N.V. Mij. voor Woninginrichting P. van Reeuwijk
In het late voorjaar van 1940 ging de winkel op de hoek voor een paar maanden over naar een firma die uit een brandende stad kwam. De Maatschappij voor Woninginrichting van Van Reeuwijk opende op donderdag 23 mei 1940 tijdelijke showrooms in Rochussenstraat 169, negen dagen na het bombardement dat de Rotterdamse binnenstad verwoestte, en daarmee ook de eigen winkel aan de Nieuwe Binnenweg. De noodwinkel aan de Nieuwe Binnenweg ging in september open, maar een bericht van december gaf 169 nog steeds op als kantoor van de firma . Uit de kranten blijkt dus dat het adres verschillende functies had, maar een vaste sluitingsdatum van de showroom geven ze niet . Lang bleef de firma niet op de hoek. Toen ze er kwam, bestond ze al een kwarteeuw en was ze al eens eerder verwoest.
Opgericht aan de Kipstraat, 1915
De onderneming begon op 1 februari 1915 als meubelmagazijn aan de Kipstraat, in het oude hart van Rotterdam, waar klanten uit voorraad werden geholpen en niet vanuit een showroom. De oprichter, Pieter Nicolaas van Reeuwijk, was op 22 november 1889 in Rotterdam geboren. Het meubelvak zat in de familie. Op zijn geboorteakte staat zijn vader als meubelmaker Klaas van Reeuwijk, dus het vak was al van vader op zoon overgegaan voordat de firma werd opgericht.
Akte nr. 6002 (Rotterdam, geboorten 1889 — een van de zes akten op de pagina; de overige, nrs. 6000, 6001 en 6003–6005, hebben geen verband met deze akte en zijn N/A). - Aangiftedatum: den vijfentwintigsten November achttien honderd negen en tachtig [25 nov. 1889] - Aangever: Hendrika Johanna Visser, geboren Neitz, oud zevenveertig jaren, van beroep verloskundige, wonende alhier - Verklaring: dat op den tweeentwintigsten dezer [22 nov. 1889] des na middags te zeven uur, in een huis aan de Ravensteinstraat[?] alhier, is geboren een kind van het mannelijk geslacht - Moeder: Arina Bot, zonder beroep, huisvrouw van - Vader: Klaas van Reeuwijk, meubelmaker, wonende beiden alhier - Kind: welk kind zal genaamd worden Pieter Nicolaas - Getuigen: Hendricus Conradus de Vlaam Hugenholtz, 33, ambtenaar; Arie Johannes van Heerwaarden[?], 36, ambtenaar
Hij begon niet alleen. Op 21 augustus 1913, anderhalf jaar voordat de deuren opengingen, trouwde hij met Johanna Maria van Walsum. Volgens het huwelijksregister was hij drieëntwintig en al koopman in meubelen. Als vader van de bruid staat er Johannes Abraham van Walsum, die in 1929 zelf in de raad van commissarissen van de firma zou zitten.
Akte nr. 2459 (Rotterdam, huwelijken 1913 — de naastliggende akte nr. 2457, Meijer × Ahsman, heeft geen verband met deze akte en is N/A). - Datum: Heden eenentwintig Augustus negentien honderd dertien [21 aug. 1913] - Bruidegom: Pieter Nicolaas van Reeuwijk, oud drieentwintig jaren [23], koopman in meubelen [meubelhandelaar], geboren en wonende alhier, meerderjarige zoon van - Ouders bruidegom: Klaas van Reeuwijk, oud drieenvijftig jaren [53], koopman in meubelen, en Arina Bot, oud vijfenvijftig[?] jaren, zonder beroep, beiden wonende alhier - Bruid: Johanna Maria van Walsum, oud eenentwintig jaren [21], zonder beroep, geboren en wonende alhier, meerderjarige dochter van - Ouders bruid: Johannes Abraham van Walsum, oud negenendertig[?] jaren, koopman in vetwaren[?], en Johanna Maria Laurens, oud eenenveertig jaren, zonder beroep, beiden wonende alhier - Getuigen: Martinus Simon van Walsum, 41, pakhuisbaas, oom van de echtgenote; Jacob Pet[?], 40, [riemenmaker?]; Dirk Hoogman[?], kantoorbediende, behuwdbroeder van den echtgenoot; Josephus Johannes Jacobus Sluijter, 34, winkelbediende — allen wonende alhier - Beide echtgenoten (P. N. v. Reeuwijk; J. M. v. Walsum) en de getuigen hebben ondertekend.
