Binnen in de fabriek: Industrieel Weekblad, 1907
Over Meubelfabricage. Firma Van Duffelen & Pelt te Rotterdam. Onder die kop gaf een Nederlands vakweekblad zijn lezers op 11 januari 1907 vier geïllustreerde pagina's. Een schrijver had de fabriek op een van de laatste dagen van het oude jaar bezocht en kwam terug met foto's. Van de firma is bijna alleen krantenpapier en een reeks adresboekregels over, dus deze pagina's bieden een zeldzame blik op het gebouw, de machines en de mannen, en op twee voltooide stukken die de firma had gemaakt.
Op de eerste van de vier pagina's staat de vroegst bekende afbeelding van de hoek. De bovenste foto heeft als onderschrift VOORGEVEL FABRIEK EN MAGAZIJN. Een hoog bakstenen hoekpand rijst op, met souterrain, begane grond en drie verdiepingen, tot een versierde geveltop; rechts is nog net een kerktoren te zien. Volgens het artikel stond het aan een nieuwe straataanleg in het westen van de stad, waar de firma als eerste was neergestreken. Tien weken voor het bezoek gebruikte een buurman de fabriek al als herkenningspunt in een advertentie: nummer 171 was het huis naast de meubelfabriek van Van Duffelen & Pelt. Het is de oudste plaat in .
Kop (bovenaan de pagina): INDUSTRIEEL WEEKBLAD. 255 Titelblok: OVER MEUBELFABRICAGE. - - - - - - - - Firma VAN DUFFELEN & PELT te ROTTERDAM. Artikeltekst (de initiaal "AL" opent het stuk; de pagina heeft twee kolommen — eerst de volledige linkerkolom, daarna de volledige rechterkolom — met twee halftoonfoto's en hun bijschriften in de linkerkolom, elk geplaatst waar de tekst daar wordt onderbroken): AL van jaren is het meubel- of liever het schrijnwerkersvak een handwerk geweest, waarbij men van geen andere gereedschappen gebruik maakte, dan van de eenvoudige door de hand bestuurde zaag, schaaf, boor, enz. Maar ook op dit gebied zijn de ouderwetsche werkplaatsen, waar één of twee knechts werkzaam waren, meerendeels vervangen door naar den eisch ingerichte fabrieken en heeft de aanwending van stoom tot drijfkracht, alsmede de toepassing van volmaakter werktuigen eene groote evolutie teweeggebracht. Wereldsteden als Berlijn, Parijs en Weenen zijn hierin voorgegaan en het is vooral de hoofdstad van het Duitsche keizerrijk, die een welsprekend bewijs heeft geleverd van dezen betrekkelijk snellen overgang; in 1861 werkte slechts 1/20 deel van de aldaar gevestigde meubelmakers in fabrieken, terwijl 30 jaar later — in 1891 — nog slechts 1/6 deel van de 17000 vaklieden in kleinere werkplaatsen gevonden werd. Die evolutie heeft aan de meubel-industrie goede diensten bewezen; trouwens een ingesteld onderzoek toonde aan, dat ook in dit bedrijf [Foto, hier in de kolom geplaatst, met bijschrift eronder:] VOORGEVEL FABRIEK EN MAGAZIJN. in tegenstelling van het gewone volksgeloof, het slechte, onsolide, smakelooze werk niet afkomstig is van de fabrieken, doch juist van de kleinere werkplaatsen, die niet in het bezit zijn van de moderne gereedschappen: de cirkel-, lint- en découpeerzagen, de ploeg-, schaaf-, boor- en freesmachines. Door toepassing dezer werktuigen kunnen de fabrieken beter werk leveren, dan de beste arbeider met gebrekkige hulpmiddelen. [Foto, hier in de kolom geplaatst, met bijschrift eronder:] MACHINALE HOUTBEWERKING. En wil de laatste met de eersten in prijs concurreeren, dan ziet hij zich gedwongen tot inferieure houtsoorten z'n toevlucht te nemen. De meubel-industrie op eigen bodem heeft een [kolomovergang — de linkerkolom eindigt, de rechterkolom begint] hoogen trap van ontwikkeling bereikt, zoowel door degelijke bewerking als door