Drie directeuren aangehouden; in de gedigitaliseerde pers geen uitslag gevonden
In augustus 1945 werden drie directeuren van P. van Reeuwijk aangehouden op verdenking van collaboratie, een verdenking die de krant aan de firma zelf koppelde. De band van de firma met Rochussenstraat 169 bleef beperkt tot tijdelijke showrooms in 1940. Dit bericht hoort dus bij de naoorlogse bedrijfsgeschiedenis en bewijst niet dat de firma het adres nog gebruikte. Op 2 augustus, drie maanden na de bevrijding, meldde Het Parool de aanhoudingen in een bericht van vier regels. Hieronder staat het volledige bericht, met de namen zoals ze zijn gedrukt, en daarna wat de doorzochte bronnen laten zien en wat ze openlaten.
Wat het bericht zegt
P. van Reeuwijk aangehouden De directie van de N.V. Mij. voor Woninginrichting, P. van Reeuwijk, namelijk de heeren P. van Reeuwijk, N. van Reeuwijk en de heer O. D. Popken, zijn aangehouden tot nader onderzoek, in verband met de verdenking van collaboratie, die op deze firma rust.
Meer dan deze vier regels is er niet, dus elk woord telt. De mannen waren aangehouden tot nader onderzoek, en het bericht zegt met zoveel woorden dat de verdenking op deze firma rustte. Of de onderzoekers ook een van de mannen persoonlijk verdachten, staat er niet. Het bericht noemt geen aanklacht, geen procedure en geen vaststelling. Een aanhouding voor onderzoek roept een vraag op en laat die onbeantwoord.
De namen staan er als ‘P. van Reeuwijk’, ‘N. van Reeuwijk’ en ‘O. D. Popken’. Zo zijn ze in de bron gedrukt en zo blijven ze staan; ook de Engelse vertaling verbetert er geen OCR-fouten in. Een aandeelhoudersverslag van 11 augustus 1942 noemt een andere directie: P. N. van Reeuwijk als president-directeur, met K. van Reeuwijk, J. A. van Reeuwijk en C. D. Popken als directeuren. Uit dat verschil valt niet af te leiden wie er in 1945 werd aangehouden, en de oudere lijst mag niet worden gebruikt om de gedrukte namen stilletjes te verbeteren. Ze legt de formele directie vast op één datum, drie jaar eerder. Ze bewijst niet dat die directie tot 1945 dezelfde bleef, en zegt niets over het onderzoek.
Op een foto uit 1971 is J. M. van Reeuwijk-van Walsum, de directrice van de firma, aan het werk in de naoorlogse showroom aan het Binnenwegplein. Die latere beschrijving van haar dagelijkse rol doet niets af aan de formele directeuren die in de bedrijfsstukken uit de oorlog worden genoemd.
Wat de bronnen wel en niet bevatten
De vastgelegde zoekactie in de gedigitaliseerde pers over 1945–49 vond na de aanhouding geen bericht over vervolging, een uitspraak van een tribunaal, een veroordeling, confiscatie of beheer door het Beheersinstituut. Wat ze wel vond, was een firma die gewoon doorwerkte. Op 10 december 1945 ondertekende ze al een bericht aan aandeelhouders. In juni 1946 en juni 1947 werden aandeelhoudersvergaderingen aangekondigd. Over 1946 keerde de firma acht procent dividend uit, bij een koers van 156, en in mei 1948 negen procent op de oude aandelen en tweeënhalf op de nieuwe. Een Popken stond uiterlijk in juni 1948 als directeur vermeld, en opnieuw bij de personeelsjubilea van 1954 en 1955. Het bericht van december 1945 is alleen ondertekend met De Directie, zonder dat er een directeur bij naam wordt genoemd.
De advertentie uit 1947 vermeldt die acht procent over 1946 en de koers van 156. Pieter Nicolaas van Reeuwijk overleed op 22 mei 1949; de pers noemde hem directeur van de firma.
P. N. VAN REEUWIJK † In de nacht van Zaterdag op Zondag is de heer P. N. van Reeuwijk, directeur van de N.V. Maatschappij voor Woninginrichting P. van Reeuwijk, in zijn woning aan de Oostzeedijk te Rotterdam plotseling overleden. De heer Van Reeuwijk was 59 jaar oud. De bekroning van 35 jaar hard werken, nl. de ingebruikneming van het nieuwe gebouw, dat op het ogenblik aan de Oude Binnenweg bezig is te verrijzen en waarmee de heer Van Reeuwijk in de toekomst grootscheepse plannen hoopte te verwezenlijken, heeft hij niet mogen beleven. Het was omstreeks 1914, dat de heer Van Reeuwijk in een klein benedenhuis begon met de verkoop van meubelen. De zaken floreerden en zo opende hij enige jaren later een kleine winkel in de Kipstraat. Dit werd het bescheiden begin van een groot winkelcomplex, dat zich in de loop der jaren vormde, door de aankoop van aangrenzende percelen en zelfs van een schoolgebouw. Op 27 April 1929 legde een enorme brand, waarvoor schier het geheele brandweermateriaal van Rotterdam uitrukte, dit complex in de as. Op dezelfde plaats verrees toen een nieuw winkelgebouw, dat echter in de Meidagen van 1940 aan het oorlogsgeweld ten prooi viel. De zaken werden voortgezet in een groot noodgebouw aan de Nieuwe Binnenweg.
In één afzonderlijk verslag van een strafzaak duikt de firma op. In juli 1947 werd de 32-jarige A. A. Ebelie voor het Bijzonder Gerechtshof omschreven als oud-klerk bij P. van Reeuwijk en onderschaarleider bij de Landwacht. In een zaak over zijn optreden als Landwachter werd zes jaar geëist; het aangehaalde verslag stelt geen vonnis of veroordeling vast. Zijn zaak betreft één oud-werknemer en bevat geen vaststelling over de firma of haar directeuren.
De grens en wat de vraag zou kunnen beantwoorden
Het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging van het Nationaal Archief bevat mogelijk materiaal dat de vraag kan beantwoorden, al stellen de hier bekeken bronnen niet vast dat er een bepaalde bedrijfskaart of een zaakdossier bestaat. Het Nationaal Archief bewaart ook het bekende Rotterdamse handelsregisterdossier van de firma, dat niet is gedigitaliseerd. Geen van beide is voor deze vraag ingezien, en op basis van alleen de gedigitaliseerde pers kan de vraag niet worden beantwoord.
Bij de perszoekactie over 1945–49 is de naam van de firma, en zijn namen die toen met de directie in verband werden gebracht, gecombineerd met termen als tribunaal, bijzonder gerechtshof, zuivering, Nederlandsch Beheersinstituut en politieke delinquenten. De zoekactie leverde geen bericht over de afloop op. De zoekactie besloeg echter niet elke pagina van kranten en tijdschriften, en geen van beide archiefbestanden, dus een ruimere negatieve conclusie volgt er niet uit. Zolang het relevante archiefmateriaal niet is gevonden en gelezen, kan de vastgelegde zoekactie in de gedigitaliseerde pers alleen melden dat ze geen uitslag vond.