2
Hoofdstuk 2 van 31 · 22 min

2Vergunning, steen en stoom

1899–1902

Op 23 mei 1899 kwam de toestemming. Elf dagen later legden een jongen van negen en een van zes de eerste steen, en in november 1900 sloegen inbrekers al een ruit in de voordeur in.

Bouwvergunning — nieuwbouw van een dubbel woonhuis met pakhuis/werkplaats, Rochussenstraat 169Stadsarchief Rotterdam · toegang 396-01-04, inv. 15285, dossier 1899-0786 (Delfshaven sectie B 6191)Geen online kopie: er is geen openbare permalink vastgelegd

01Een firma zoekt ruimte

Op 7 november 1892 boden de meubelmakers Van Duffelen & Pelt vanuit hun ruimten aan de Lange Warande 75-77 mahoniehouten linnenkasten, een notenhouten salonkast en een schrijfbonheur in uitverkoop aan. De reden was zo eenvoudig als het maar kan: ze hadden geen plaats meer. De firma bestond nog geen drie jaar. Op 1 januari 1892 had ze in een nieuwjaarsgroet haar klanten bedankt bij het einde van haar afgeloopen tweede jaarkring, en zich op datzelfde adres Meubelfabriekanten en Stoffeerders genoemd.

In dat eerste decennium kwam de firma steeds opnieuw ruimte tekort. Van Duffelen & Pelt begon omstreeks 1890 in gehuurde ruimten aan de Lange Warande, eerst op nummer 77 en daarna op de nummers 75-77. Uiterlijk in 1893 of 1894 was ze verhuisd naar een werkplaats aan het Haagscheveer 34, waar ze tot de eeuwwisseling bleef. Van die deuren is geen foto bekend, maar de straten eromheen zijn er nog, in .

Verdiepende dossiers:

02Een meesterstuk voor een dokter

Eén keer laat de overlevering goed zien wat er in die krappe ruimten gemaakt kon worden. Op 17 september 1895 vierde dr. S. J. Halbertsma dat hij vijfentwintig jaar eerder in de geneeskunde was gepromoveerd. Om negen uur die ochtend bracht een commissie van zijn patiënten hem een geschenk, met een album met de namen van de gevers. Dat geschenk was gesneden en in elkaar gezet in de werkplaats van Van Duffelen & Pelt aan het Haagscheveer, en een Rotterdamse krant schreef er vol bewondering over.

Meesterstuk: een kast van gesneden eikenhout, vervaardigd bij Van Duffelen & Pelt, Haagscheveer 34 (Halbertsma-jubileum)Delpher (KB) — Rotterdamsch Nieuwsblad (Stadsnieuws) · ddd:010994155:mpeg21:a0001 (18-09-1895). NB er bestaat geen vervolgbericht over de kast: het 'vervolgbericht van 01-10-1895' (ddd:010994166:mpeg21:a0001) is op 2026-08-20 door de agent voor bewijsherstel gecontroleerd en bleek een ongerelateerde rubriek Stadsnieuws te zijn (een ongevalsbericht over een naamgenoot); een zoekactie in de volledige tekst van Delpher leverde geen vervolgbericht op — bewijsstuk is een foutpositieve vondst.Open het origineel ↗
een eikenhouten stel, gebeeldhouwd en in elkaar gezet in de werkplaats van de heeren Van Duffelen en Pelt, Haagscheveer 34 alhier, een meesterstuk van meubelfabricatie
Rotterdamsch Nieuwsblad (Stadsnieuws), 18 september 1895, pagina niet vastgelegd (jubileumverslag), “Meesterstuk: een kast van gesneden eikenhout, vervaardigd bij Van Duffelen & Pelt, Haagscheveer 34 (Halbertsma-jubileum)” · Open het origineel ↗

Het verslag beschrijft een driedelig eikenhouten ensemble: een grote boekenkast, een kleinere boekenkast en de bekleding van een schoorsteenmantel. De krant noemde het een meesterstuk van meubelfabricatie en vond dat het de makers tot grote eer strekte. Volgens het verslag hadden drie Rotterdammers uit de decoratieve kunsten eraan meegewerkt. Arij Spoon maakte het ontwerp, beeldhouwer Simon Miedema boetseerde de gesneden figuren en Willem Adrianus Fabri schilderde het imitatiegobelinpaneel voor de schoorsteenmantel.