den kunstzin, die er uit spreekt. In het tijdvak der Fransche overheersching en nog een halve eeuw daarna bleven onze landgenooten alleen datgene waardeeren wat uit de Lichtstad kwam, doch de laatste 25 jaren hebben dezen toestand gewijzigd, wat voor een deel mag worden toegeschreven aan onze uitmuntende vak- en ambachtsscholen, die ook voor het meubelbedrijf hebben afgeleverd een staf van bekwame jonge mannen, wien het gelukt is 'n zelfstandig karakter, 'n eigenaardige moderne richting te demonstreeren. We werden hiervan weder overtuigd toen we onlangs een bezoek brachten aan een goed ingerichte meubelfabriek te Rotterdam. De heeren G. J. van Duffelen en C. Pelt, die als leiders dezer fabriek optreden, associeerden zich in 1889 en begonnen hun bedrijf aan de Lange Warande nos. 75 en 77. Reeds vier jaren later bleken de lokaliteiten niet meer voldoende om al het bestelde werk uit te voeren en moest worden uitgezien naar eene geschikter gelegenheid, die gevonden werd aan het Haagscheveer no. 34. Ook daar stond men spoedig voor hetzelfde feit. Het vele werk vergunde hen de vleugelen breeder uit te slaan, doch de enge ruimte der ateliers belette dit ten eenenmale. Tòch bleven ze — als voorzichtige mannen, die niet gaarne struikelen door àl te hard van stal te loopen — nog eenigen tijd waar ze waren. Eindelijk echter bleek de drang der omstandigheden te krachtig en moesten plannen beraamd worden voor een fabriek met krachtwerktuigen. Nu zeven jaren geleden werd dan ook de binnenstad verlaten om een flink gebouw te betrekken aan de Rochussenstr. no. 169, waar men als eerste bewoners van een nieuw stratenproject in 't Westen vrij kon ademhalen, onbelemmerd genieten van ruimte en licht. Het was in dit pand, dat we op een der laatste dagen van 't vorig jaar een kijkje namen. Reeds dadelijk bij het binnentreden van het magazijn bemerkten we een zekeren eenvoud, geheel in overeenstemming met het karakter der leiders, dat zich gunstig kenmerkt […] (Zin en artikel zijn aan de onderrand van p. 255 fysiek afgebroken, zonder afsluitend leesteken; ze gaan verder op p. 256 — zie het afzonderlijke item bewijsstuk.)
Het stuk is minder een bedrijfsportret dan een betoog over mechanisering, met deze fabriek als bewijs. De schrijver stelt dat de meubelbranche van handwerk naar machinewerk was overgegaan. In Berlijn werkte volgens hem in 1861 maar een twintigste van de meubelmakers in een fabriek; in 1891 zat nog maar een zesde van de zeventienduizend vaklieden van de stad in kleine werkplaatsen. Dan zet hij het gangbare vooroordeel op zijn kop. Anders dan men algemeen denkt, schrijft hij, komt slecht, gammel en smakeloos werk uit de kleinere werkplaatsen, juist daaruit, en niet uit de fabrieken. Van Duffelen & Pelt is het voorbeeld waarop hij zijn betoog bouwt, met de twee vennoten die hij neerzet als voorzichtige mannen die niet over één nacht ijs gingen.
Dan de twee mannen zelf. G. J. van Duffelen en C. Pelt begonnen in 1889 een vennootschap aan de Lange Warande 75 en 77. Vier jaar later was het pand te klein en trokken ze naar Haagscheveer 34. Zo'n zeven jaar voor het bezoek verruilden ze de binnenstad voor het gebouw aan de Rochussenstraat 169, waar ze volgens de schrijver als eerste bewoners van de nieuwe wijk vrij konden ademen. De onderste foto op de pagina, met het onderschrift MACHINALE HOUTBEWERKING, laat de machinale houtbewerking zien.
Van souterrain tot zolder, verdieping voor verdieping
Op de tweede pagina van het artikel staan twee foto's met als onderschrift DE MEUBELMAKERSWERKPLAATS en DE STOFFEERDERIJ.
