Land van Hoboken
Toen Van Duffelen & Pelt in 1901 hun fabriek op de hoek neerzetten, keek het gebouw uit over open gras. Ten oosten van de 's-Gravendijkwal, op de grond waar later de lage nummers van de Rochussenstraat zouden komen, lag het 56 hectare grote landgoed van de familie Van Hoboken. Het was op 20 augustus 1835 gekocht en werd aan de westkant begrensd door de laan zelf. Daarom keek de hoek uit op een weiland en niet op een straat.
Het landgoed
Het landgoed vormde een groene rechthoek aan de westrand van de groeiende stad. In het noorden lag de Nieuwe Binnenweg, in het oosten de Westersingel en in het zuiden de Westzeedijk. Aan de westkant liep de 's-Gravendijkwal, zodat de laan waar de hoek aan ligt de grens van het landgoed zelf was. Eigenaar was Anthony van Hoboken, in die tijd de grootste particuliere reder van Rotterdam. Zijn verhaal reikt veel verder dan dit veld en wordt uitvoerig besproken in . Voor de hoek telt alleen de grond.
Het landgoed op de kaart die de stad zelf in 1900 maakte: een groene rechthoek ten westen van de bebouwde stad, met gegraveerde namen voor Middelland, Beukelsdijk en de watering die het gebied afwaterde (Gemeentewerken Rotterdam; publiek domein).
Het meeste was weiland, maar het landgoed had ook een buitenplaats: de villa van de familie, in een eigen park. In 1851–52 bouwde Jacobus, de zoon van de reder, het huis dat later Villa Dijkzigt heette en waar sinds 1987 het Natuurhistorisch Museum zit. Bij het landgoed hoorde ook een boerderij.
Een perspectieftekening uit 1867, die op grond van het bestandslabel als de boerderij Dijkzigt van het landgoed wordt herkend, laat een modelboerderij zien met de stad in zicht.
Het land dat niemand kon kopen
Rotterdam groeide en wilde deze rand hebben. De erfgenamen Van Hoboken wilden niet verkopen. Zo kon de oostelijke helft van de Rochussenstraat een generatie lang helemaal niet worden bebouwd: het was particulier weiland, onbebouwbaar zolang de gemeente het niet kon verwerven. De hoek stond aan de bebouwde westelijke straatwand en keek recht over die gereserveerde grond. Uit die jaren is een reeks gezichten op het open land bewaard, vanuit het weiland naar de stad of langs de randen.
Een panoramakaart uit februari 1904 kijkt vanaf de Binnenweg over het open land. De bebouwde stad is een lage streep aan de overkant van het gras.
Op een ansichtkaart van omstreeks 1907 grazen koeien en schapen op de voorgrond en rijst achter het weiland het Diaconessenhuis op. Dit is hetzelfde open Land van Hoboken waar de hoek in de eerste jaren van het gebouw op uitkeek.
Dezelfde rand in de sneeuw, op een opname die volgens het bestandslabel van omstreeks 1908 is en langs de Nieuwe Binnenweg is gemaakt.
Een kaart van omstreeks 1909 kijkt over een nog open, onbestrate voorgrond naar de bebouwde huizenrij van de 's-Gravendijkwal zelf. De huizen aan de laan waren al afgebouwd; de grond van het landgoed ervoor was nog niet ontwikkeld.
Omstreeks 1912: het uitzicht over het open landgoed naar het silhouet van de Westersingel, met grazend vee in het middenplan.
Het landgoed gezien vanaf de Westzeedijk, de zuidrand, op een prentbriefkaart van omstreeks 1900 met het onderschrift Land Hoboken (publiek domein vanwege ouderdom).
De 's-Gravendijkwal, de westgrens van het landgoed en de laan van de hoek zelf, op een vroege kleurenansichtkaart van omstreeks 1905 tot 1910 (publiek domein vanwege ouderdom).
Een litho uit 1923 van Simon Moulijn, met de titel "Het Land van Hoboken", tekent het landgoed zoals het er in de jaren twintig nog bij lag.
Een schilderij gedateerd op omstreeks 1930–40, waarvan de titel het een gezicht vanuit het westen noemt, toont hooiers op het polderweiland, met de skyline van de stad aan de horizon. Het bouwplan van Witteveen was in 1927 al gepubliceerd.
Eindelijk gekocht
In 1924 verwierf de gemeente het landgoed eindelijk, voor vier miljoen gulden. Het bedrag van zeven miljoen dat soms wordt genoemd, vindt geen steun in de stukken. Nu de grond in handen van de stad was, kon het gat in de straat eindelijk worden gedicht.
Bebouwd als Dijkzigt
De stad bouwde er een nieuwe wijk. De oostelijke Rochussenstraat en de buurt eromheen werden pas in de jaren dertig aangelegd, volgens het "Uitbreidingsplan Dijkzigt" van W. G. Witteveen voor het voormalige Land van Hoboken, een plan dat in 1927 verscheen op een ondergrond uit 1926.
GEMEENTE ROTTERDAM UITBREIDINGSPLAN "DIJKZIGT" SCHAAL 1:5000
Het plan legde gekleurde nieuwe bouwblokken over de groene kern van het landgoed. In de jaren daarna kreeg de wijk het Unilever-kantoor in 1931, Museum Boijmans in 1935 en het Erasmiaans Gymnasium in 1937. De lage nummers van de Rochussenstraat, ten oosten van de laan en onder 169, horen bij die latere stad en niet bij de stad die nummer 169 bouwde.
Open weiland aan de ene kant van het huis en een bebouwde straat aan de andere, met een generatie ertussen: daarom keek nummer 169 zo lang uit op een veld. Waarom het eerste gebouw in de straat al nummer 169 is, is .