◆ DOSSIER
De architect · 1854–1934

Nicolaas Tinbergen, en wat ervan rest

Architect Nicolaas Tinbergen, jubileumportret ('N. Tinbergen.'), 1913KB Delpher (Rotterdamsch Nieuwsblad) · ddd:010222349:mpeg21:a0167Open het origineel ↗

Van de belangrijkste Rotterdamse werken van Nicolaas Tinbergen hoort de meubelfabriek op de hoek bij de weinige die nog staan. De glazen winkelgalerij die hij als jonge man mee hielp bouwen, is weg, net als het grote theater waarop hij toezicht hield. De kerk met de twee torens die zijn firma bouwde, ging in 1972 tegen de vlakte. Wie nu een gebouw van Tinbergen wil zien, heeft een korte lijst om uit te kiezen, en een meubelfabriek op een rustige hoek staat erop.

Hoe hij ertoe kwam de tekeningen voor die hoek te ondertekenen, is een vreemder verhaal dan een handtekening doet vermoeden. Het begint waar hij begon: in het huis van een borstelmaker.

De zoon van een borstelmaker

Op een junidag in 1854 liep een borstelmaker naar het Rotterdamse stadhuis om een geboorte aan te geven. Simon Cornelis Tinbergen was borstelmaker en woonde in een straat die in de akte als de Franschestraat wordt vermeld, een lezing van het oude handschrift die nog niet aan alternatieve lezingen is getoetst. Zijn vrouw Marrigje den Boer was op de twaalfde om twaalf uur 's middags bevallen van een zoon. Hij nam twee getuigen mee en gaf hun beroep op zoals hij het zijne opgaf: ook zij waren borstelmakers. De ambtenaar schreef de naam van het kind op.

Burgerlijke Stand Rotterdam, 999-01 geboorteakten, akte 1854.1742 (1854-06-13)Stadsarchief Rotterdam (via Open Archieven) · Geboorte 999-01 akte 1854.1742 (hdl 21.12133/ABDC3004C4604E8980F6923E53FC29C3); Huwelijk 999-06 akte 1877.1172 met Alida Koot (hdl 675CC83C9A424BEDBA04FBDEDE35C5BB); Overlijden 999-09 akte 1934.1101 (hdl 7F97F016AA6142AE958DC93AC6E8E285)Open het origineel ↗

Het registerblad is beschreven in de krullende hand van de ambtenaar, met een reeks geboorten onder elkaar en deze als laatste. De naamgeving staat er in de vaste formule van die tijd:

Nederlandstalige brontranscriptie, ongewijzigd overgenomen: N.° 1742. Op heden den veertienden Junij Achttien honderd Vier en Vijftig, is voor mij Lid van het Plaatselijk Bestuur van Rotterdam, benoemd Ambtenaar van den Burgerlijken Stand, in het huis der Gemeente, verschenen: Simon Cornelis Tinbergen, van beroep Borstelmaker, oud Drieëntwintig [?] jaren, wonende Franschestraat 10-435, welke mij heeft verklaard dat op den twaalfden [?] dezer des middags ten twaalf ure, ten zijnen huize is geboren een kind van het mannelijk geslacht, uit Marrigje den Boer, van beroep zonder, wonende mede aldaar, zijne huisvrouw. welk kind zal genaamd worden Nicolaas. De genoemde verklaring is geschied in tegenwoordigheid van Pieter Stolk, van beroep Borstelmaker, oud drieëndertig [?] jaren, wonende Zwaanshals 14-73, en van Johannes Verhoef, van beroep Borstelmaker, oud achtentwintig jaren, wonende Jodenlaan 13-379. En heb ik hiervan deze akte opgemaakt, welke na voorlezing door den vader, de getuigen en mij is onderteekend. [signatures:] S.C. Tinbergen — P. Stolk — J. Verhoef
Stadsarchief Rotterdam (via Open Archieven) · Nicolaas Tinbergen (1854-1934) — geboorte-, huwelijks- en overlijdensakten (Stadsarchief Rotterdam) · Geboorte 999-01 akte 1854.1742 (hdl 21.12133/ABDC3004C4604E8980F6923E53FC29C3); Huwelijk 999-06 akte 1877.1172 met Alida Koot (hdl 675CC83C9A424BEDBA04FBDEDE35C5BB); Overlijden 999-09 akte 1934.1101 (hdl 7F97F016AA6142AE958DC93AC6E8E285) · 1854/1877/1934 · Open het origineel ↗

Het is een klein document, en het noemt een vak, geen ambitie. Niets erin wijst naar de architectuur.

Daartussen lag nog een stap. Toen hij in 1877, op zijn drieëntwintigste, trouwde met Alida Koot, gaf hij als beroep timmerman op, niet borstelmaker en ook nog geen architect. Hij tekende de akte eigenhandig, naast zijn vader de borstelmaker:

Burgerlijke Stand Rotterdam, huwelijksregister 1877, akte 1172 (folio g021v), dubbele paginaStadsarchief Rotterdam (via Open Archieven / stadsarchief viewer) · Huwelijk 999-06 inv 1877G akte 1877.1172 folio g021v (hdl 675CC83C...), handtekening van de bruidegom 'N. Tinbergen'; Geboorte 999-01 inv 1892K akte 6756 folio k108 (hdl B897BA4B...) vermeldt als vader 'Nicolaas Tinbergen, architect' aan de eerste LombardstraatOpen het origineel ↗
N° 1172. Op heden den veertienden November achttien honderd zeven en zeventig, zijn voor ons, Ambtenaar van den Burgerlijken Stand der Gemeente Rotterdam, verschenen, tot het aangaan van een huwelijk … Nicolaas Tinbergen, oud drie en twintig jaren, timmerman, geboren en wonende alhier, meerderjarige zoon van Simon Cornelis Tinbergen, borstelmaker en Marietje den Boer, zonder beroep, beide wonende alhier — en Alida Koot, oud zes en twintig jaren, dienstbode, geboren en wonende alhier, meerderjarige dochter van Anthonius Koot, overleden, en Willemina Johanna Vermeulen, zonder beroep, wonende alhier … [handtekeningen onderaan:] N Tinbergen · A Koot · S C Tinbergen · M den Boer · H C v.d. Graaf · L C Speelman · [P] Dunk · [ambtenaar] [boven de handtekeningen:] … hebbende de moeder der Bruid verklaard zulks niet te hebben geleerd [= kon niet schrijven].
Stadsarchief Rotterdam (via Open Archieven / stadsarchief viewer) · Handtekening van N. Tinbergen (huwelijk 1877) + geboorteakte uit 1892 met ‘architect’ — voorbeelden voor handtekeningvergelijking · Huwelijk 999-06 inv 1877G akte 1877.1172 folio g021v (hdl 675CC83C...), handtekening van de bruidegom 'N. Tinbergen'; Geboorte 999-01 inv 1892K akte 6756 folio k108 (hdl B897BA4B...) vermeldt als vader 'Nicolaas Tinbergen, architect' aan de eerste Lombardstraat · 1877/1892 · Open het origineel ↗Stadsarchief Rotterdam (via Open Archieven) · Nicolaas Tinbergen (1854-1934) — geboorte-, huwelijks- en overlijdensakten (Stadsarchief Rotterdam) · Geboorte 999-01 akte 1854.1742 (hdl 21.12133/ABDC3004C4604E8980F6923E53FC29C3); Huwelijk 999-06 akte 1877.1172 met Alida Koot (hdl 675CC83C9A424BEDBA04FBDEDE35C5BB); Overlijden 999-09 akte 1934.1101 (hdl 7F97F016AA6142AE958DC93AC6E8E285) · 1854/1877/1934 · Open het origineel ↗

In 1892 staat hij in een Rotterdamse geboorteakte als architect, wonend aan de 1e Lombardstraat. Op dat adres zat een bouwbedrijf. Hoe hij daar kwam, zeggen de stukken niet, maar wel wat hij deed toen hij er eenmaal was.