Paginakop: 256 INDUSTRIEEL WEEKBLAD. […] — de tekst loopt door vanaf p. 255; de eerste regel van p. 256 begint midden in een zin: door krachtige wilskracht gepaard aan groote bescheidenheid. Komend van 't gure buiten, waar de sneeuw in dichte vlokken neerdwarrelde, de gansche vlakte bemantelend met 'n vlekkeloos wintergewaad, deed de overgang tot de koesterende warmte, vermengd met de prikkelende lucht van politoer en was in 't magazijn ons aangenaam aan. We werden daarenboven geboeid door de groote verscheidenheid 'der voorwerpen van luxe en comfort in diverse stijlen, die met goeden smaak gearrangeerd waren. Achter het magazijn bevindt zich het kantoor, waar we den indruk kregen van bedrijvig leven, van rustelooze werkzaamheid. Onder geleide van een der firmanten bezochten we eerst het souterrain, dat ingericht is tot machinale zagerij. De aan de achterzijde gelegen open grond dient tot opslagplaats van hout; er liggen groote stapels ruwe balken: mahonie, eiken, ceder, enz. Lustig snorden en knarsten het materiaal onder de kracht van mechanisch in beweging gebrachte schaven, zagen en beitels. Men vindt er o. m. eene gladschaafmachine; de ruwe plank wordt geschoven over een horizontaal vlak in welks midden over de geheele breedte 'n opening is, en waaronder eenige verstelbare schaafijzers, elk ter lengte van 60 cM., met enorme snelheid ronddraaien. Eveneens van groot nut is de freesmachine, terwijl op de horizontale cirkelzaag, die alle gewenschte groeven en insnijdingen in het hout aanbrengt, ook beitels te stellen zijn. Men toonde ons niet minder dan 400 stuks met varieerend profiel, eene voldoende collectie dus om lijsten van elken verlangden vorm te kunnen fabriceeren. Het ligt voor de hand dat zulk 'n beitel het negatief vormt van het profiel, dat verkregen wordt. De lintzaag en boormachines achten we van te algemeene bekendheid om hare werking nader te omschrijven. DE MEUBELMAKERSWERKPLAATS. (bijschrift onder de eerste ingevoegde foto — de meubelmakerswerkplaats op de souterrainvloer — hier in kolom 1 onderbroken in de lopende tekst) Van intelligente vinding getuigt de automatische slijpinrichting. De afgestompte beitel wordtin een klem voor de draaiende steen gesteld, terwijl eene combinatie van raderen geleidelijk èn klem èn beitel in heen- en teruggaande beweging brengt met dit eigenaardig gevolg, dat de beitel nimmer door onhandigheid kan verslepen worden of noodeloos metaal verliest. Van de houtzagerij kwamen we in een opslaglokaal voor het tot planken gezaagde hout en de bladen fineer, die alvorens ze verder bewerkt kunnen worden, volkomen droog behooren te zijn. Daarnaast bevindt zich eene hermetisch gesloten ruimte, waar door middel van bepaalde procedé's het hout de gewenschte kleur ontvangt. Met genoegen constateeren we, dat de meest uitgebreide veiligheidsmaatregelen betracht worden; behalve bizondere beschermers aan de freesmachines, loopen alle drijfriemen door houten kokers, terwijl ook de machinekamer voldoende gesepareerd is. Gedurende zeven jaren, zonder één dag stoornis, werkt daar zoo goed als geruischloos 'n Trusty-gasmotor van 13 P.K., die alle werktuigen in beweging houdt. Van het souterrain gingen we naar de eerste étage, die tot magazijn of monsterlokaal ingericht is. Zooals we reeds opmerkten aanschouwt men daar eene groote verscheidenheid van allerlei meubelen in diverse stijlen, meubelen waarvan eene zekere bekoring uitgaat, omdat ze met zeer veel smaak geconstrueerd zijn. DE STOFFEERDERIJ. (bijschrift onder de tweede ingevoegde foto — de stoffeerderij — hier in kolom 2 onderbroken in de lopende tekst) „Schmücke dein Heim", zegt de Duitscher; „Où peut on être mieux ?" vraagt de Franschman; — „My sweet home", zingt de Engelschman — en wij Hollanders bezitten tal van gevleugelde woorden om uit te drukken, dat „eigen haard, goud waard" is. Inderdaad: kleeren maken den man en meubels het huis. Wie het daarmede eens is en iets beschikbaar kan stellen om z'n leven in een aangename gezellige omgeving door te brengen, zal ongetwijfeld in dit magazijn veel naar z'n gading vinden. Op de tweede étage bezochten we de meubelmakerij. Hier wordt gearbeid door ongeveer 20 man aan even zooveel werkbanken, die regelmatig achter elkander geplaatst zijn. Een waarborg voor degelijkheid der […] — de zin en het artikel breken hier onderaan p. 256 af en lopen door op p. 257 (buiten deze uitsnede).