Het is het vroegste werk dat we bij naam aan de firma kunnen toeschrijven, en niemand heeft het sindsdien teruggevonden. In geen enkele Nederlandse collectie is een gecatalogiseerd object van Van Duffelen & Pelt bewaard gebleven. De zoektocht naar de kast heeft , net als . Vier jaar voordat de eerste steen werd gelegd, maakten de twee mannen in hun huurruimten al maatwerk dat goed genoeg was voor een vooraanstaande stadgenoot.

Verdiepende dossiers: ·

03Voor rekening van de Heeren

Op 14 april 1899 kwam bij de Rotterdamse bouwpolitie een aanvraag binnen voor een Pand ingericht tot Meubelmagazijn, werkplaats en woningen, kortom een magazijn met werkplaats en woningen. Het hoekperceel lag aan de kale rand van de pas verkavelde Middellandpolder, met de open kant nog naar de velden van het Land van Hoboken.

Beschrijving behoorende bij het verzoek (bouwvergunning-aanvraag), 14 April 1899Stadsarchief Rotterdam · toegang 396-01-04, inv. 15285, dossier 1899-0786 (Delfshaven sectie B 6191)Geen online kopie: er is geen openbare permalink vastgelegd
Beschrijving behoorende bij het verzoek van de ondergeteekende d.d. 14 April 1899
Stadsarchief Rotterdam · Bouwvergunning — nieuwbouw van een dubbel woonhuis met pakhuis/werkplaats, Rochussenstraat 169 · toegang 396-01-04, inv. 15285, dossier 1899-0786 (Delfshaven sectie B 6191) · 1899 · geen online kopie: er is geen openbare permalink vastgelegd

De handgeschreven omschrijving noemde de opdrachtgevers in de hoffelijke formule van die tijd: het gebouw kwam er voor rekening van de Heeren van Duffelen en Pelt. De firma J. van Hattem zou het bouwen. Op 23 mei 1899 volgde de toestemming, als besluit nr. 1488 op de bladen gestempeld.

In dezelfde weken regelden de compagnons hun eigen zaken. Sinds omstreeks 1890 werkten ze informeel samen, en op 24 juni 1899 lieten ze zich bij notaris C. M. H. Minderop als firma vastleggen, in precies de maand waarin de eerste steen werd gelegd. De fabriek wordt op 1901 gedateerd , hoewel de firma in 1900 al vanuit de hoek werkte, en waarschijnlijk was het het eerste gebouw dat ooit in de straat verrees. Het oprichtingsdossier wordt blad voor blad gelezen in . De aannemer was een oud familiebedrijf dat al lang niet meer van de familie was, en dat is .

Verdiepende dossiers: ·

04De handtekening op blad vier

Onder de geveltekening staat een handtekening waar lange tijd niemand een naam bij kon zetten. Soms werd die ten onrechte aan architect Nicolaas Molenaar toegeschreven. Het is de hand van Nicolaas Tinbergen, en drie dingen bewijzen dat. Er is een handtekening van hem uit 1877 bewaard. Een Rotterdamse geboorteakte uit 1892 vermeldt hem als architect aan de 1e Lombardstraat 30. En er is een kleine groep bouwvergunningen van zijn eigen hand uit 1902 en 1903, onder zijn naam beschreven in dezelfde archiefreeks. Eén daarvan, een tekening uit 1902 voor twee veranda's bij het Bethesda-hofje aan de Oostmaaslaan, is in precies hetzelfde handschrift ondertekend. legt de handschriften naast elkaar.

