Schepen, hotels, merken en makersmerken
De hoek was meer dan een winkel: er ging ook van alles de deur uit. Tapijten en gordijnen kwamen terecht op een oceaanstomer en in een hotel, kasten stonden in de advertenties en de naam van een matrassenmerk stond boven de winkelpui. Dan moet wel vaststaan wat de zaak volgens de bronnen maakte, wat ze leverde en wat ze verkocht. In 1963 somde een mededeling van Van Duyn de leveringen aan het Hilton op, terwijl een aparte advertentie van De Nijs meldde dat die firma tweehonderd hotelkamers had ingericht . De verschijnt hier als woninginrichter. Of de goederen uit de advertenties ook ter plaatse werden gemaakt, blijkt niet uit de bronnen van dit dossier.
De naam op de gevel
Op de gedateerde foto's van de hoek in het Stadsarchief zijn delen van de winkelopschriften te zien. De transcripties bij de opnamen uit 1965 en c. 1980 geven PULLMAN MATRASSEN, J. A. van DUYN en opschriften over meubels. Bij 1981 staat MATRASSEN / VAN DUYN / TAPIJTEN, bij 1989 J. A. VAN DUYN en een deels verborgen MEUBEL… . De foto's worden hier beschreven, niet getoond. bekijkt dezelfde hoek preciezer en noemt de identificaties van 1965 en 1981 waarschijnlijk, omdat het huisnummer op geen van beide te lezen is.
Onder de geselecteerde Beeldbank-records zit geen afzonderlijke frontale opname van de winkelpui, etalagefoto of interieurfoto. De transcriptie bij 1965 beschrijft een druk kruispunt met de winkelopschriften op het hoekpand; die bij c. 1980 kijkt uit over de metrobouwplaats aan de 's-Gravendijkwal, onder straatniveau uitgegraven.
Pullman, het merk boven de winkelnaam
De bovenste regel van het opschrift was niet de naam van de winkel zelf. Pullman was een matrassenmerk. Volgens de bedrijfsgeschiedenis die het merk nu vertelt, kwam het in 1937 op de Nederlandse markt, bracht het Amerikaanse werkwijzen naar Nederlandse fabrikanten en opende het na de oorlog een fabriek in Zwijndrecht. Op de dealerpagina van Pullman, zoals vastgelegd op 26 augustus 2026, beschreef het merk een netwerk van geselecteerde Nederlandse beddenspecialisten en gecertificeerde vakmensen, ingedeeld in de categorieën Store, Studio en Point.
Hier spelen twee dingen. Pullman staat in de transcripties van 1965 en c. 1980, maar niet in die van 1981 en 1989. En wat een merk vandaag voor zijn eigen dealers over zijn verleden schrijft, zegt iets over dat merk en niets over deze hoek. Het legt vast wat Pullman over zichzelf vertelt, niet wat er op nummer 169 over de toonbank ging.
Wat Van Duyn leverde
Van Duyn verkocht meubels en leverde stoffering, en de eigen advertenties laten allebei zien. Al vroeg lag de nadruk op reproducties van historische meubelstijlen: in 1951 stonden er prachtige Barok en Chippendale meubelen in de etalage. In de jaren zeventig zette de firma vooral kasten in de krant: een pronkstuk met zuilen in 1972, een stijlwandmeubel in bloemgetekend mahonie en een modulaire aanbouwwand in 1973, en een handgemaakte vitrinekast in 1976 . De advertenties uit 1972 en 1973 worden hier beschreven, niet getoond. De advertentie uit 1976 voor de beeldenkast zegt waar het in dit dossier om draait in de woorden van de firma zelf. De kast is geheel met de hand vervaardigd, maar waar ze gemaakt is, staat er niet bij, en de bijbehorende aantekening waarschuwt dat je dat niet mag aannemen:
EXCLUSIEVE BEELDENKAST Geheel met de hand vervaardigd Fa. J. A. VAN DUYN ROTTERDAM-ROCHUSSENSTRAAT 169 TELEFOON (OIO) 76 28 33 [(010) 762833] MEUBELEN. TAPIJTEN, BEDDEN. GORDIJN- EN MEUBELSTOFFEN
De firma leverde ook stoffering in opdracht en noemde die opdrachten in de krant. De vroegste kwam in de krant via een verslag dat het werk aan de firma toeschreef, niet via een advertentie: in juni 1950 schreef een verslag over de attractie Oud-Rotterdam het interieur toe aan Firma J. A. van Duyn. Met twee opdrachten waarop de firma trotser was, een schip en een hotel, adverteerde ze zelf. Het schip was het nieuwe vlaggenschip van de Holland-Amerika Lijn, de ss Rotterdam van 1959, dat de advertentie d.s.s. noemt, voor dubbelschroefstoomschip. In een eigen advertentie van augustus meldde Van Duyn dat het veel tapijten en gordijnen voor het schip had geleverd. De pagina wordt hier aangehaald, niet getoond:
Advertentie Vele tapijten en gordijnen verzorgden wij voor het nieuwe d.s.s. „ROTTERDAM" FA. J. A. van DUYN WONINGINRICHTING — SCHEEPSSTOFFERING ROCHUSSENSTRAAT 169 - ROTTERDAM - TELEFOON 30047
Vier jaar later adverteerde de firma met een opvallende opdracht aan wal. In de Hilton-mededeling van 1963, aangeduid als ingezonden mededeling, stond dat de Interieur Adviseurs J. A. van Duyn belast waren met de genoemde leveringen en de verzorging van tapijten, gordijnen, bedden, spreien, peluws en kunststof wandbekleding:
(Ingez. meded.-advertentie) HILTON HOTEL te Rotterdam Aan de Interieur Adviseurs FA. J. A. VAN DUYN Woninginrichting - Scheepsstoffering werden alle leveranties en de verzorging van de TAPIJTEN - GORDIJNEN - BEDDEN - SPREIEN - BOLSTERS - etc. alsmede de PLASTIC WANDBEKLEDING toevertrouwd. ROCHUSSENSTRAAT 169, ROTTERDAM TELEFOON 30047 - 38105
Die advertentie past bij de naam die de firma zichzelf gaf: Woninginrichting en Scheepsstoffering. Die omschrijving kwam van de firma zelf en was ouder dan de aankondiging uit 1978 waarin ze is vastgelegd. Een personeelsadvertentie uit 1961 noemde de zaak al Fa. J. A. van Duyn, Scheepsstoffering en Woninginrichting, Rochussenstraat 169, op zoek naar ervaren (woning)stoffeerders:
Wij kunnen nog enige vakbekwame (woning)stoffeerders plaatsen Fa. J. A. VAN DUYN, Scheepsstoffering en Woninginrichting, Rochussenstraat 169, Rotterdam, Telefoon 38105—30047.
De Nijs, een andere firma
De opening van het Hilton nodigt ook uit tot een nuttige vergelijking, want dezelfde dag stond er een advertentie van een tweede Rotterdamse firma in de krant. De Nijs' Meubelfabriek aan de Sluisjesdijk meldde dat ze tweehonderd gastenkamers in het nieuwe Hilton had ingericht:
Het bestand zelf IS de vastlegging, ongewijzigd bewaard op `evidence/company_histories/1963-05-30_vanduyn_hilton_hotel.txt` (1 regel), en wordt hier bij verwijzing weergegeven in plaats van gedupliceerd. De dragende passages zijn woordelijk geciteerd in de annotatie.
De twee firma's haal je makkelijk door elkaar, maar het waren verschillende bedrijven. De Nijs maakte interieurs op grote schaal, ook voor schepen. Samen met H. Pander en H. P. Mutters verzorgde De Nijs in 1957 waarschijnlijk het houtwerk, de stoffering en de uitrusting van de Statendam, als hoofdaannemer voor de hutten in de toeristen- en Atlantische klasse. Vermoedelijk voerde de firma ook de eetzalen Odyssee en La Fontaine van de nieuwe ss Rotterdam uit, naar ontwerp van een ander. Bij de Sagafjord in 1966 krijgt ze zonder voorbehoud de uitvoering toegeschreven van het houtwerk en de betimmering van Kay Korbing door het hele schip, en de levering van de tapijten en gordijnen. De meubels gingen echter naar weer een andere firma, I. Thorballs uit Kopenhagen. De nationale bedrijfsindex brengt de firma onder in één Rotterdams dossier, met de inschrijvingen als meubelfabriek en als woninginrichter bij elkaar.
Het makersmerk dat ontbreekt
Toch ontbreekt er één soort voorwerp in het dossier: een makersmerk. De latere firma's op de hoek verkochten en leverden; de eerste gebruikers, Van Duffelen & Pelt, maakten echt dingen. In 1907 en drukte ze ook twee voltooide ameublementen van eigen makelij af, proeven van uitgevoerd werk hier ter stede:
Ze namen ook opdrachten op maat aan. In 1907 betimmerden ze het interieur van de winkel van Brunott aan de Binnenweg, en op een foto van rond 1913 is dat werk nog te zien, al heeft het project die foto nog niet vrijgegeven voor weergave. Hun enige met name bekende meesterstuk, een boekenkast van gesneden eiken uit 1895, was gezamenlijk werk. Arij Spoon ontwierp hem, Simon Miedema leverde de beeldhouwmodellen en Willem Adrianus Fabri schilderde het paneel in imitatiegobelin. De kast heeft .
Toch leverden de geselecteerde online zoekacties in de catalogus Collectie Nederland geen voorwerp van Van Duffelen & Pelt op dat gelabeld is of aan de firma kan worden toegeschreven. De vastgelegde doorzoeking van de gedigitaliseerde pers vond voor de firma geen aanspraak op een merk, tentoonstellingsprijs of beursdeelname, en het merkenregister zelf is niet ingezien. De alfabetische indexreeksen van dat register laten zien waar namen als Van Duffelen, Van Duyn, Pelt, Beens en Van Reeuwijk gezocht zouden moeten worden, maar niet of een van deze firma's er een kaart of dossier heeft. De vraag naar het makersmerk heeft .