De timmermanszaak die de architect kocht
De vergunning uit 1899 voor de hoek noemde als aannemer de firma J. van Hattem, een timmermanszaak aan de 1e Lombardstraat. Jan Jansen van Hattem had de zaak opgericht, en in zijn latere jaren leidde zijn zoon haar; die zoon stierf nog vóór zijn vader. Toen de vergunning werd afgestempeld, was de naam dus al oud. De familie was weg, maar de naam hing nog boven de deur van een werkplaats die inmiddels van een architect was. Dit is de firma achter die naam: de oprichter, zijn zoon en de verkoop waarmee de zaak uit de familie verdween.
Een timmermanszaak aan de Lombardstraat
Jan Jansen van Hattem dreef een timmermansaffaire aan de 1e Lombardstraat. Hij overleed op 22 maart 1888, en de gemeente legde zijn overlijden vast in een sobere akte.
De ambtenaar schreef de akte in de vaste formules van het register op, en omschreef de oude aannemer met de woorden die het register had voor een man die niet meer werkte:
Nederlandstalige brontranscriptie, ongewijzigd overgenomen: N.° 82. Grafn.° — Op heden den vier en twintigsten Maart achttien honderd acht en tachtig, zijn voor ons, Ambtenaar van den Burgerlijken Stand der Gemeente Rotterdam, verschenen: Daniel Visser, oud vier en dertig jaren, van beroep bedienaar en Dirk de Weij [?], oud vijftig jaren, van beroep bedienaar, beiden alhier wonende, geen bloedverwanten van natenoemen overledene, welke ons hebben verklaard, dat op den twee en twintigsten dezer des na middags ten acht ure, in een huis aan de Havenstraat alhier, is overleden: Jan Jansen van Hattem, in den ouderdom van negen en zeventig jaren, geboren en wonende alhier, zonder beroep, eerder weduwnaar van Wilhelmina Hendrika den Hengst, laatst weduwnaar van Margaretha Alida Polderman, zoon van Wouter van Hattem en van Maria Hendrika Jansen, beiden overleden. En hebben wij hiervan deze akte opgemaakt, welke na voorlezing is onderteekend door ons en de aangevers. [signatures:] D. Visser — D. de Weij — [registrar]
Volgens de akte was hij in de stad geboren en woonde hij er nog. Als beroep staat er zonder beroep.
De ‘& Zoon’ in de firmanaam
De Zoon in de firmanaam was Wouter, de zoon van de oprichter. Hij leidde de zaak in de latere jaren van zijn vader en overleed in 1887, een jaar eerder dan de oude man. Zijn dood is het kantelpunt van het hele verhaal.
Het overlijdensbericht stond die september in De Maasbode.
Heden overleed tot diepe droefheid van mij, mijne Kinderen en verdere familie, mijn hartelijk geliefde Echt- genoot, de Heer WOUTER VAN HATTEM J.Jzn., in den ouderdom van ruim 46 jaren. A. H. A. VAN MEIGAARDEN— Wed. W. Van Hattem J.Jzn. Rotterdam, 16 Sept. 1887. (1821)
Zijn weduwe ondertekende het bericht. Daarin heet hij Wouter van Hattem J.Jzn., dus Jan Janszoon, zoon van Jan, en juist dat patroniem verbindt de man die in 1887 stierf met de oprichter die in de krant wordt genoemd.
Buiten de familie
Met de zoon dood en de vader op leeftijd ging de firma helemaal uit de familie. De weduwe van de zoon, A. H. A. van Meigaarden, deed haar over. Op 1 januari 1888 ging de zaak, geadverteerd onder de volledige naam J. J. van Hattem & Zoon, over naar de architect Nicolaas Tinbergen, die vanaf die dag aan het hoofd stond.
Hoe Tinbergen de koop zelf zag, en wat er in de advertentie stond, staat in het verdiepingsstuk over . Wat hij behield, was de naam. De werkplaats bleef zaken doen als Van Hattem en kreeg pas later zijn eigen naam, N. Tinbergen en Zoon; geen gedateerd bericht uit die jaren laat zien wanneer dat gebeurde. Wel blijkt uit één gedrukte bron hoe lang de oude naam meeging. In 1901, dertien jaar na de verkoop, stond de firma in het adresboek nog altijd onder de naam Van Hattem op haar adres aan de Lombardstraat.
De naam overleefde de familie dus met ruim tien jaar. Toen elf jaar na de verkoop de tekeningen voor de meubelwerkplaats op de hoek werden ingediend, was de aannemer daarop nog steeds ‘Firma J. van Hattem’, terwijl de firma sinds 1888 van Tinbergen was. De man die de geveltekening ondertekende en de aannemer op de aanvraag waren één onderneming, en die was van Tinbergen . De vergunning zelf wordt blad voor blad besproken in .
De andere firma Van Hattem
Twee naamgenoten vertroebelen het verhaal. De ene is de Wouter die in 1840 werd geboren, zoals hierboven beschreven. De andere is verleidelijker, want die zet een Van Hattem in de meubelbranche. Een andere Rotterdamse firma, ‘A. van Hattem & Zoon’, werkte als stoffeerder en behanger aan de Oppert. Een woninginrichtingszaak met die naam, zo dicht bij een verhaal over een meubelfabriek, roept het vermoeden op dat de oprichter een zoon was van aannemer Van Hattem.
Dat vermoeden is maar in één vorm te toetsen, en in die vorm houdt het geen stand. De oprichter van het aannemersbedrijf had wel degelijk een zoon die Arie heette. Een geboorteakte vermeldt hem op 25 augustus 1846, en een overlijdensakte van 3 september 1849 vermeldt dat hij stierf toen hij drie jaar en acht dagen oud was. Arie stierf als klein kind en kan dus niet de ‘A.’ van de firma aan de Oppert zijn. Die firma zat op Oppert 78, zonder gevonden band met Van Duffelen & Pelt of met de hoek, en een zoekactie in Delpher op de naam Van Hattem samen met Rochussenstraat 169 levert helemaal niets op. Of de twee families Van Hattem in de verte familie van elkaar waren, zeggen de bronnen niet. Ze laten alleen zien dat er geen verband tussen de firma aan de Oppert en dit gebouw is gevonden.
In 1899 was de firma uit de vergunning al elf jaar een zaak van Tinbergen, en toch deed ze in de stad nog zaken onder de naam van een timmerman die in 1888 was gestorven.