Een bericht bij het gouden jubileum noemde hen allebei: de firma was opgericht door wijlen P. N. van Reeuwijk samen met zijn vrouw, Johanna Maria van Reeuwijk-van Walsum, die aan de Kipstraat 11–13 de basis voor de zaak had gelegd. Op de receptie voor het veertigjarig bestaan in 1955 kreeg zij als directrice een gouden medaille van een middenstandsvereniging, en het verslag schreef haar veertig jaar aan het hoofd van de zaak toe. Dat zegt iets over de praktische leiding die zij volgens de bronnen had. De aandeelhouderslijst van 1942 is een ander soort stuk, een gedateerde lijst van formele benoemingen, en die stelt haar plaats in de statutaire organen van de N.V. niet vast.
Het magazijn groeide snel. Op 22 april 1919 opende Van Reeuwijk een nieuw gebouwde uitbreiding aan de Kipstraat, met een moderne winkelpui en modelkamers. Eind jaren twintig had de firma een rij panden van Kipstraat 11 tot en met 27 in gebruik, met magazijnen, showrooms en ook de woning van de directeur.
De nieuwe zaak der firma P. Van Reeuwijk. Heden opent de heer P. Van Reeuwijk een nieuw bijgebouwd gedeelte van zijn meubelmagazijn aan de Kipstraat 11—19. Onder architectuur van den heer W. J. Mommaal, geassisteerd door de firma's W. K. F. Banis, die de verlichting, Paludanus, die het verfwerk, en Cleton, die het glas-in-lood verzorgden, is een chic interieur tot stand gebracht met verschillende modelkamers, waarin de geëtaleerde meubelen goed tot hun recht komen. Ook de moderne winkelpui maakt een aangenamen indruk en noodt tot kijken.
Het Rotterdamsch Nieuwsblad beschreef het nieuwe pand aan de Kipstraat 11–19 die dag als een chic interieur met modelkamers achter een moderne winkelpui. De architect was W. J. Mommaal; Banis deed de verlichting, Paludanus het schilderwerk en Cleton het glas-in-lood. Al toen presenteerde de firma zich als een moderne woninginrichting.
De brand van 27 april 1929
In de nacht van 27 april 1929 ging alles in vlammen op. De plaatselijke krant had het over een laaiende vuurzee. In een paar uur legde die de meubelmagazijnen van Van Reeuwijk in puin, samen met een blok van zo'n vijftien tot zeventien aangrenzende huizen, op ongeveer 4.500 vierkante meter; de schade liep boven het miljoen gulden en zeventien gezinnen raakten hun huis kwijt. Het gezin kwam er levend uit, de directeur met een kind in zijn armen de trap af. Een verslaggever noemde een elektrische oorzaak het waarschijnlijkst, in een monsterkamer naast het kantoor, bij de schakelkast. De brand werd de hele nacht en tot in de volgende dag gefotografeerd, en vijf opnamen uit die reeks zijn hier aanwezig.
Het eigen naambord van de firma maakt duidelijk waar het is. Het hangt nog aan een stalen balk boven een winkelpui die is teruggebracht tot verkoolde balken en puin:
Op een bewaard gebleven stalen ligger boven de uitgebrande winkelpui staat: "P. v. REEUWIJK" (de firmanaam op het bord is te midden van de verwoesting blijven zitten).