Met een van de vennoten als gids ging de schrijver eerst naar het souterrain. Dat was ingericht als machinale zagerij, en het open terrein erachter deed dienst als houtwerf, met stapels ruw mahonie-, eiken- en cederhout. De horizontale cirkelzaag maakte de gewenste groeven en insnijdingen en kon ook met beitels worden uitgerust. De firma liet hem er vierhonderd zien, met allerlei profielen, genoeg voor lijsten in elke gewenste vorm, en een automatische slijpinrichting hield ze zuiver. Een bijna geruisloze Trusty-gasmotor van dertien pk dreef volgens het artikel alle werktuigen in het gebouw aan en had zeven jaar gedraaid zonder één dag stilstand. Het bedrijf wordt beschreven als zorgvuldig geleid: beveiligingen op de freesmachines, elke drijfriem in een houten koker en de motor in een eigen, afgeschoten ruimte.
Die machinezaal was al eerder in de krant verschenen. Twee jaar voor het bezoek zocht de firma een halfwas die bekend was met machinale houtbewerking: precies de woorden die in 1907 onder de foto staan.
Over de krachtbron zeggen twee bronnen iets anders. Het adresboek van 1905 noemt de fabriek een stoommeubelfabriek, wat hoogstwaarschijnlijk betekent dat het bedrijf op stoom draaide. Twee jaar later beschrijft het interview de Trusty-gasmotor van dertien pk die er toen stond en volgens het artikel toen al zeven jaar zonder één dag stilstand had gelopen.
Vanuit het souterrain klom hij naar een magazijn en monsterkamer op de eerste verdieping en daarna naar de tweede, waar zo'n twintig mannen aan evenzoveel banken werkten. Op de derde verdieping deelde een houtmagazijn de ruimte met de stoffeerderij, de zolder uit de kop hierboven. De foto van de werkplaats komt het dichtst bij een groepsportret van het personeel op de hoek, en geen enkel gezicht erop heeft een naam. In juli van dat jaar zocht de firma een meubelmakersjongen en een stoffeerdersjongen, de twee vakken die de foto's naast elkaar zetten:
Over loon en werkwijze is het artikel even precies als over de machines. Iedere werkman had een dagloon, merkt de schrijver op, zodat er nooit onnodig werd gejaagd. Afgezien van de stoffering maakte één vakman elk stuk van begin tot eind, zodat hij er persoonlijk tegenover zijn werkgevers voor instond. En, besluit hij, alleen vakbekwame mannen bleven in dienst.
De kranten van dat jaar laten zien onder welke voorwaarden die mannen werkten. In het voorjaar van 1907 gaven Van Duffelen & Pelt en andere met name genoemde Rotterdamse meubelwerkgevers een tienurige werkdag en een hoger uurloon.
Meubelmakers. De Chr. Meubelmakersvereeniging "Helpt Elkander" besloot de beide meubelmakersvereenigingen hier ter plaatse uit te noodigen ter bespreking van de vraag, op welke wijze een 10-urige arbeidsdag te verkrijgen was. [...] Het R. K. meubelmakersgilde "St. Jozeph" en de Chr. meubelmakersver. "Helpt Elkander" namen het besluit om per circulaire hun gedachten kenbaar te maken. Op 21 Januari 1907 werd aan de Patroonsvereeniging en de patroons in het algemeen het verzoek gericht om dato 15 Maart 1907 te willen invoeren in hun bedrijven de n.v. regeling: [werktijd- en loonregeling volgt] [...] Beide vereenigingen mochten het genoegen smaken resultaat van haar arbeid te zien, want bereidwillig werd door de firma's Allan en Co., Eckhart en de heeren patroons Kiessel, Westerhof en Ten Bosch, Godschalk en Van Duffelen en Pelt de gevraagde regeling ingevoerd, met deze wijziging, dat de heeren Westerhof en Ten Bosch deze met 2 April invoeren zullen en bij de firma Allan en Co. de loonsverhooging 22 Maart plaats heeft.
Ook de arbeiderspers pikte de regeling op. Het Volk meldde op 20 maart 1907 de tienurige werkdag en de loonsverhoging, en noemde de firma's die ze hadden toegekend.
Twee meubelstukken van de firma
Lang dachten we dat er geen foto bewaard was van iets wat Van Duffelen & Pelt had gemaakt. De derde pagina bewees het tegendeel. Twee foto's daarop dragen hetzelfde onderschrift tussen haakjes, Proeve van uitgevoerd werk hier ter stede. De ene toont een Huiskamer-ameublement, met schouwbetimmering, haard en klok; de andere een compleet Slaapkamer-ameublement.