N° 6756. Op heden den tienden December achttien honderd twee en negentig … verschenen: Maria Koot, huisvrouw van Christiaan Kiefel … van beroep verloskundige, wonende alhier, welke ons heeft verklaard, dat op den achtsten dezer … des voormiddags te [een] uur in een huis aan de eerste Lombardstraat alhier, is geboren een kind van het mannelijk geslacht, uit Alida Koot, zonder beroep, huisvrouw van Nicolaas Tinbergen, architect, wonende beiden alhier, welk kind zal genaamd worden Arie Cornelis ———
Stadsarchief Rotterdam (via Open Archieven / stadsarchief viewer) · Handtekening van N. Tinbergen (huwelijk 1877) + geboorteakte uit 1892 met ‘architect’ — voorbeelden voor handtekeningvergelijking · Huwelijk 999-06 inv 1877G akte 1877.1172 folio g021v (hdl 675CC83C...), handtekening van de bruidegom 'N. Tinbergen'; Geboorte 999-01 inv 1892K akte 6756 folio k108 (hdl B897BA4B...) vermeldt als vader 'Nicolaas Tinbergen, architect' aan de eerste Lombardstraat · 1877/1892 · Open het origineel ↗

Het bedrijf dat hij kocht

Een betaalde advertentie werd het keerpunt in zijn leven. Op nieuwjaarsdag 1888 zette de weduwe van een Rotterdamse timmerman een bericht in De Maasbode: de timmermansaffaire die haar overleden man onder de firmanaam "J. J. van Hattem & Zoon" had gedreven, was in andere handen overgegaan. Ze noemde de opvolger en beval hem, in de beleefde bewoordingen van een handelsbericht, aan bij de klanten van de firma:

De Maasbode, 1888/01/01 00:00:00, pagina niet vermeld (volledige pagina)KB Delpher (De Maasbode) · MMKB04:000162031:mpeg21:a0046Open het origineel ↗
☞ De ondergeteekende heeft hiermede de eer, aan hare geachte clientèle te berichten, dat de door haren Echtgenoot, wijlen den Heer W. VAN HATTEM J.J.zn. hier ter stede gedreven Timmermansaffaire onder de firma „J. J. VAN HATTEM & ZOON" door haar is overgedragen aan den Heer N. Tinbergen S.C.zn., dien zij als haar opvolger beleefdelijk aanbeveelt.     Wed. W. VAN HATTEM J.J.zn.,         VAN MEYGAARDEN. ——— Naar aanleiding van bovenstaande advertentie, neemt de ondergeteekende de vrijheid zich beleefdelijk aan te bevelen, met de verzekering, dat hij niets onbeproefd zal laten om zich het vertrouwen, aan zijnen voorganger zoo ruimschoots geschonken, waardig te maken.     N. TINBERGEN S.C.zn. Rotterdam, 1 Januari 1888.     (5)
De Maasbode, 1 januari 1888, p. 6 (krantenstuk), “Firma J.J. van Hattem & Zoon overgenomen door N. Tinbergen (opvolgingsadvertentie)” · Open het origineel ↗

Daaronder staat een tweede, korter bericht, ondertekend door Nicolaas Tinbergen. Hij beveelt zich bij dezelfde klanten aan en belooft niets onbeproefd te laten om het vertrouwen te verdienen dat zijn voorganger genoot.

Vanaf die eerste januari stond hij aan het hoofd van de oude firma Van Hattem aan de 1e Lombardstraat 30. Wat hij had gekocht, was een aannemersbedrijf, een werkplaats en een werf, geen tekenbureau. Jan Jansen van Hattem had het opgericht en zijn zoon Wouter had het voortgezet; Wouters dood het jaar ervoor maakte de weg vrij voor de verkoop. Over de Van Hattems en hun eigen lange geschiedenis gaat een aparte verdieping, .

Hij was nu architect en tegelijk eigenaar van de firma die de gebouwen neerzette. De firma hield nog jaren de naam Van Hattem. Pas rond 1905 tot 1910 ging ze onder zijn eigen naam verder, als N. Tinbergen en Zoon.

In 1899 kwam die dubbele rol bij de hoek terecht. De vergunning, afgegeven voor rekening van Van Duffelen en Pelt, noemde als aannemer de firma J. van Hattem. Die firma was toen al Tinbergens eigen zaak, dus de architect op de geveltekening en de aannemer op de aanvraag waren één onderneming, met Tinbergen aan het hoofd. De vergunning en de tekeningen komen aan bod in . Het adresboek van hetzelfde jaar zet de firma van de aannemer en de architect achter één deur, 1e Lombardstraat 30:

Het Rotterdamse adresboek van 1899, blad 951: de aannemer ‘J. van Hattem’ en architect N. Tinbergen staan op één adres vermeld, 1e Lombardstraat 30. Het bedrijf en zijn nieuwe hoofd onder één dak.Stadsarchief Rotterdam (adresboeken, doorzoekbaar met OCR) · toegang 3023-43, ‘Straten alfabetisch’, blad 951 (1e Lombardstraat, Wijk 11), minr 1926070; N. Tinbergen staat ook in de naamlijst ‘Architecten’ van 1899, blad 620Open het origineel ↗

De handtekening op die geveltekening, en de naam die bij het lezen ervan is afgevallen, zijn getoetst aan zijn eigen latere hand. Twee Rotterdamse vergunningen uit 1902 dragen zijn handtekening, en hetzelfde schrift loopt door de tekst van elk kantoorblad in dat kleine groepje. De dwarsstreep van zijn hoofdletter T gaat er in één haal overheen, en de pen loopt vlug en krap door tot de laatste lettergreep van de naam. Een van de ondertekende bladen is een tekening voor veranda's bij het Gesticht Bethesda aan de Oostmaaslaan, het ziekenhuis waarvan hij ook het bestuur voorzat:

Bouwpolitie Rotterdam 396-01-04 inv. 17432 — Maken veranda's, Oostmaaslaan 12 (1902-01-24)Stadsarchief Rotterdam · toegang 396-01-04 (Bouwpolitie Rotterdam, 1860-1904), inv. 17432, 17746, 17818, 17853, 18080, 18210Open het origineel ↗
[titel, midden boven, in geconstrueerde blokletters:] VERANDA'S „BETHESDA" [kopjes boven de drie opstanden, van links naar rechts:] ZIJAANZICHT — VOORAANZICHT — DOORSNEDE [kopjes boven de twee plattegronden onderaan:] PARTERRE — 1ᴱ ETAGE [maatvoering, met potlood/pen bij de onderdeelen in de doorsnede:] 0.20/0.25 [?] (pijl naar de goot) · 12/35 · 0.20/0.20 [?] · kesp 18/26 · 12/15 · 13/16 [?] [schaalregel onder de plattegronden:] SCHAAL 1 ᴀ 50 [handschrift rechtsonder, binnen het kader:] Behoorende bij de aanvrage van Regenten van het Gesticht Bethesda aan de Oostmaaslaan Nº 12. d.d 19 Dec 1901. [handteekening, direct onder het kader, groot en met onderslinger:] N. Tinbergen [paars/violet stempel, rechtsboven — het eerste woord wordt doorsneden door de kaderlijn van de teekening:] BEHOORT BIJ BESLUIT VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN ROTTERDAM VAN DEN (met de hand, in rood:) 24 Januari 1902 № (rood:) 189 DE SECRETARIS DER GEMEENTE [handteekening secretaris, in zwarte inkt, dwars over de doorsnede-teekening:] [A.?] W. J. Heijmans (zoo gelezen; niet met zekerheid) [in rood, onder/naast die handteekening:] l⁰ (waarschijnlijk "loco", d.w.z. loco-secretaris — niet met zekerheid leesbaar) [ronde inktaanteekening, rechts boven het stempel:] bij in[b?]: W[?] / [cijfergroep]/1 (dezelfde ronde griffie-aanteekening staat op alle vijf de andere bladen van deze reeks; de afkorting is op geen enkel blad met zekerheid te lezen) [zijwaarts geschreven in de rechter benedenhoek, buiten het kader:] 189. [in de plattegrond "PARTERRE", linksonder: een geteekende windroos/noordpijl, zonder tekst.]
Stadsarchief Rotterdam · Zes Rotterdamse bouwvergunningen die in de catalogus aan architect N. Tinbergen zijn gekoppeld, 1902-1903 · toegang 396-01-04 (Bouwpolitie Rotterdam, 1860-1904), inv. 17432, 17746, 17818, 17853, 18080, 18210 · 1902/1903 · Open het origineel ↗

De tweede vergunning van 1902 heeft dezelfde handtekening en dezelfde hand in de tekst, en zet het werk zonder omwegen op zijn naam:

Bouwpolitie Rotterdam 396-01-04 inv. 18080 — Nieuwbouw 1 herenhuis, Mathenesserlaan 235 (1902-10-21)Stadsarchief Rotterdam · toegang 396-01-04 (Bouwpolitie Rotterdam, 1860-1904), inv. 17432, 17746, 17818, 17853, 18080, 18210Open het origineel ↗
Omschrijving behoorende bij de aanvrage d.d. 24 Sept. 1902. voor den bouw van een Heerenhuis a/d Mathenesserlaan. Het huis zal worden gebouwd op een terrein a/d Mathenesserlaan Kadastraal bekend Sectie B Nº: 8308. en wordt begrensd. ten Oosten door het eigendom van den Heer H. A. van Baak. ten Noorden aan de eigendom van. te Westen aan de terreinen van de Maatschappij van Grondbezit en ten Zuiden aan de Mathe- nesserlaan. De inrichting van het huis is voor een familie en is op bijgaande teekening duidelijk aangegeven. Het wordt gebouwd door en voor rekening van adressant. [rechts, boven de handteekening:] Rotterdam. 24 Sept. 1902. [handteekening, groot, met lange onderstreping:] N. Tinbergen [paars stempel, linksonder:] BEHOORT BIJ BESLUIT VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN ROTTERDAM VAN DEN (met de hand, in rood:) 21 October '02 № (rood:) 3050 DE SECRETARIS DER GEMEENTE [handteekening:] [A.?] W. J. Heijmans (zoo gelezen; niet met zekerheid) — [in rood daarnaast:] l⁰ (waarschijnlijk "loco") [ronde inktaanteekening, rechts naast de derde regel:] bij in[b?]: W[?] / 0523/2 (afkorting niet met zekerheid leesbaar) (Opmerking bij regel 8: de zin "ten Noorden aan de eigendom van." is door de schrijver onvoltooid gelaten — er staat geen naam achter.)
Stadsarchief Rotterdam · Zes Rotterdamse bouwvergunningen die in de catalogus aan architect N. Tinbergen zijn gekoppeld, 1902-1903 · toegang 396-01-04 (Bouwpolitie Rotterdam, 1860-1904), inv. 17432, 17746, 17818, 17853, 18080, 18210 · 1902/1903 · Open het origineel ↗

Zijn aandeel wordt per blad anders verwoord. Op het ene blad wordt het gebouw opgericht onder leiding en door N. Tinbergen:

Bouwpolitie Rotterdam 396-01-04 inv. 17853 — Nieuwbouw 1 herenhuis, Mathenesserlaan 233 (1902-06-24)Stadsarchief Rotterdam · toegang 396-01-04 (Bouwpolitie Rotterdam, 1860-1904), inv. 17432, 17746, 17818, 17853, 18080, 18210Open het origineel ↗
Omschrijving (onderstreept) voor den bouw van een Heerenhuis aan de ~~s'Gravendijkwal~~ (doorgehaald; er boven geschreven, in lichtere inkt: Mathenesserlaan [?]) met bijbehoorende teekeningen in duplo en kadastrale Kaart. Het terrein is volgens bijgaande Kaart Kadastraal bekend. Sectie B nº 8309. Het terrein grenst ten Noorden aan de eigendom van den Heer. . . . . . . . . ten Westen aan de eigendom van de Maatschappij van grondbezit. . . . . . . . ten Oosten. aan de eigendom van den Heer Eijl [?]. . . . . . . . . ten Zuiden aan de Mathenesser- laan eigendom der gemeente. Het pand op bijgaande teekening voorgesteld wordt ingericht voor een bewoner en bevat de verschillende vertrekken die op teekening duidelijk zijn aangegeven met derzelver hoogte en verlichting. Het pand wordt gebouwd voor rekening van ondergeteekende onder leiding en door N. Tinbergen alhier. [rechtsonder, in dezelfde hand als de tekst:] Behoorende bij de aanvrage. d.d 15 Mei 1902. [handteekening, in een andere, zwaardere hand:] H. A. van Baak [paars stempel, linksonder:] BEHOORT BIJ BESLUIT VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN ROTTERDAM VAN DEN (met de hand, in rood:) 24 Juni 1902 № (rood:) 1834 DE SECRETARIS DER GEMEENTE [handteekening, zwarte inkt:] J. J. Tavenraat [?] (zoo gelezen; de familienaam is niet met zekerheid te lezen) [ronde inktaanteekening, rechtsboven, over het woord "Heerenhuis" heen:] bij in[b?]: W[?] / 4570/2 (afkorting niet met zekerheid leesbaar) (De regels met "ten Westen / ten Oosten / ten Zuiden" beginnen met een rij losse punten, de gebruikelijke herhalingsteekens voor "Het terrein grenst".)
Stadsarchief Rotterdam · Zes Rotterdamse bouwvergunningen die in de catalogus aan architect N. Tinbergen zijn gekoppeld, 1902-1903 · toegang 396-01-04 (Bouwpolitie Rotterdam, 1860-1904), inv. 17432, 17746, 17818, 17853, 18080, 18210 · 1902/1903 · Open het origineel ↗

Op een ander, een opdracht voor de firma Hendrik van der Vijver, noemt het blad alleen de aanvrager en zwijgt het over zijn eigen aandeel:

Bouwpolitie Rotterdam 396-01-04 inv. 18210 — Maken van een erker, Admiraliteitsstraat 5 / Oostzeedijk 312 (1903-01-02)Stadsarchief Rotterdam · toegang 396-01-04 (Bouwpolitie Rotterdam, 1860-1904), inv. 17432, 17746, 17818, 17853, 18080, 18210Open het origineel ↗
[paars stempel, bovenaan:] BEHOORT BIJ BESLUIT VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN ROTTERDAM VAN DEN (met de hand, in rood:) 2 Januari 1903 № (rood:) 21 DE SECRETARIS DER GEMEENTE [handteekening, zwarte inkt:] Heijmans [?] (zoo gelezen; niet met zekerheid) [ronde inktaanteekening, rechts:] bij in[b?]: W[?] / 1069/2 (afkorting niet met zekerheid leesbaar) Omschrijving behoorende bij de aanvrage d.d 3 December 1902. van de firma Hendrik v/d Vijver. om over te gaan tot het maken van een Erker aan hun pand gelegen aan de Oostzeidijk hoek Admiraliteitstraat. Nº. 312 en 5 De Erker wenscht men aan te brengen aan de gevel aan de admiraliteitstraat. in plaats van de twee lichtkozijnen belendend aan de gevel hunner fabriek en wel op de Eerste etage. Het geheel is zamengesteld van hout met toepassing van ijzeren balken voor de dragende gedeelte, de uiterste maat. van de lijstversiering bedraagt 1.05 c.M². [zoo geschreven; bedoeld is 1,05 m] Een en ander voorge- steld op bijgaande teekening [rechts, onder de tekst:] Rotterdam 3 Decemb⁰ 1902. Firma. Hendrik v/d Vijver. [daaronder, tweede handteekening met onderstreping:] [H?] v.d Vijver.
Stadsarchief Rotterdam · Zes Rotterdamse bouwvergunningen die in de catalogus aan architect N. Tinbergen zijn gekoppeld, 1902-1903 · toegang 396-01-04 (Bouwpolitie Rotterdam, 1860-1904), inv. 17432, 17746, 17818, 17853, 18080, 18210 · 1902/1903 · Open het origineel ↗

Het handschrift komt overeen met dat op de geveltekening van de hoek uit 1899. De vergelijkingsplaat hieronder is voor dit project gemaakt door de twee documenten naast elkaar te leggen; de bewijskracht zit in de originele scans waaruit is gesneden, niet in de montage:

Dit is de analytische figuur waarop de identificatie berust.DossierarchiefGeen online kopie: er is geen openbare permalink vastgelegd

Het vroegste portret dat we van hem hebben, werd een kwart eeuw na de overname gedrukt, boven een krantenhulde aan zijn firma:

Architect Nicolaas Tinbergen, jubileumportret ('N. Tinbergen.'), 1913KB Delpher (Rotterdamsch Nieuwsblad) · ddd:010222349:mpeg21:a0167Open het origineel ↗

Een gladgeschoren, kalende man van een jaar of negenenvijftig, in donker pak en met hoge boord, kijkt iets opzij. Het is het oudste van de twee bekende persportretten van hem, en de vroegste afbeelding van hem die we hebben, van welke soort ook; een afbeelding van hem als jongere man is niet boven water gekomen.

Wat hij bouwde

Op Tinbergens lijst is de hoek een bescheiden post. Veertig jaar lang werkten zijn firma en zijn eigen tekentafel door de hele stad, in wisselende rollen. Bij een paar gebouwen was hij de ontwerpende architect; bij meer was zijn firma alleen de aannemer, of was hij de opzichter die het werk op gang hield.

Zijn opleiding sloot hij af met een prijs: een concertzaal die hij als student ontwierp, won de grote zilveren medaille voor bouwkunst van de Academie. Al jong verrezen aan de Oostzeedijk drie heerenhuizen naar zijn ontwerp.

Daarna raken de rollen door elkaar. Als medewerker van architect J. C. van Wijk leidde hij de bouw van de Passage, een overdekte winkelgalerij uit het eind van de jaren 1870, een straat met winkels onder een glazen dak. Een foto op kabinetformaat kijkt recht door de hal met het glazen gewelf:

Interieur van de Passage (Coolvest-Korte Hoogstraat), Rotterdam — foto 1879–1910 (publiek domein)Stadsarchief Rotterdam, via Wikimedia Commons · File:Interieur van de Passage tussen de Coolvest en Korte Hoogstraat 1879 - 1910.jpgOpen het origineel ↗

Rijk versierde, rijkelijk gebeeldhouwde puien rijzen aan weerszijden meerdere verdiepingen hoog op, en aan het eind van de galerij flankeren twee gevleugelde figuren de boog onder het glazen dak. Een grote bollamp hangt boven het looppad, rechts staat een klok, en daaronder wandelt winkelend publiek in de mode van rond 1900.

Hij werkte het eerste drijvende droogdok van de stad in detail uit, werk dat dichter bij de techniek stond dan bij de architectuur. Bij de Groote Schouwburg, het grote theater aan de Aert van Nesstraat, hield hij als hoofdopzichter dag in dag uit toezicht op de bouw. Een foto van omstreeks 1885, die wordt beschouwd als een opname van de bouw van dat theater, toont een bouwplaats in de steigers, met het dak nog open tot op de spanten. Op de voorgrond staat een kolenhandel, en kinderen spelen op de keien:

Bouw van de Groote Schouwburg aan de Aert van Nesstraat, Rotterdam - bouwfoto uit 1885 (CC0)Stadsarchief Rotterdam (obj. XXIII-51-02-1), via Wikimedia Commons · File:1885 Bouw van de Grote Schouwburg aan de Aert van Nesstraat.jpg; hdl 21.12133/0F4DCC6C0EFB4555879C76DB6DD41597Open het origineel ↗

Zijn allergrootste opdracht tekende hij niet zelf. De Koninginnekerk, een hoge bakstenen kerk uit 1904 tot 1907, had twee torens en een groot roosvenster. De architecten Hooykaas en Brinkman ontwierpen haar, en Tinbergens firma bouwde haar. Een foto uit die tijd laat de kerk op haar mooist zien:

Koninginnekerk, Boezemsingel, Rotterdam — buitenfoto ca. 1910 (publiek domein)Wikimedia Commons (credit Qoop.nl) · File:Koninginnekerk Rotterdam.jpgOpen het origineel ↗

De twee torens staan naast het grote roosvenster van de voorgevel, aan de overkant van een plein met een gracht en een tram. De hulde van 1913 schreef dat de kerk eeuwenlang zou getuigen van de eer van haar bouwers:

Een jubileum in het bouwbedrijf N. Tinbergen S. Czn. (25-jarig jubileum)KB Delpher (Rotterdamsch Nieuwsblad) · ddd:010222349:mpeg21:a0167Open het origineel ↗
Stadsnieuws. Een jubileum in het bouwbedrijf N. Tinbergen S.Czn. Onder de Rotterdammers, omstreeks het jaar vijftig van de vorige eeuw geboren, zijn de mannen te zoeken, die — elk naar zijn aard en op de hem toegevallen plaats — de merkwaardig snelle ontwikkeling onzer stad hebben bewerkt. Zij vormen een type apart, dat, al maakte het de leuze : „Rotterdam woonstad mogelijk, door den drang er van nauwelijks beroerd wordt. Zij hebben de koopstad aan de Maas nooit anders dan als werkstad gekend en omdat de arbeid van jongens-af hun levensdoel was, vonden ze, voor zoover ze ontspanning behoefden, die slechts in het besturen van instellingen van openbaar of bijzonder nut, waren ze tevreê met hun stad, zooals die als 't ware onder hun handen groeide. Zelfs al waren of werden ze rijk, dan nog liet hen de weelde koud, waar hun den tijd ontbrak om er van te genieten. Schoon heeft dat onvermoeide werken de meesten niet gedaan, nu nog vindt men zelfs de rijksten dezer generatie aan het hoofd van grootere en kleinere bedrijven, neemt heel het geslacht nog een eerste plaats in naast zijn opvolgers. Wil men zeggen, dat de eerbiedwaardige werkkracht dezer mannen weinig voet heeft gegeven aan de fijnere geneugten van geest en gemoed, dan valt daarbij te bedenken, dat het niet aangaat hen deswegen den smaak er voor te ontzeggen, waar het slechts gebrek aan tijd en gemoedsrust was, wat velen hunner tot geheel eenzijdige, maar in die eenzijdigheid bewonderenswaardige werkers maakte. Voor elk dezer krachtige vijftigers staat even vooraan in het leven der stad, maar komt er één door de omstandigheden een oogenblik in 't licht der publieke belangstelling, dan valt er aan hem doorgaans het karakter van heel het type aan te wijzen, slaat een hulde aan hem op al de anderen terug. Men vindt de werkers van dit geslacht in alle kringen, in alle bedrijven en de kroniek-schrijvende courantier, die van vele huldigingen getuige is, weet beter dan wie ook, wat deze stuwers der Rotterdamsche energie hebben teweeg gebracht. Want niet deze werkers konden alleen doen, wat ze wilden. Rondom zich hadden ze arbeiderskrachten, die ze een emplooi en een richting gaven, werklieden van lager of hooger rang, nauw verbonden aan het bedrijf van den patroon. Zooals gezegd valt op de beteekenis dezer mannen meest bij jubilé's het volle licht, en een opmerkelijk geval van zulk een man in zulk een taak, vraagt op den 1sten Januari belangstelling. Ditmaal in het bouwbedrijf, vijf-en-twintig jaar geleden toch kwam de heer N. Tinbergen aan het hoofd der firma J. J. Van Hattem en Zoon; later toen één dezer zonen deelgenoot werd, de heer N. Tinbergen en Zoon geworden. Acht man van het timmerliedenpersoneel zullen dan een kwart eeuw bij hem in dienst wezen en als medejubilarissen zijn feest meevieren. Op en d'op Rotterdammer is de heer Tinbergen, in een door Rotterdam geworden gezin gevormd. Aan de oud-Rotterdamsche schaafbank staande in de werkplaats die nu de zijne is, en niet als dilettant, heeft de „Academie” hem in de winteravonden de gelegenheid gegeven om zijn gave te ontwikkelen, zoodat hij nauwelijks man, van achter de bank weg naar hooger plaats in het leven greep. En wat hem gemakkelijk viel met het certificaat, dat het Academiebestuur hem in den vorm der groote zilveren medaille uitgereikt had, en wel voor een door hem ontworpen concertgebouw. Dat het onderwijs van den architect van waarde was geweest, kon de heer Tinbergen spoedig toonen, toen hij als architect den Oostzeedijk een drietal heerenhuizen te bouwen kreeg, die zelfs nu — verre ter wille van de daar sterk veranderde straat — nog een goeden indruk maakt die indertijd in alle soberheid deftige woonhuisarchitectuur vertoont. Als medewerker van den architect Wijk had de heer Tinbergen het bouwwerk aan de Passage geleid, één voor dien toen buitengewoon omvangrijk ingewikkelde bouwerij, maar later ging hij tijdelijk op heel ander terrein. Rotterdam kreeg zijn eerste drijvend dok; en daarvoor moesten teekenaars wezen. Maar op het gebied der ijzer-constructie waren er die veel minder thuis, zoodat men een werktuigkundig onderlegden bouwkundige gaarne daarvoor aannam. Met een ander, als aandeel[?] leidde hij het werk aan de Nieuwehaven, met evenveel durf heeft de heer Tinbergen de details geteekend van het eerste Rotterdamsche ijzeren droogdok, hetwelk voor leek als een kist moge uitzien, maar inderdaad — als al zulke dokken — gevaarte bevat als van een spoorwegbrug. Voor een ingenieur is het bouwen van een droogdok een belangwekkend werk, maar de constructeur staat voor zoovele nieuwe vraagstukken bij de kolossale ijzerconstructiën, dat zeer zeker de teekenaars, die zulk een werk voor de vele details zorgen, niet voor een kleinigheid verantwoordelijk zijn. Behalve de zwaarte van het materiaal waarmede gewerkt wordt, moet nimmer vergeten worden, dat zulk een gevaarte niet alleen hecht en sterk wezen moet, maar dat het ook de zwaarte van het schip moet dragen, dan eens half ondergedompeld in het water en daarna geheel vrij, zoodat de wand van geen tegenstand hebbend dan van de lucht. Alles moet hecht en sterk wezen, maar erbij lenig om weerstand te kunnen biên aan de persing van de schoorbalken opzijde, als een hevige wind het schip in 't droogdok opgenomen, ter zijde drukt. Wel heeft de ingenieur ook in deze de richtlijnen te ontwerpen, maar de teekenaars moeten de bijzonderheden nagaan of hier of daar bij de constructie zich geen zwak punt voordoet, of er rekening gehouden is met het uitzetten en krimpen van het zware materiaal, dat moet kunnen werken zonder de kracht van de geheele constructie te benadeelen. Vond de tweede teekenaar later in Amerika als ingenieur een eervollen weg gebaand, nog lang bleef ook de heer Tinbergen met de ijzerconstructie in relatie, toen hij, na korten tijd werkens op waterleidinggebied, emplooi vond als hoofdopzichter bij den bouw van den Grooten Schouwburg aan de Aert van Nesstraat. Dat de bekwame en ervaren bouwtechnieker daarbij ruinschoots te doen gehad heeft tusschen den jongen architect en een paar lastige aannemers, is voor elk, die iets van deze dingen weet, te veronderstellen, maar te begrijpen is het ook, dat iemand onder zulke omstandigheden zeer veel leert, niet alleen in deugdelijke praktijk, maar ook in de vaardigheid van den omgang met menschen, zoo noodig voor het hoofd van een bouwbedrijf als dat van de firma N. Tinbergen en Zoon. Wel ontwerpt de architect in groote trekken en wanneer de teekeningen op tijd zijn ingeleverd, komt hij zich van tijd tot tijd overtuigen van de vorderingen, die het werk maakt, maar de hoofdopzichter is de man, die bij alle voorkomende geschillen te beslissen heeft, die zonder dralen moet verklaren: zoo zal er gewerkt worden, die oplossing van die moeielijkheid is de beste en wanneer die der aannemers door force majeur niet gewoon door kan werken, moet trachten toch het