Door de letters staat buiten twijfel dat dit de ruïne van Van Reeuwijk is. De andere opnamen laten de brand zelf zien en wat ervan overbleef. Op de nachtfoto staan brandweerlieden en kijkers op natte kinderkopjes tussen een wirwar van slangen, terwijl waterstralen in een boog een brandend gebouw van een paar verdiepingen in gaan. Een gevelopschrift …MEUBILEERING en een hoge reclamezuil van SHELL plaatsen het beeld in een Rotterdamse straat, zodat het meer laat zien dan alleen een brand. Daarnaast toont een daglichtopname de draagconstructie van het gebouw, helemaal kaalgebrand, de bakstenen gevel bovenin nog half overeind en de verdiepingen erachter ingestort tot puin:
Nog twee foto's leggen de nasleep vast, een vanaf de straat en een van bovenaf. Het overzicht bij daglicht toont uitgebrande bakstenen muren zonder dak, verwrongen ijzeren spanten en rokend puin, met daarachter het ongeschonden gebouw Concordia, dat de plek vastlegt. De opname van bovenaf kijkt uit over het hele uitgebrande blok, met daarachter een Rotterdamse skyline van geveltoppen, kerktorens en een molen:
De brand haalde ook de voorpagina van de plaatselijke krant. Op 29 april 1929 zette het Rotterdamsch Nieuwsblad er een kop boven: Groote brand op de Kipstraat … een vuurzee als in geen jaren aanschouwd … bebouwde oppervlakte van 4500 M² in enkele uren een ruïne. De krant gaf de cijfers die geen foto kan geven: zo'n 4.500 vierkante meter bebouwing in een paar uur tot ruïne geworden, en een totale schade van meer dan een miljoen gulden.
Krantenkop: "Rotterdamsch Nieuwsblad. Maandag 29 April 1929. No. 15.674. VIERDE BLAD." Kop: "GROOTE BRAND OP DE KIPSTRAAT. — Een vuurzee als in geen jaren aanschouwd. — BEBOUWDE OPPERVLAKTE VAN 4500 M2 IN ENKELE UREN EEN RUÏNE. — Totaal-schade van ruim f 1.000.000.—" "Op het terrein van den brand": "Zaterdagavond even over halfelf is in de magazijnen van de N.V. Piet van Reeuwijk, den welbekenden meubelhandel aan de Kipstraat 11—27, een geweldige brand uitgebroken, zóó groot en zóó geweldig, dat men in de gedachten terug moet gaan tot den brand in de kistenfabrieken der firma Van der Lugt aan de Prins Hendrikkade welke op 3 November 1902 begon, om een vergelijking mogelijk te maken. ..." Fotobijschriften: (boven) "Op deze foto is duidelijk te zien welke ontzettende verwoestingen het vuur in de magazijnen heeft aangericht."; (linksonder) "Wat er van het prachtige magazijn der N.V. Piet van Reeuwijk gistermorgen in de vroegte nog over was."; (rechtsonder) "Gistermorgen keerde in de Breedestraat, toen het gevaar was geweken, [terug] de moeders ... die met haar kinderen op Zaterdagnacht de vlucht hadden genomen."
Door de brand moest de firma naar de Nieuwe Binnenweg, en kort daarna leidde hij ook tot een wijziging van haar statuten. Ze heette toen al een naamlooze vennootschap: het brandverslag van 29 april 1929 spreekt van N.V. Piet van Reeuwijk, bijna vijf maanden vóór het Koninklijk Besluit. Die herfst keurde het ministerie de gewijzigde statuten goed, en in 1938 was de firma beursgenoteerd. Het Vaderland drukte de wijziging die oktober af.
Mij. voor Woninginrichting Piet van Reeuwijk. In een bijvoegsel tot de St.-Ct. Nr. 197 zijn opgenomen de statuten van de N.V. Maatschappij voor Woninginrichting Piet van Reeuwijk, te Rotterdam, bewilligd bij Kon. besluit van 19 September 1929, met een kapitaal van ƒ 1.100.000 verdeeld in 1000 gewone en 100 6 pct. cumulatief preferente aandeelen, elk groot ƒ 1000.—, waarvan geplaatst zijn 259 en 100 preferente aandeelen. Directeur is de heer P. N. van Reeuwijk te Rotterdam en commissarissen zijn de heeren J. P. Alofs, te Bussum; M. A. van Bateles [?], te Enschedé; S. van Dantzig, te Rotterdam en J. A. van Walsum, koopman te Rotterdam. De vennootschap heeft ten doel den handel, zoowel in het groot als in het klein, van alle koopmansgoederen op het gebied van woninginrichting, zulks zoowel voor eigen rekening als voor rekening van derden, het oprichten van en deelnemen in aanverwante bedrijven, alles in den meest uitgebreiden zin des woords, alsmede het voeren van directiën van andere dergelijke ondernemingen. [Het overige deel van de pagina, met niet-verwant beurs- en bedrijfsnieuws, is niet overgeschreven.]