[kop, bovenaan de pagina] INDUSTRIEEL WEEKBLAD. 257 [kolom 1] […] productie achten we het feit, dat in dit bedrijf elk werkman op daggeld staat, zoodat nimmer plaats vindt onnoodig gejakker in het vervullen van zijn taak om de losse deelen die uit de zagerij komen in elkaar te zetten. Elk stuk wordt van het begin tot het einde — uitgezonderd de stoffeering — door denzelfden gezel bewerkt, zoodat hij zelfstandig de verantwoording draagt tegenover z'n patroons voor de goede voltooiïng. Hieruit is de conclusie te trekken, dat uitsluitend bekwame arbeiders aan deze fabriek verbonden zijn. Behalve het in de werkplaatsen arbeidende personeel zijn er steeds eenige lieden aanwezig tot het aanbrengen van vaste betimmeringen in winkels, restaurants of woningen. Aan de meubelmakerij grenst het atelier van de werkkrachten, die belast zijn met de vervaardiging van de fraaie détails der salonstukken. Hier wordt het koper en hout gezaagd, waarmede etagères, bijouterie- en zilverkasten, alsmede andere luxe voorwerpen gesierd worden. Eene miniatuur wipzaagmachine verricht daarbij het fijne werk. Wat al uiteenloopende vormen deze ornamenten en inlegsels bezitten, bewijzen de honderden modellen, die langs de wanden hangen en de eigenaardige gereedschappen voor de koperbewerking, die op de werktafels zwerven. Daarna geleidde men ons naar een houtmagazijn op de derde étage en ook hier zagen we stapels kostbare houtsoorten. Op dezelfde verdieping bevindt zich tevens de stoffeerderij. Hoewel de stoffeerder een onmisbaar mensch genoemd kan worden en zijn arbeid eerst oog en gracie aan het object geeft, zoodat hij het zelfs in z'n macht heeft 'n gewrocht tot 'n sieraad te hervormen, valt het toch moeilijk eene omschrijving te geven van zijn vak. Beter spreekt hier de daad dan het woord. 'n Stoel of sofa zonder zitting zou een leelijken sta-in-den-weg zijn en door niemand gekocht worden, doch het is merkwaardig met hoeveel behendigheid de stoffeerder de utiliteit en elegance van zulk een meubelstuk weet te bewerkstelligen. [kolom 2 — de twee foto’s, elk met het onderschrift er direct onder] (Proeve van uitgevoerd werk hier ter stede.) HUISKAMER-AMEUBLEMENT, INCLUSIEF SCHOORSTEENBETIMMERING, HAARD, UURWERK, ETC. [foto: een woonkamer met lambrisering en een gesneden schoorsteenmantel met spiegel, aan weerszijden geflankeerd door kleine vitrinekastjes; daarboven een plank met glas- en aardewerk. Een betegelde haard met klok en sierstukken op de schoorsteenmantel, met aan weerszijden gestoffeerde vleugelfauteuils.] (Proeve van uitgevoerd werk hier ter stede.) COMPLEET SLAAPKAMER-AMEUBLEMENT. [foto: een slaapkamer met betegelde haard, een raam met gordijnen, een hanglamp en een hemelbed met een gesneden voeteneinde] [kolom 3] Na onzen rondgang geëindigd te hebben, bespraken we op 't kantoor nog enkele bizonderheden van het bedrijf en daarbij bleek ons hoe verschillend de eischen zijn der afnemers. We bewonderden o.a. de teekening van een gecompliceerd salonmeubel ('n combinatie van canapé, waarboven 'n spiegel met twee bijouteriekastjes en tien étagères), dat eenige jaren geleden in de fabriek vervaardigd werd. Dit reuzenstuk bezit eene afmeting van 3.30 M. bij 2.50 M, met eene diepte van 60 c.M. en is vervaardigd van koningshout, afkomstig uit W.