werk door te laten gaan ook al is deze of gene partij niet op tijd, niet op tijd de natuursteen heeft afgeleverd of een andere zending niet voldeed aan de gestelde eischen. Want bij de snelle uitbreiding der groote steden is de bouwerij weliswaar vanzelf sterk betrokken geweest, maar ze heeft volgens veler oordeel, die haar zagen, van karakter goeddeels veranderd. Het beroep van aannemer, een halve eeuw geleden nog maar in de windsels, heeft zich langzaam maar zeker geplaatst in een makelaarschap tusschen de ambachtsbazen en de architecten met hun opdrachtgevers. Geld verdiende men er niet aan, wanneer hoofdzakelijk de kwaliteit van het geleverde werk is hem goed genoeg als ze maar niet slecht genoeg is om te worden afgekeurd. En naast den aannemer staat de bouwer, die evenals schoen- of kleermaker, somwijlen bidder of kastelein was, en die zich nog minder om de traditiën van het werk bekommerde, als het maar goedkoop is, is 't hem altijd nog goed genoeg. Toch in enkele, meerendeels oudere, zaken is men het bouwvak blijven beoefenen zóó, dat te allen tijde goed werk kon geleverd worden; zoowel waar dit zichtbaar bleef als daar waar het uit het gezicht verdween, nog meer noodig was. Niet altijd en overal wordt dit kwaliteitswerk op prijs gesteld, de beste Rotterdamsche namen leest men op de slechtste huizen hier en daar, maar er is toch nog een flink getal menschen in alle bevolkingskringen, die den goeden raad van den bekwamen en van trouwen bouwkundige, het goede werk van zijn arbeiders weten te waardeeren. Onder die had men Van Hattem. Van Hattem en Zoon haar klanten en de heer Tinbergen heeft ze niet alleen weten te houden, maar zelf in verscheidenheid van werk doen toenemen. Veelmanschap wordt daarvoor vereischt. Als een brave oude dame iemand, die zich pas met het bouwvak bemoeit, maar dien ze vertrouwen geschonken heeft, laten roepen en hem dan advies vraagt in het penibel geval of een oude muur nog kan blijven staan, zooals zij waant is, dan behoort de mensch meer dan de bouwkundige aan 't woord te komen en zoo is 't natuurlijk duizendmaal als men in opdracht groote verbouwingen voor de cliënteele is. Maar een volgende maal geldt het zwaarder opgaaf. In één of ander oud gebouw moet de heele vloer, moeten de veranderingen ondergaan en liefst op een wijze, dat noch de hooge overheid noch de buurlui hinder van het stutwerk krijgen in het glad functionneeren van den bedrijfsgang. In de gebouwen van het groeiende Nieuwsblad is dat herhaaldelijk voorgekomen, tijdens de 25 jaar, dat de heer Tinbergen op zijn wijs ook daaraan heeft meegewerkt. Maar vanzelf komt dat tevens voor waar de heele inrichting eischen stelt aan machinerie en wat daarmee samenhangt. In al zulke gevallen moet echter over goede en vertrouwde werklieden de beschikking wezen en dan geeft aan zaken als die van Tinbergen zulk een eigenaardig karakter, maakt het mogelijk, dat bij de wisselvalligheid van het bouwbedrijf toch een heelen groep van mannen met den patroon het zilveren feest meevieren. Piet en Gerrit, Arie en Janus, Kees en Hendrik, Willem en „Vos”... ze hebben trouwens elk een eigen plaats in de zaak; zijn elk weer naast den patroon — vertrouwensman van enkele of van vele klanten, wier bedrijf of wier woonhuis ze kennen op een prik en waarin ze onder allerlei omstandigheden diensten bewezen. Is het wonder, dat in zulk een bedrijf een centrum van bouwtechnisch kunnen ontstaat van groote waarde voor elk die er gebruik van wenscht te maken. Minder naar buiten blijkt het, dat hetgeen met de bouwers van den beginne af aan maar wel voor werkelijk goeden bouw, aan kan juist de ervaring van den practicus het minst gemist. Op het geven van practische adviezen, gebaseerd op het begrip van den vrager, in het uitvoeren van opdrachten zoo goed als dat mogelijk is, heeft de heer Tinbergen van den beginne af zich toegelegd en bij al wat er veranderd is, zijn meening daaromtrent is dezelfde gebleven: slechts daarin is het naar zijn meening de vorm waarin hij 't bouwbedrijf beoefent reden van bestaan. Wie bij hem ter markt komt, moet weten of ervaren, dat hij 't oog evenzeer houdt op den aannemer of de bouwer. En hij kan dat allereerst omdat een staf van geschoolde arbeiders hem te allen tijde ten dienste staat. Dat zijn zaak deswege voor de uitvoering van groote werken minstens evenveel goeden naam verwierf als de heer Tinbergen heeft met den bouw der Koninginnekerk bewezen, die als 't ware het proefstuk is voor de „Leistungsfähigkeit” van het bouwbedrijf in zijn ouden, maar technisch, den nieuwen tijd aangepasten vorm. Bij dezen bouw trad de heer Tinbergen niet op als ontwerper en bouwmeester, maar als één der uitvoerders op. De zorgvolle dagen bij het bouwen van Plan C, toen de leveranciers van de natuursteen den aannemers lieten zitten; andere bezwaren over te late levering, waren niet vergeten en daarom was het van de heeren een te grooter durf, het bouwen van zulk een kerk aan te nemen. En kwam het er op aan niet de orders van anderen stipt op te volgen, maar geheel de regeling voor zulk een bouw moest opgenomen worden bij de gewone zorgen, die een werkgever in dezen tijd worden bereid. In vroeger eeuwen werd zulk een groot werk dan en dan maar weer eens stilgelegd, maar heden ten dage wordt het aangenomen en moet op tijd geleverd worden. En gold toen ter ontschuldiging: het materiaal is niet aangekomen, de hulpmiddelen van den tegenwoordigen tijd hebben de afstanden korter gemaakt, zoodat een aannemer gehouden is zich weken van tevoren zelf te overtuigen, of hetgeen hij over maanden noodig zal hebben, reeds in bewerking is en aan het vlot werk niet in den weg zal staan. Hier werd, meest geestelijk werk geëischt en ook volbracht! De Koninginnekerk zal eeuwen ter eere van de bouwers met lof getuigen. Niet minder in den kring van den eigen gemeente, aan den weg en binnenshuis, gedurende de vijf-en-twintig jaar, dat hij patroon is. Niet altijd ging het hem voor den wind en inzonderheid tijdens den eersten tijd zijn hem de dikwijls zware zorgen van den ondernemer niet bespaard gebleven. Dat het hem ook daarbij gelukt is zijn zaak op volle hoogte te houden en zich zelf een voorspoedig man te maken, heeft hij in hoofdzaak te danken aan zijn onvermoeide werkkracht en groote behoefteloosheid. Langzaam maar zeker is echter de vooruitgang gekomen en de man, die bij zijn komst in het leven niet meer opbracht dan zijn goed verstand en zijn gezond lichaam, is geworden één der eersten onder zijn gelijken, geacht in den kring van zijn vakgenooten en daarbuiten, een autoriteit op zijn gebied. Is de heer Tinbergen een man, die voor zijn meening schrap staat, wijl het hem steeds om de zuiverheid van zijn oordeel is te doen, zoo belet zulks niet, dat hij vele vrienden en weinig vijanden heeft. Een gelukkig man in dit als in andere opzichten, die alle reden heeft zijn feest met opgewektheid te vieren.
Rotterdamsch Nieuwsblad, 2 januari 1913, p. 17 (jubileumverslag), “Een jubileum in het bouwbedrijf N. Tinbergen S. Czn. (25-jarig jubileum)” · Open het origineel ↗