Volgens het Koninklijk Besluit van 19 september 1929 legden de gewijzigde statuten een kapitaal vast van ƒ1.100.000 in gewone aandelen en preferente aandelen van zes procent. P. N. van Reeuwijk werd directeur, en zijn schoonvader J. A. van Walsum zat in de raad van commissarissen. Een tweede, financieel bericht vult een bedrag in dat de eigen gegevens van de firma open lieten. Het geplaatste en gestorte kapitaal was ƒ359.000, onder gewijzigde statuten met een ministeriële verklaring van geen bezwaar:
MIJ. VOOR WONINGINRICHTING PIET VAN REEUWIJK. Maatschappelijk kapitaal ƒ 1.100.000, waarvan geplaatst en volgestort ƒ 359.000 Op de gewijzig[d]e statuten der maatschappij voor woninginrichting Piet van Reeuwijk te Rotterdam is de ministerieele verklaring van geen bezwaar blijkens Stcrt 197 afgekomen. Het kapitaal der vennootschap bedraagt thans ƒ 1.100.000 verdeeld in 1000 gewone aandeelen elk groot ƒ 1000 en 100 6 % cumulatief preferente aandeelen eveneens groot ƒ 1000 per stuk. In het kapitaal is deelgenomen door den heer P. N. van Reeuwijk in privé voor 139 gewone aandeelen, 100 6 % cum. pref. aandeelen en in zijn hoedanigheid van directeur der N.V. Piet van Reeuwijk's Algemeene Handelmaatschappij voor 100 gewone aandeelen, door den heer Van Walsum voor 15 gewone aandeelen en door den heer Hulsker voor 5 gewone aandeelen, welke alle volgestort zijn uitgegeven.
Elf jaar na de brand aan de Kipstraat, op 14 mei 1940, werd op zijn beurt de winkel aan de Nieuwe Binnenweg verwoest . Uitgebrand in 1929, weggebombardeerd in 1940: zo kwam de firma als huurder op de hoek terecht.
De hoek in 1940
Negen dagen na het bombardement was de firma weer open, in Rochussenstraat 169. Een advertentie meldde de opening, de voorraad en waar je moest zijn:
VAN REEUWIJK'S MAATSCHAPPIJ VOOR WONINGINRICHTING Kantoren voorloopig gevestigd: BERGSINGEL No. 72 BELANGRIJKE MEDEDEELING Onze fabrikanten en andere leveranciers hebben met groote welwillendheid tot onze beschikking gesteld een groote en schitterende collectie Slaapkamers - Huiskamers - Zitkamers Kantoorinstallaties - Tapijten - Gordijnen die wij gaan verkoopen in onze nieuwe tijdelijke SHOWROOMS ROCHUSSENSTRAAT 169 WELKE A.S. DONDERDAG 23 MEI WORDEN GEOPEND Complete Woninginrichting DIRECTE LEVERING VAN REEUWIJK'S MAATSCHAPPIJ VOOR WONINGINRICHTING ROCHUSSENSTRAAT 169 Telefoon Nieuwe Showrooms 30047
De kantoren zaten volgens de advertentie voorlopig aan de Bergsingel 72, en de showrooms op 169 waren nieuw en tijdelijk. Te koop waren slaapkamers, woonkamers, zitkamers, kantoorinrichtingen, tapijten en gordijnen, door fabrikanten en andere leveranciers voor de verkoop aangeleverd. Het nummer van de nieuwe showrooms was de telefoonlijn van de hoek, 30047. In september beschreef een verslag de opening van de noodwinkel aan de Nieuwe Binnenweg, met achttien etalages, een galerij door naar de Breitnerstraat, elektrische verwarming en boven een tapijtafdeling. Hetzelfde verslag zegt dat er na het bombardement showrooms aan de Rochussenstraat waren ingericht. In december plaatste een oproep voor een vergadering het kantoor van de firma op 169, niet de showrooms. Wanneer de winkel op de hoek precies ophield, blijft met deze stukken onzeker.
