blad 245, p.158 — RochussenstraatStadsarchief Rotterdam (NL-RtSA 3023) · NL-RtSA 3023 (boeken 3023-45 t/m 3023-77)Open het origineel ↗

Waar de gegevens wel compleet bewaard zijn, ziet het er zo uit: de straatlijst van 1939, waarin ook het hoekpand vermeld staat.

Nog één vermelding lijkt op een vijfde bewoner, maar is het niet. In een advertentie uit 1911 gaf een weduwe die werkster was ‘Rochussenstraat 169’ op als adres. Ze woonde niet op de hoek. De advertentie stond in een Haagse krant tussen Haagse adressen, en de straat is de Haagse Rochussenstraat, in de Schilderswijk. We noemen haar niet bij naam en rekenen haar niet tot dit gebouw.

Wat de echte gaten zou vullen, is heel concreet. Voor de dienstbode van 1928 is haar gezinskaart nodig, en die is niet op adres geïndexeerd en moet langs een andere weg worden gevonden. Voor Van Kleef is een persoonskaart nodig van het familiehistorisch centrum, en die moet je aanvragen en betalen. Eén gat vult geen archief. Niemand die het gebouw nog kent uit eigen herinnering is tot nu toe vastgelegd, en dat is het dringendste gemis, want een document wacht, een herinnering niet.