Bouwpolitie Rotterdam 396-01-04 inv. 17432 — Maken veranda's, Oostmaaslaan 12 (1902-01-24)Stadsarchief Rotterdam · toegang 396-01-04 (Bouwpolitie Rotterdam, 1860-1904), inv. 17432, 17746, 17818, 17853, 18080, 18210Open het origineel ↗

Die naam doet er meer toe dan je zou denken, vanwege wat Tinbergen nog meer was. Op 1 januari 1888 had hij het oude Rotterdamse bouwbedrijf J. van Hattem & Zoon gekocht en de leiding overgenomen , en vanaf dat moment stond het kantoor onder zijn leiding. Dat was de aannemer op de aanvraag van 1899. De architect die de gevel tekende en de aannemer die het gebouw neerzette waren één onderneming, en in beide gevallen was dat Tinbergen.

Architect Nicolaas Tinbergen, jubileumportret ('N. Tinbergen.'), 1913KB Delpher (Rotterdamsch Nieuwsblad) · ddd:010222349:mpeg21:a0167Open het origineel ↗

Bijna alles wat Tinbergen in Rotterdam bouwde, is verdwenen. De glazen Passage, de Groote Schouwburg en de Koninginnekerk met haar twee torens zijn gesloopt of gebombardeerd, en een kleine meubelfabriek op een rustige hoek is nu een van de weinige gebouwen van hem die nog staan. Zijn leven en verloren gebouwen staan in , en de firma waarvan hij de naam boven de deur liet staan, is .

Verdiepende dossiers: · ·

05Magazijn beneden, lijmkamer boven

Verdieping voor verdieping laten de tekeningen zien waar het gebouw voor diende. Het gebouw rust op een paalfundering en bestaat uit een souterrain, een begane grond en drie bovenverdiepingen. Elke bovenverdieping is hetzelfde getekend: aan de straat een voorblok met woonvertrekken, en daarachter een grote open zaal op ijzeren kolommen. Wonen en verkopen gebeurden beneden, met een woning, een kantoor en een magazijn op de begane grond en daarboven een tweede woning en meer opslag. De productie zat boven, in een werkplaats op de tweede verdieping, terwijl de kelder voor opslag bleef. In een hoek van de werkplaats was een kamertje van baksteen en ijzer afgescheiden om lijm in te koken.

Bouwvergunning — nieuwbouw van een dubbel woonhuis met pakhuis/werkplaats, Rochussenstraat 169Stadsarchief Rotterdam · toegang 396-01-04, inv. 15285, dossier 1899-0786 (Delfshaven sectie B 6191)Geen online kopie: er is geen openbare permalink vastgelegd

Wat de werkplaats aandreef, is lastiger te zeggen. Van de hele reeks noemt alleen het adresboek van 1905 de fabriek een stoommeub.fabr., wat naar alle waarschijnlijkheid betekent dat de fabriek op stoom draaide. Voor een stoommachine was een Hinderwetvergunning nodig, en die vergunning zou uitsluitsel geven. Ze is niet gevonden, en de vraag ligt nog open in . De vier bladen, één voor één gelezen, staan in .

Verdiepende dossiers: ·

06DE EERSTE STEEN GELEGD

Elf dagen na de vergunning deden de jongste mensen uit dit verhaal het ceremoniële werk. Op 3 juni 1899, terwijl de fundering werd gelegd, legden de zoontjes van de twee oprichters de eerste steen. De gebeitelde steen zit nog altijd in de hoekmuur en is nog goed te lezen.

De gebeeldhouwde eerste steen van Rochussenstraat 169, ter plaatse - foto van de eigenaarBouwkundige kenmerken, Rochussenstraat 169 (foto van de eigenaar, 2026) · herdenkingssteen ('eerste steen'), aangebracht in het metselwerk op de hoekGeen online kopie: er is geen openbare permalink vastgelegd
DE EERSTE STEEN GELEGD door GERRIT VAN DUFFELEN OUD 9 JAAR en CORNELIS PELT OUD 6 JAAR 3 JUNI 1899.
Bouwkundige kenmerken, Rochussenstraat 169 (foto van de eigenaar, 2026) · De gebeeldhouwde eerste steen van Rochussenstraat 169, ter plaatse - foto van de eigenaar · herdenkingssteen ('eerste steen'), aangebracht in het metselwerk op de hoek · 1899 · geen online kopie: er is geen openbare permalink vastgelegd

Van het gebouw uit 1899 is het het enige deel dat een voorbijganger nog vanaf de stoep kan lezen.