Het eerste groote noodmagazijn te Rotterdam geopend Het eerste groote nood-magazijn te Rotterdam, het complex van toonzalen van de N.V. Maatschappij van woninginrichting P. van Reeuwijk aan den Nieuwe Binnenweg, is gistermiddag onder groote belangstelling door een vertegenwoordiger van het gemeentebestuur officieel geopend. Weinige dagen na de ramp, welke de Maasstad op 14 Mei trof, had de directie van Piet van Reeuwijk reeds plannen beraamd om het bedrijf zoo spoedig mogelijk voort te zetten en zoo konden, dank zij veler medewerking — niet in de laatste plaats van het personeel — toonzalen aan de Rochussenstraat worden ingencr.t [ingericht]. Met deze noodoplosMng [noodoplossing] niet tevreden, was de directeur een van de eersten, die bij het gemeentebestuur om grond vToeg [vroeg] voor het oprichten van een noodbedrijf, dat thans aan den Nieuwe Bir.r.enweg [Binnenweg] is verrezen. Het pand is evenals alle noodbedrijven opgetrokken van steen, die op een betonnen voet rust. Naar de aard van tet [het] bedrijf is veel glas gebuikt [gebruikt]; niet minder dan 18 etalages bieden den kijkers gelegenheid zich op de hoogte te stellen van de verschillende stijlen van meubileering. Voor een deel zijn deze etalages ondergebracht in een galerij, welke de verbinding vormt tusschen den Nieuwe Binnenweg en de Breitnerstraat. Op de eerste verdieping van het pand, dat geheel electrisch wordt verwarmd, is eveneens een ruime collectie meubelen samengebracht en voorts treft men er de tapijtafdeeYing [tapijtafdeeling] aan. Zoowel het in lichte kleuren gehouden exterieur als het smaakvol aangekleede en met schilderijen van MacLean voornaam aandoende interieur, vagen den indruk van een noodgebouw volkomen weg. De heer S. van Dantzig, president-commissaris van de N.V. Piet van Reeuwijk heeft een openingsrede gehouden, waarna de heer C. Küppers namens B. en W. van Rotterdam uiting gaf aan de waardeering voor de energie en voortvarendheid, waarmede de Rotterdamsche zakenlieden zijn vervuld. In zijn dankwoord richtte de heer van Reeuwijk zich tot den architect en den aannemer, tot het personeel en tot MacLean, wiens schilderijen in het noodbedrijf worden geëxposeerd. Spr. herinnerde er aan, dat in tien jaar tijds het bedrijf twee keer is vernietigd. Den eersten keer was het bedrijf in twee weken weer op gang en thans reeds na enkele dagen, hetgeen aan het personeel te danken is geweest.
Het bericht van december riep de aandeelhouders op voor een algemene vergadering op dinsdag 24 december 1940 ten kantore der Vennootschap, Rochussenstraat 169. De agenda lag ter inzage bij de buren, op Rochussenstraat 171:
"N.V. Mij. voor Woninginrich- / ting P. van Reeuwijk / ROTTERDAM. Algemeene Vergadering van Aan- / deelhouders op Dinsdag 24 December / a.s., ten kantore der Vennootschap, / Rochussenstraat 169, Rotterdam, om / 11.45 uur v.m. Agenda ligt ten kan- / tore der N.V., Rochussenstraat 171 / te Rotterdam ter inzage en is ver- / krijgbaar bij de ROTTERDAMSCHE …" (afgekapt)
Geen ander document zet in de winter van 1940 het statutaire kantoor van de firma, en niet alleen de showrooms, op 169. Het is ook het stuk waarin 171 opduikt, het tweede huis vanaf de hoek, dat er zo vaak mee verward wordt.
De man wiens naam boven de deur stond, woonde er niet achter. De directeur woonde elders: zijn gezinskaart noemt de familie op een reeks Rotterdamse adressen, vanaf 1929 in Hillegersberg en vanaf 1930 in Hilversum.