Dezelfde hulde keek terug naar zijn begin. Hij had het vak geleerd aan een oud-Rotterdamse schaafbank, in dezelfde werkplaats die later de zijne werd, en zijn aanleg ontwikkeld op de winteravonden van de Academie, en niet als dilettant.

Een kwart eeuw lang adviseerde hij bij de bouw van de groeiende panden van het Rotterdamsch Nieuwsblad aan de Zuidblaak, de krant die uiteindelijk allebei zijn portretten zou afdrukken. Hij was de ontwerpende architect van de drie huizen aan de Oostzeedijk, de meubelfabriek op de hoek, het gebouw aan het Haagscheveer uit 1899, de verbouwing van Hoogstraat 257 en een aantal scholen, en bij veel van de rest alleen aannemer of opzichter.

De latere firma en zijn zonen

De firma bleef bestaan nadat de oprichter er zelf niet meer aan werkte. In de jaren twintig handelde de oude werkplaats van Van Hattem al lang als N. Tinbergen en Zoon, en zijn zonen werkten naast hun vader in de zaak.

Op 2 januari 1928 vierde de firma haar veertigjarig bestaan, veertig jaar na de dag waarop de weduwe de zaak had overgedaan. 's Ochtends kwamen familie en personeel bijeen op het kantoor van de firma aan de Ged. Botersloot. Zijn zoon en compagnon M. Tinbergen sprak als eerste en bood hem een portret aan, getekend door de schilder H. E. Mees, en drie timmerlieden van de firma, C. de Wit, H. Doesburg en G. van Alphen, werden gehuldigd omdat ze veertig jaar naast hem hadden gewerkt. De tekening van Mees, een vierde portret van de man, is niet teruggevonden. 's Middags liep zijn huis aan de Oostzeedijk vol voor een drukbezochte receptie, en daar werden ook de bloemen bezorgd. Onder de schriftelijke en telegrafische gelukwensen waren die van prof. Van der Steur en van prof. Henri Evers, erevoorzitter van de architectenvereniging Bouwkunst en Vriendschap.

De krant die hij zo lang had geadviseerd, berichtte over het jubileum:

Rotterdamsch Nieuwsblad, 02-01-1928 — '40-jarig jubileum N. Tinbergen' (bloemenhulde van Bouwkunst en Vriendschap)Delpher (KB) — Rotterdamsch Nieuwsblad · ddd:010514183:mpeg21:a0140Open het origineel ↗
40-Jarig jubileum N. Tinbergen. N. TINBERGEN. Het was gisteren 40 jaar geleden, dat de heer N. Tinbergen, thans oudste vennoot, in de firma N. Tinbergen en Zoon werd opgenomen. Dit jubileum is vanmorgen in den kring van familie en personeel op het feestelijk versierde kantoor der firma aan de Ged. Botersloot herdacht. De jubilaris werd allereerst toegesproken door zijn zoon en medefirmant, den heer M. Tinbergen, die hem als geschenk aanbood een door den schilder H. E. Mees geteekend portret van den jubilaris. Namens het personeel sprak de meesterknecht A. van Berkel woorden van hulde tot den heer Tinbergen en bood bloemen aan. Daarna werden gehuldigd de timmerlieden C. de Wit, H. Doesburg en G. van Alphen, die eveneens hun 40-jarig jubileum bij de firma vierden. De heer M. Tinbergen sprak hen in waardeerende bewoordingen toe en bood hun een geschenk onder couvert aan. Bij deze hulde sloot zich de heer Van Berkel namens het personeel aan. Vanmiddag was er een drukbezochte receptie in het woonhuis van den heer Tinbergen aan den Oostzeedijk. Onder de talrijke bloemstukken, die den jubilaris waren toegezonden, waren er van den Bond van Patroons in de Bouwbedrijven, van de vereeniging „Bouwkunst en Vriendschap”, van het Rott. Nieuwsblad en van vele aannemers en leveranciers en firma’s, waarmede de jubilaris in contact staat. Naast deze bloemstukken waren er vele telegrafische en schriftelijke gelukwenschen binnengekomen, o.a. van prof. van der Steur en Evers. Ook van de gelegenheid, door deze receptie geboden, om den heer Tinbergen persoonlijk geluk te wenschen, werd door velen gebruik gemaakt.
Rotterdamsch Nieuwsblad, 2 januari 1928, pagina niet vastgelegd (jubileumverslag), “Rotterdamsch Nieuwsblad, 02-01-1928 — '40-jarig jubileum N. Tinbergen' (bloemenhulde van Bouwkunst en Vriendschap)” · Open het origineel ↗

De bloemen en de brief van de vereniging waren een beleefdheid aan iemand uit haar kring en bewijzen niet dat hij lid was. Toch is de band even het noemen waard. Bouwkunst en Vriendschap was de Rotterdamse vereniging waaraan ook de beeldhouwer van de kast uit 1895 verbonden was, een paar deuren verderop in het verhaal van de hoek.

De grootste late opdracht van de firma was die van de zoon. In november 1927 kondigde het Rotterdamsch Nieuwsblad een blok nieuwe tabakspakhuizen aan de Admiraliteitskade aan voor een tabaksfirma, in het artikel A. L. van Beek genoemd en in de kop A. S. van Beek. Er stond een perspectieftekening van het geplande blok bij:

Rotterdamsch nieuwsblad, 1927/11/02 00:00:00, pagina 1 (volledige pagina)KB Delpher (Rotterdamsch Nieuwsblad) · ddd:010514133:mpeg21:a0127Open het origineel ↗

De krant formuleerde zorgvuldig wie waarvoor verantwoordelijk was:

Nieuwe tabakspakhuizen voor de firma A. S. van Beek aan de Admiraliteitskade. [perspectieftekening van het bouwblok — zie de noot hieronder] Morgen, Donderdag 3 Nov., wordt de eerste steen gelegd van een blok nieuwe tabakspakhuizen voor de firma A. L. van Beek, alhier, op een terrein aan de Admiraliteitskade. De panden hebben aan de kade een front van 44 M. en zijn beneden ongeveer 24 M. diep. Met den beganen grond mee tellen ze 7 verdiepingen en hebben een opslagoppervlakte van ruim 4000 verk. meter. De uitvoering geschiedt op een betonfundeering. De vloeren worden tusschen de draagmuren gesteund door een ijzerconstructie. De afdekking geschiedt met een mastiekdak. Ontwerpster van het pakhuiscomplex is de firma N. Tinbergen en Zoon, alhier, welke naar dit eigen plan ook den bouw uitvoert. In de tweede helft van 1928 moet de bouw gereed wezen.
Rotterdamsch Nieuwsblad, 2 november 1927, p. 9 (krantenstuk), “Nieuwe tabakspakhuizen A. L. van Beek, Admiraliteitskade - 'firma N. Tinbergen en Zoon' ontwerpt + bouwt” · Open het origineel ↗

De opvolgende firma ontwierp de pakhuizen en bouwde ze naar eigen plan. De eerste steen werd de dag na het bericht gelegd, en het blok was in de tweede helft van 1928 klaar. Tegen die tijd stond de naam Tinbergen in de firma evenzeer voor de zoon als voor de vader.

De naam Tinbergen en de Nobelprijs

Bezoekers zullen zich haast zeker afvragen hoe het met die achternaam zit, en die vraag verdient een precies antwoord. De zeldzame naam van de architect werd later gedragen door twee Nobelprijswinnaars, Jan en Niko Tinbergen, en hij was zeer waarschijnlijk familie van hen. De naam is zo zeldzaam dat hij hoogstwaarschijnlijk tot één Rotterdamse familie beperkt bleef.

Hoe nauw hij aan hen verwant was, kunnen we nog niet zeggen, en dat komt door één ontbrekende akte.

Wat ervan rest

Het Rotterdamsch Nieuwsblad drukte op 13 maart 1934 zijn necrologie af; hij was toen negenenzeventig. Erbij stond het tweede van de twee bekende persportretten, scherper dan dat van het jubileum:

Architect Nicolaas Tinbergen, overlijdensportret ('N. TINBERGEN. †'), 1934KB Delpher (Rotterdamsch Nieuwsblad) · MMKB32:164670014:mpeg21:a00147Open het origineel ↗

Het gezicht is voller en de ogen zwaarder dan in 1913. Een klein gedrukt kruisje achter de naam in het onderschrift is het teken van de drukker voor een overlijden.