-Indië, 'n houtsoort die bekend is om z'n diep-roode kleur. De kolommen zijn van amarande hout en voorts werden tot inlegging gebezigd : satijn-, note-, amarande- en meer andere gekleurde houtsoorten. Gedurende een rond jaar werd door één, soms ook door twee man gearbeid aan dit kapitale meubelstuk. Tegenover de teekening van dit meesterstuk toonden de firmanten ons een voorbeeld van eenvoudig comfort, dat evenwel niet minder getuigenis aflegde van handenvaardigheid en technische kunde. Het was een uit eikenhout vervaardigde diner-stoel, opvouwbaar in vier deelen en voorzien van Amerikaansche zitting. Het voordeel er van is, dat zes dezer opvouwbare stoelen, wanneer ze niet gebruikt worden, evenveel plaats innemen als één stoel van normalen omvang. Voor hen, die klein behuisd zijn en onverwacht menschen ontvangen zijn deze stoelen, die door 'n paar schroefjes hoogst eenvoudig voor het gebruik gereed gemaakt worden, bizonder doeltreffend. Het is een feit, dat de firma Van Duffelen & Pelt behoort tot die, welke de bakens weten te verzetten naar het tij, m. a. w. zij gaat in alle opzichten mede met haar tijd. Zoo zorgt ze er reeds gedurende vier jaren voor in 't hartje der Maasstad acte de présence te geven door een showlokaal. Niet zoo zeer behoeft ze dit te doen om haar naam bekend te maken, dan wel om haar talrijke afnemers ten gerieve te zijn door hen den grooten afstand van hun woning naar de fabriek te besparen. […] (Het artikel begint op p. 256: het verslag van het winkelbezoek en de foto’s van de werkplaatsen en stoffeerderij zijn afzonderlijk getranscribeerd in bewijsstuk. Het artikel loopt door op p. 258, die hier niet is getranscribeerd.)
De schrijver beschrijft ook twee stukken die hij zag maar die niet op de pagina zijn afgebeeld, en hij brengt ze bewust als paar. Het eerste is een saloncombinatie die hij een reus noemt: een bank met een spiegel erboven, geflankeerd door twee juwelenkastjes en tien etagères. Het geheel mat drie meter dertig bij twee meter vijftig en was zestig centimeter diep, gemaakt van koningshout uit West-Indië met zuilen van amaranthout, en kostte één man, soms twee, een vol jaar werk. Het tweede, het tegendeel, geldt als het voorbeeld van eenvoudig gemak: een eikenhouten eetkamerstoel die in vier delen kan worden opgevouwen en een 'Amerikaanse' zitting heeft; zes ervan nemen de ruimte van één in. De foto's van de twee ameublementen hierboven zijn de afbeeldingen van eigen werk die het interview afdrukt. In geen Nederlandse museumcollectie is een gemerkt of aan de firma toe te schrijven voorwerp gecatalogiseerd, en of een van beide ameublementen nog bestaat, is onbekend; als afbeelding hebben we ze wel.
Naast de mannen in de werkplaats noemt het artikel een vaste ploeg voor werk buiten de deur: er stonden altijd een paar man klaar om vaste betimmeringen aan te brengen in winkels, restaurants of woonhuizen. Uit hetzelfde jaar kennen we precies zo'n opdracht. In 1907 maakte Van Duffelen & Pelt de betimmeringen van de verbouwde winkel van horlogemaker-juwelier G. Brunott aan de Binnenweg 35. Het koperwerk van de etalage kwam van een andere firma, en de stadsrubriek van een Rotterdamse dagkrant noemde de twee naast elkaar.
De winkel die vanuit de fabriek werd bevoorraad
De laatste van de vier pagina's verlaat de Rochussenstraat voor het centrum. Onder de foto staat HET MAGAZIJN AAN DE WITTE DE WITHSTRAAT.