HUIZING (adres chronologie, genummerde rijen 1–5): 1. Boezemsingel 212b[?] / Goud[schestraat?] 2. [Scheg?]straat 60a — Kipstr.[aat] 29a 3. 15[?]-27/6-'24 Goudschesingel 227b[?] 4. 31/[?] [19]29 Oost Zeedijk[?] p.37[?] 5. 26/10 1932 Oost Zeedijk 62 VORIGE WOONPLAATS: GK [gezinskaart] Klaas van Reeuwijk · GK Johanna [Maria] v. Walsum WAARHEEN VERTROKKEN: 16/11 '29 H['bergsche?] Molenlaan 92 — geh.[uwd] met [de Lange?] · 20/9 1930 Hilversum, [Bothalaan?] — Kostschool "Hill House"[?] (Dir.[ecteur] toeg.[?]) OPGAVE WETTIG DOMICILIE: Ned. Herv.[?] · Agenda 1929 dossier 20 Aanmerkingen: 8/12-'45 terug [FK?] · [stempels: G.D. · B.D. · "L"]
Hij dreef de winkel op de hoek, maar woonde er nooit. De mensen die echt in een zaak van Van Reeuwijk werkten, hebben hun eigen verhaal, verteld aan de hand van . De schaduw die de oorlog later over de directeuren van de firma wierp, is .
Na de hoek: de jaren aan de Binnenweg
De firma vertrok in 1940 van 169 en ging zonder dat adres nog veertig jaar door. Pieter Nicolaas van Reeuwijk overleed op 22 mei 1949. Het Algemeen Handelsblad meldde de dag erna dat hij plotseling was overleden, thuis aan de Oostzeedijk, negenenvijftig jaar oud. Volgens het overlijdensbericht was hij omstreeks 1914 in een klein benedenhuis begonnen, en zou zijn werk van vijfendertig jaar bekroond worden met een nieuw pand waarvan hij de opening niet meer meemaakte; het overlijdensbericht plaatst dat pand aan de Oude Binnenweg. Latere bronnen geven als adres van de firma na de oorlog Binnenwegplein 26.
P. N. VAN REEUWIJK † In de nacht van Zaterdag op Zondag is de heer P. N. van Reeuwijk, directeur van de N.V. Maatschappij voor Woninginrichting P. van Reeuwijk, in zijn woning aan de Oostzeedijk te Rotterdam plotseling overleden. De heer Van Reeuwijk was 59 jaar oud. De bekroning van 35 jaar hard werken, nl. de ingebruikneming van het nieuwe gebouw, dat op het ogenblik aan de Oude Binnenweg bezig is te verrijzen en waarmee de heer Van Reeuwijk in de toekomst grootscheepse plannen hoopte te verwezenlijken, heeft hij niet mogen beleven. Het was omstreeks 1914, dat de heer Van Reeuwijk in een klein benedenhuis begon met de verkoop van meubelen. De zaken floreerden en zo opende hij enige jaren later een kleine winkel in de Kipstraat. Dit werd het bescheiden begin van een groot winkelcomplex, dat zich in de loop der jaren vormde, door de aankoop van aangrenzende percelen en zelfs van een schoolgebouw. Op 27 April 1929 legde een enorme brand, waarvoor schier het geheele brandweermateriaal van Rotterdam uitrukte, dit complex in de as. Op dezelfde plaats verrees toen een nieuw winkelgebouw, dat echter in de Meidagen van 1940 aan het oorlogsgeweld ten prooi viel. De zaken werden voortgezet in een groot noodgebouw aan de Nieuwe Binnenweg.
Een zoon, Klaas, overleed zes maanden na zijn vader in Rotterdam, op 18 november 1949, al maakt maar één indexregel van een familiebericht hem tot zoon van de oprichter, en geldt die identificatie daarom het best als waarschijnlijk. Johanna, de weduwe van Pieter Nicolaas, overleefde hem bijna dertig jaar. Bij het veertigjarig jubileum in 1955 kreeg zij veertig jaar aan het hoofd van de firma toegeschreven, vanaf de oprichting. Het portret uit 1971 dat hier staat, toont haar in de belangrijkste naoorlogse showroom van de firma aan het Binnenwegplein:
Ze zit aan een lage tafel in de showroom, pen boven een notitieblok, met achter zich een bombécommode en een gestoffeerde stoel. Ze overleed in april 1977 in Nice, in Frankrijk, vijfentachtig jaar oud. In de necrologie van een Rotterdams jaarboek heette ze medeoprichtster en oud-directrice van de firma.