Beide jongens hebben hun eigen verdiepende dossier: en .

Verdiepende dossiers: ·

07De zaak geopend, daarna een inbraak

De handel kwam meteen, de problemen niet veel later. Uiterlijk op 3 augustus 1900 adverteerde Van Duffelen & Pelt al vanaf de hoek, en uiterlijk begin november woonde een van de compagnons in de woning boven de fabriek. Personeel werd al eerder gezocht, toen het adres nog geen vaste naam had. Op 11 juni 1900 vroeg de vroegste personeelsadvertentie van de firma om bekwame Meubelmakers en een Stoffeerder voor haar Meubelfabriek, met als adres Coolhavenkade hoek 's Gravendijkwal.

"Coolhavenkade" was nooit meer dan een werknaam voor de straat van de hoek, in gebruik in de eerste jaren voordat de stad de rooilijnen vastlegde. De Rochussenstraat zelf kreeg op 7 maart 1900 haar naam, naar de schilder Charles Rochussen. Een gedrukte regel zegt evenveel over een pagina als over een plek, en een nieuw adres dat van advertentie tot advertentie verschuift, is precies de valkuil waar om draait. De adresboeken zijn duidelijk over wat de fabriek in die eerste jaren deed. Ze zetten de firma bij de schrijnwerkers en voegden er pas vanaf 1904 behangers en stoffeerders aan toe. Op de hoek werden meubels gemaakt voordat ze er werden afgewerkt en verkocht.

Met de handel kwamen ook de inbrekers. In de nacht van 4 op 5 november 1900 probeerden drie mannen in te breken in de nieuwe fabriek, en het Rotterdamsch Nieuwsblad vertelde de rest onder een gespatieerde kop, Inbrekers verschalkt:

Rotterdamsch nieuwsblad, 1900/11/05 00:00:00, pagina niet vermeld (volledige pagina)Delpher (KB) — Rotterdamsch Nieuwsblad + Dagblad van Zuid-Holland en 's-Gravenhage · KBDDD02:000203148:mpeg21:a0091; MMKB19:000918129:mpeg21:a00017Open het origineel ↗
Hedennacht werd door drie personen getracht in te breken in de nieuwe meubelfabriek der firma Van Duffelen & Van Pelt aan de Charles Rochussenstraat in den Coolpolder.
Rotterdamsch Nieuwsblad + Dagblad van Zuid-Holland en 's-Gravenhage, 5 november 1900, p. 13 (krantenstuk), “Inbraak in de nieuwe fabriek van Van Duffelen & Pelt, 'Charles Rochussenstraat' — een vennoot woont boven het bedrijf” · Open het origineel ↗

Ze hadden een ruit in de voordeur ingeslagen. De elektrische alarmbel maakte de fabrikant wakker die boven de fabriek woonde, de inbrekers gingen er met lege handen vandoor, en de politie arresteerde drie jonge mannen die in de buurt werden aangetroffen als verdachten. Het is die bel die je bijblijft: een elektrisch alarm in een fabriek van nauwelijks een jaar oud, hard genoeg om in die novembernacht drie mannen te verjagen.

Inmiddels gebruikten mensen de hoek als adres voor de gewone dingen van het leven. In mei 1902 bood G. J. van Duffelen een viool te koop aan, voor vijftien gulden, vanaf Rochussenstraat 169 hoek 's-Gravendijkwal. Die advertentie gold lang als het vroegste spoor van het gebouw, tot de eigen advertenties van de firma van twee jaar eerder opdoken.

Elke functie waarvoor op de hoek in de volgende driekwart eeuw zou worden geadverteerd, staat in .

Het gebouw stond, de firma zat erin en de werkbanken op de tweede verdieping zouden snel vol raken. Het volgende hoofdstuk neemt ons mee naar die werkbanken, op de dag dat een vakweekblad eindelijk binnenstapte en ze fotografeerde.

Verdiepende dossiers: ·