258 INDUSTRIEEL WEEKBLAD. Onder leiding van haar vertegenwoordiger, den heer Wenteler, opende ze haar eersten winkel aan de Coolvest no. 96. Met den bloei der onderneming ging ook samen het te klein worden dezer filiale, zoodat ze in den loop van 1905 moest worden overgebracht naar de Witte de Withstraat no. 57. In ’n oogwenk bracht de „electrische” ons van de Rochussenstraat naar dit keurig ingericht pand, dat we mede in oogenschouw namen. De dubbele zaal parterre en de drie lokalen op de eerste étage zijn rijk voorzien van de meest uiteenloopende meubelstukken. Met belangstelling bezichtigden we hier de groote collectie tapijt-stalen, stoffen en behangers- [Foto: interieur van de ingerichte toonzaal — twee gestoffeerde oorfauteuils op de voorgrond, een zittende man aan een bureau en een staande man naast een kast in het middenplan, met achterin een hoog raam.] HET MAGAZIJN AAN DE WITTE DE WITHSTRAAT. garnituren, waarover de firma kan beschikken. Men vindt er nagenoeg alles om ’n geheele woning van kelder tot vliering up-to-date te meubileeren. Evenals vogels, die hun nestje bouwen, brachten in vroeger jaren jonge menschen, die zich vestigen wilden, alles van links en rechts bijeen en het natuurlijk gevolg hiervan was, dat men een stijlloos geheel verkreeg; tegenwoordig wordt het echter meer en meer gewoonte deze werkzaamheden op te dragen aan één bepaalde firma, die men zijn vertrouwen schenkt en waardoor het goede resultaat verkregen wordt van ’n complete meubileering met ’n harmonisch effect. Ons interview heeft er toe geleid als onze overtuiging uit te spreken, dat de firma Van Duffelen & Pelt dit vertrouwen volkomen waard is.
Volgens het artikel opende de firma haar eerste winkel in het centrum aan de Coolvest 96, onder leiding van een vertegenwoordiger die Wenteler heette. Toen de zaak groeide, werd het filiaal te klein, en in 1905 verhuisde het naar de Witte de Withstraat 57. De elektrische tram bracht hem er volgens de schrijver in een oogwenk heen vanaf de fabriek. Hij vond op de begane grond een dubbele zaal en daarboven drie kamers, rijk voorzien van bijna alles wat nodig was om een heel huis van kelder tot zolder in te richten.
Hoe de beroepsregisters de firma noemden
De foto's tonen een fabriek. De adresboeken uit dezelfde jaren tonen een firma die zich niet in één vak liet vangen. Toen het Rotterdamse adresboek haar in 1901 voor het eerst indeelde, kwam ze bij de schrijnwerkers.
In 1904 kwamen de stoffeerders erbij: dat deel noemde de firma twee keer, onder beide rubrieken op twee verschillende pagina's.
In 1912 waren ook de handelaren erbij gekomen. In het adresboek van dat jaar stond de firma in alle drie de vakken tegelijk, als maker, stoffeerder en handelaar, vier jaar voordat ze de hoek verliet.
Elke nieuwe rubriek kwam bij de andere in plaats van ze te vervangen, en het interview laat zien waarom. Een fabriek die in het souterrain haar eigen hout zaagde, boven ameublementen maakte en die verkocht in een zaal aan de andere kant van de stad, verenigde meerdere vakken onder één dak.
In 1907 werd de goede naam van de firma in de branche nog een keer vastgelegd. Op 12 april drukte hetzelfde weekblad de jury af van wat de pagina alleen 'de reeds genoemde tentoonstelling' noemt; wij herkennen die als de Nationale Tentoonstelling voor Huisvlijt en Nijverheid. Van Duffelen & Pelt stond tussen de drieëntwintig namen.
Industrieel Weekblad, 12 apr. 1907, p. 362, rechterkolom (vervolg van "Breimachines"): Ook de jury der meergenoemde expositie (be- staande uit de heeren: C. de Monchy, voorzitter, Mr. A. W. Kist, secretaris, A. D. J. Brantenaar, J. A. M. Bekking, Corns. Baljon Gzn., Th. Brans, Wouter Cool, Van Duffelen & Pelt, Ewald Behle, W. Ganter, A. den Held Jr., J. G. Heyberg, Mevr. E. Kramer—Obreen, J. C. de Lange, Bernard Nooijen, M. J. Radermacher, W. C. Stolk, J. Schotel Szn., W. H. J. Ulrich, N. van Velzen, J. la Verge, J. Verheul en J. M. Wilton) hield met deze overwe- gingen rekening en kende den heer E. F. Meijer voor de „Eureca” den eersten prijs toe, alsmede eene eervolle vermelding voor het door die machine ver- vaardigde werk.
De jury gaf E. F. Meijer de eerste prijs voor zijn breimachine Eureca, met een eervolle vermelding voor het werk dat erop was gemaakt. Hier wordt geen reclame voor de firma gemaakt en wordt geen personeel bij haar weggeworven; ze is gevraagd het werk van een ander te beoordelen. Welke van de twee vennoten in de jury zat, staat niet op het blad. Naast de vier foto's is het een tweede glimp uit hetzelfde jaar van hoe buitenstaanders tegen de fabriek aankeken.