Toen naderde ook de firma zelf haar einde. Na de oorlog was ze opnieuw opgebouwd aan het Binnenwegplein 26, met showrooms vol modelkamers, en handelde ze als beursgenoteerd bedrijf onder president-directeur T. Terlouw. Rond 1980 was het een groep van zo'n 290 man personeel, met dochterbedrijven als De Tijdgeest en Woonstad. Bij het gouden jubileum in 1965, vijftig jaar na de oprichting aan de Kipstraat, besloot de onderneming een bonus van vijftig procent in aandelen voor te stellen op grond van de herkapitalisatiewet van 1957:
Van Reeuwijk geeft bonus van 50 procent Mij. voor Woninginrichting P. van Reeuwijk heeft besloten — ter gelegenheid van de viering van het feit, dat 50 jaar geleden de grondslag voor het bedrijf gelegd werd — voor te stellen om, gebruikmakende van de wet op de herkapitalisatie 1957, een bonus van 50 procent ter beschikking van aandeelhouders te stellen. Naast deze bonus van 50 procent in aandelen, niet delend in de wi[nst over het lopende boekjaar] […]
Tot het einde bleef de firma haar jubilea vieren. Een bericht meldt dat bestuur en directie op woensdag 1 oktober 1975 van vier tot zes een receptie gaven aan het Binnenwegplein 26, voor het zestigjarig bestaan van de firma en het veertigjarig jubileum van president-directeur T. Terlouw.
Commissarissen en directie van de NV Woninginrichting P. van Reeuwijk te Rotterdam vieren op woensdag 1 oktober van 4-6 uur met een receptie in hun gebouw aan het Binnenwegplein 26 te Rotterdam het 60-jarige bestaan van de zaak en het 40-jarig jubileum van president-directeur T. Terlouw.
Vroom & Dreesmann breidde zijn belang uit van ongeveer een tiende in 1977 tot twee vijfde. Nadat de firma over 1980 vijf miljoen gulden verlies had geleden, deed Vroom & Dreesmann op 16 juni 1981 een formeel bod op de uitstaande aandelen. Het bericht bood exemplaren van de overnamevoorwaarden aan en noemde een uiterste datum voor aanmelding.
N.V. Maatschappij voor Woninginrichting Van Reeuwijk Ondergetekende deelt mede, dat exemplaren van het Bericht inzake het aanbod ter overneming van de nog uitstaande gewone aandelen en oprichtersbewijzen N.V. Maatschappij voor Woninginrichting Van Reeuwijk verkrijgbaar zijn ten kantore van Algemene Bank Nederland N.V. te Amsterdam. De aanmelding ter overneming dient uiterlijk op woensdag 15 juli 1981 des namiddags 3 uur bij bovenvermeld kantoor te geschieden. Amsterdam, 16 juni 1981 VROOM & DREESMANN (Formele financiële kennisgeving in een kader in de advertentiekolommen; rest van de pagina n.v.t.)
Het legt het bod vast, niet dat de overname ook is afgerond.
Het veertigjarig jubileum in 1955 was het grotere feest geweest. Op de receptie van 3 februari reikte de vertegenwoordiger van de vereniging de gouden medaille uit aan de directrice:
Jubileum N. V. P. van Reeuwijk (Van onze correspondent) Rotterdam, 4 Febr. Tijdens de gisteren gehouden receptie ter gelegenheid van het 40-jarig jubileum der N.V. Mij voor Woninginrichting P. van Reeuwijk heeft de heer C. van der Linden namens de Koninklijke Nederlandse Middenstandsbond, afdeling Rotterdam, aan de directrice der jubilerende N.V., mevrouw Van Reeuwijk-Van Walsum, de gouden legpenning van de bond verleend […]
Over wiens medaille het was, zijn de kranten het niet eens. In het hier getoonde Algemeen Handelsblad reikt C. van der Linden haar uit namens de Koninklijke Nederlandse Middenstandsbond, afdeling Rotterdam. Het Rotterdamsch Parool noemt dezelfde man voorzitter van de Rotterdamse Middenstandsvereniging Handel en Nijverheid en spreekt van de gouden gedenkpenning van die vereniging. Het Parool is uitvoeriger en noemt haar het eerste directielid van een N.V. dat de onderscheiding kreeg. Haar statutaire rol staat daarmee nog niet vast.