De necrologie onder het portret is het uitvoerigste eigentijdse verslag over hem dat we hebben. In één adem loopt ze zijn loopbaan door, van de zilveren medaille van de Academie via de Passage en de Groote Schouwburg tot de firma die hij tot de zijne maakte:

Overlijdensbericht — N. Tinbergen (architect), RotterdamKB Delpher (Rotterdamsch Nieuwsblad) · MMKB32:164670014:mpeg21:a00147Open het origineel ↗
N. TINBERGEN. † Gisteravond overleed alhier op bijna 80-jarigen leeftijd de heer N. Tinbergen, een zeer bekende figuur uit de Rotterdamsche bouwwereld van vóór den oorlog. De heer Tinbergen, die aan de Academie zijn opleiding ontving, won daar op het eind van zijn studie de groote zilveren medaille voor bouwkunst. Hij was vervolgens medewerker aan den bouw van de Passage en aan dien van den Groote Schouwburg. Daarna trad hij in de firma J. J. van Hattem en Zoon, naderhand omgezet in de firma N. Tinbergen en Zoon, die onder zijn leiding of als architect veel belangrijk werk in Rotterdam en elders heeft uitgevoerd, o.a. den bouw van de Koninginnekerk. Als deskundige voor de gemeente trad de heer Tinbergen herhaaldelijk op bij de groote onteigeningen in de binnenstad en elders. Ook was hij een tijd lang voorzitter van de Eerste Rotterdamsche Patroonsvereeniging voor de bouwvakken. … Hij was als diaken 36 jaar lid van den Kerkeraad en trad in 1929 als praeses uit het college van diakenen. Vele jaren was hij bestuurder en voorzitter van het ziekenhuis „Bethesda"… Op zendingsterrein was hij meer dan 40 jaar bestuurder van de vereeniging tot Bevordering der Zendingszaak. Ook met het Nieuwsblad heeft de heer N. Tinbergen vele jaren in intieme relatie gestaan. Als bouwkundig adviseur van wijlen den heer C. Sijthoff heeft hij heel den groei van ons bedrijf aan den Zuidblaak meegemaakt…
Rotterdamsch Nieuwsblad, 13 maart 1934, p. 17 (overlijdensbericht), “Overlijdensbericht — N. Tinbergen (architect), Rotterdam” · Open het origineel ↗

Ze vertelt ook over een maatschappelijk leven dat de gebouwen niet laten zien. Hij was voorzitter van het bestuur van het ziekenhuis Bethesda, waarvan hij in 1902 de veranda's had getekend en ondertekend. Zesendertig jaar was hij diaken van zijn kerk, waar hij in 1929 aftrad als praeses, en ruim veertig jaar zat hij in een zendingsbestuur. De stad deed keer op keer een beroep op hem als haar eigen deskundige bij de grote onteigeningen in de binnenstad.

De necrologie noemt ook de naamswijziging van de firma met zoveel woorden: hij trad in de firma J. J. van Hattem en Zoon, naderhand omgezet in de firma N. Tinbergen en Zoon. De burgerlijke stand legt hetzelfde overlijden vast. Zijn overlijdensakte, opgemaakt op 14 maart 1934, plaatst de dood twee dagen eerder, op de twaalfde om negen uur 's avonds, en noemt hem weduwnaar van Alida Koot:

Burgerlijke Stand Rotterdam, 999-09 overlijdensakten, akte 1934.1101 (1934-03-14)Stadsarchief Rotterdam (via Open Archieven) · Geboorte 999-01 akte 1854.1742 (hdl 21.12133/ABDC3004C4604E8980F6923E53FC29C3); Huwelijk 999-06 akte 1877.1172 met Alida Koot (hdl 675CC83C9A424BEDBA04FBDEDE35C5BB); Overlijden 999-09 akte 1934.1101 (hdl 7F97F016AA6142AE958DC93AC6E8E285)Open het origineel ↗
No. 1101. Grafn.° 680. Heden veertien Maart negentienhonderd vier en dertig verschenen voor mij, Ambtenaar van den burgerlijken stand van Rotterdam: Johan Louis van Zijl [?], lijkbezorger, oud zeven en veertig [?] jaren, wonende alhier — en Johannes Rosier, oud drie en zestig jaren, zonder beroep, wonende alhier, die verklaarden, dat op twaalf Maart dezes jaars, des na middags te negen uur, alhier is overleden: Nicolaas Tinbergen, oud negen en zeventig jaren, geboren en wonende alhier, zonder beroep, weduwnaar van Alida Koot [?], zoon van Simon Cornelis Tinbergen en Marrigje den Boer, beiden overleden. Waarvan akte, welke is voorgelezen. [handtekeningen: de twee aangevers en de ambtenaar van de burgerlijke stand]
Stadsarchief Rotterdam (via Open Archieven) · Nicolaas Tinbergen (1854-1934) — geboorte-, huwelijks- en overlijdensakten (Stadsarchief Rotterdam) · Geboorte 999-01 akte 1854.1742 (hdl 21.12133/ABDC3004C4604E8980F6923E53FC29C3); Huwelijk 999-06 akte 1877.1172 met Alida Koot (hdl 675CC83C9A424BEDBA04FBDEDE35C5BB); Overlijden 999-09 akte 1934.1101 (hdl 7F97F016AA6142AE958DC93AC6E8E285) · 1854/1877/1934 · Open het origineel ↗

Als zijn ouders noemt ze Simon Cornelis Tinbergen en Marrigje den Boer, dezelfde twee die de geboorteakte van de borstelmaker negenenzeventig jaar eerder had opgeschreven.

Wat er later met zijn gebouwen gebeurde, heeft hij grotendeels niet meer meegemaakt. De Passage werd verwoest bij het Duitse bombardement van 14 mei 1940, zes jaar na zijn dood, en de Groote Schouwburg raakte bij dezelfde aanval beschadigd en werd daarna gesloopt. De Koninginnekerk ging in de eerste maanden van 1972 tegen de vlakte. Een persfoto uit januari van dat jaar laat de kerk zien terwijl ze vanbinnen al wordt leeggehaald. Mannen tillen rijen donkere stoelen weg, terwijl het grote orgel en de preekstoel nog boven hen uitsteken:

De Koninginnekerk wordt gestript vóór de sloop, januari 1972. Foto: Hans Peters / Anefo, Nationaal Archief, CC0.Nationaal Archief / Anefo (Hans Peters), via Wikimedia Commons · Bestanddeelnr 925-3099; NA handle 10648/abddfc44-d0b4-102d-bcf8-003048976d84Open het origineel ↗

De pakhuizen van Van Beek aan de Admiraliteitskade, het pronkstuk van de zoon, werden in 1982 gesloopt. De Passage, de Groote Schouwburg, de Koninginnekerk en de pakhuizen: ze zijn allemaal weg.

Daarom betekent een meubelfabriek, gebouwd voor twee meubelmakers op een hoek ver van de grote straten, meer dan haar omvang doet vermoeden. Ze was helemaal zijn eigen ontwerp, en ze staat er nog. De zoon van de borstelmaker werkte zijn leven lang aan de grootste gebouwen van de stad, en het kleinste ervan, de hoek, is wat van hem overblijft.