VOOR DIRECTIE VAN REEUWIJK: Honderden gelukwensen in zaal vol bloemstukken De directie van P. van Reeu- wijks Woninginrichting is gister- middag uren lang in touw geweest om het drukken van handen. Hon- derden vrienden en relaties gaven in de Schotse kerk aan de overkant ter gelegenheid van het veertigjarig bestaan van de firma, de feestzaal een bijzonder prettige en feestelijke stemming, die stellig nog werd ver- hoogd door de aanwezigheid van een indrukwekkende collectie bloem- stukken. Mevrouw Van Reeuwijk-Van Walsum was het middelpunt van alle hartelijke belangstelling. Zij werd door een aantal sprekers da- nig in het zonnetje gezet. Een van hen was de heer C. van der Linden, voorzitter van de Rot- terdamse Middenstandsvereniging „Handel en Nijverheid”. Hij memo- reerde dat de firma Van Reeuwijk ondanks haar grote groei toch altijd is blijven beschouwen als midden- standszaak. Vandaar ook dat de heer Van der Linden de directrice de gouden ge- denkpenning van „Handel en Nij- verheid” kon overhandigen. Zij was het eerste directielid van een N.V., dat een dergelijke onderscheiding kreeg. De heer A. Nieuwland bracht ge- lukwensen over namens het geza- menlijke personeel van de zaak, dat door een deputatie was vertegen- woordigd. Men kwam niet met lege handen; het jubileumgeschenk was een groot tegeltableau, voorstellen- de de twee vroegere zaken en het tegenwoordige pand aan de Binnen- weg. De presidentcommissaris, prof. mr. G. de Grooth, trok in een toespraak een vergelijking tussen de ontwik- keling van de firma Van Reeuwijk en de stad Rotterdam; beide hebben tegenslagen gehad, maar beide zijn steeds belangrijker geworden. Prof. De Grooth bood mevrouw Van Reeuwijk een cigarettendoos aan. Het woord werd verder gevoerd door de heren J. A. de Bruyne en J. Muusse, beiden goede relaties. De laatste bood een schilderij aan dat de eerste vestiging aan de Kip- straat voorstelde. Onder de zeer vele andere bezoekers waren ook relaties van over de grenzen.
In december 1958 beschreef een bericht plannen om het pand aan de Binnenweg uiterlijk in maart 1960 met twee volledige verdiepingen op te hogen:
Hieruit volgen twee dateringen. Het permanente pand aan de Binnenweg werd in maart 1950 officieel in gebruik genomen. Dat betekent dat het noodbedrijf in september 1940 (`gedocumenteerde bewering`) de firma tien jaar van dienst was. In 1958 waren er plannen om het gebouw met twee verdiepingen uit te breiden.
Die dag kreeg de firma twee afbeeldingen van haar eigen verleden. Een zakenrelatie bood een schilderij aan van de oorspronkelijke winkel aan de Kipstraat, en het personeel gaf een groot tegeltableau met de twee vroegere panden en het huidige pand aan de Binnenweg. Het schilderij en het tableau zijn geen van beide teruggevonden.
Wat bewaard is gebleven
De index op het Rotterdamse handelsregister noemt N.V. Maatschappij voor Woninginrichting P. van Reeuwijk en twee oudere persoonlijke dossiers, maar de dossiers zelf zijn niet gedigitaliseerd en liggen in het Nationaal Archief. Wat er wel is: akten van de burgerlijke stand, de winkelopening van 1919, foto's en verslagen van de brand van 1929, de berichten over de noodvestiging in 1940, jubileumverslagen en het portret uit 1971.