◆ DOSSIER
De akten · 1899 en 1909

De akte uit 1899 bewaard, die uit 1909 verloren

Vennootschapsbericht Van Duffelen en Pelt, Nederlandsche StaatscourantKoninklijke Bibliotheek / Delpher · MMKB08:000155437:mpeg21:a0013; pagina p004Open het origineel ↗

Bij de oprichting van een firma ontstonden twee soorten papier. Het ene was de akte zelf, het door de notaris ondertekende origineel, dat in zijn archief bleef. Het andere was een korte openbare kennisgeving die de wet voorschreef, afgedrukt in de Staatscourant, zodat iedereen die met de firma zaken deed kon zien wie erachter stonden. Van Duffelen & Pelt leverde beide soorten tweemaal op, in 1899 en opnieuw in 1909, maar van de twee soorten is niet evenveel bewaard gebleven. De firma zelf, met haar bedrijfsactiviteiten en panden, heeft een eigen verdieping: .

1899: de oprichting en waar de akte ligt

In 1899 bestond de firma al negen jaar. Op nieuwjaarsdag 1892 bedankte zij haar klanten voor een voltooide tweede jaarkring, dus ze werkte al sinds ongeveer 1890, vanuit Lange Warande 77. De oudste advertentie die we vonden, uit november 1890, nodigt klanten uit te bezichtigen bij Van Duffelen en Pelt, Meubelmakers en Stoffeerders, Lange Warande 77. De akte gaf die samenwerking een juridische vorm.

Van Duffelen & Pelt — eerste advertentie, Lange Warande 77, RotterdamDelpher (KB) — Rotterdamsch Nieuwsblad · ddd:011010261:mpeg21:a0100Open het origineel ↗

De vennoten legden haar voor het eerst vast bij de Rotterdamse notaris C. M. H. Minderop op 24 juni 1899, voor tien jaar, van 1 juni 1899 tot en met 31 mei 1909. Een paar dagen later, op 27 juni 1899, stond de kennisgeving hieronder in de Staatscourant.

Van Duffelen & Pelt — vennootschapsakte (24 juni 1899, notaris C. M. H. Minderop)Delpher (KB) — Nederlandsche Staatscourant · MMKB08:000173297:mpeg21:a0008Open het origineel ↗
⁂ Bij akte, op 24 Juni 1899 voor den notaris mr. Cornelis Marie Henri Minderop, te Rotterdam, verleden, is tusschen de ondergeteekenden Gijsbert Johannes van Duffelen en Cornelis Pelt, beiden meubelmaker, wonende te Rotterdam, aangegaan eene vennootschap, ten doel hebbende de uitoefening van het bedrijf van meubelfabrikanten met al wat daartoe geacht kan worden te behooren. De vennootschap is gevestigd te Rotterdam en aangegaan voor den tijd van 10 jaar, ingegaan 1 Juni 1899 en mitsdien zullende eindigen 31 Mei 1909. [Bijaldien een der vennooten mocht wenschen de vennootschap op laatstgemeld tijdstip te doen eindigen, zal hij verplicht zijn den anderen daarvan ten minste 6 maanden te voren schriftelijk kennis te geven … totdat eene kennisgeving in voege als voren zal hebben plaats gehad.] De firma waarop de zaken van de vennootschap zullen worden gedreven, zal zijn van Duffelen en Pelt. Zij zal door beide vennooten worden geteekend in en omtrent alle zaken de vennootschap direct betreffende, zonder die te mogen bezigen tot het opnemen van gelden, het aangaan en teekenen van borgtochten, beleeningen en van particuliere engagementen in het algemeen, waartoe, om voor de vennootschap verbindende te zijn, de privé handteekening van beide vennooten zal worden vereischt. (3028) G. J. van Duffelen. Corns. Pelt.
Delpher (KB) — Nederlandsche Staatscourant · Van Duffelen & Pelt — vennootschapsakte (24 juni 1899, notaris C. M. H. Minderop) · MMKB08:000173297:mpeg21:a0008 · 27 juni 1899 · Open het origineel ↗

Ze noemt beide vennoten meubelmaker en vermeldt de termijn van tien jaar. De akte zelf bestaat nog. De minuut van Minderop ligt in het Stadsarchief Rotterdam, bij de notariële archieven onder toegang 314, inventarisnummer 2932, met zijn repertorium van akten onder 2926. Niets daarvan is gedigitaliseerd, dus wat een lezer vandaag kan zien is de kennisgeving. Toch ligt het origineel er om gelezen te worden, en dat valt van de akte die erop volgde niet te zeggen.

Een bescheidener bron vertelde het publiek wie de vennoten waren. Het Rotterdamse adresboek van 1906 drukte de regel van de firma af en daarna, in gewone letter, de firmanten: G. J. van Duffelen en Corn. Pelt.

Rotterdam adresboek 1906 (NL-RtSA 3023-50), p. 1129 — Alfabetische naamlijstStadsarchief Rotterdam (NL-RtSA 3023) · NL-RtSA 3023 (boeken 3023-45 t/m 3023-77)Open het origineel ↗
Duermeyer, wed. P. A., huisbew. — Aert v. Nesstr. 79a Duffelen & Pelt, v., meubelfabr. — Rochussenstr. 169     firmanten: G. J. van Duffelen, Corn. Pelt. Duffelen & Pelt, v., meubelmag. — W. de Withstr. 57 Duffelen, G. van, pakhuisknecht — Erasmusstraat 6 Duffelen, G. J. v., meubelfabrik. — Rochussenstr. 169 Duffelen, T. van, koetsier — Kromme Wiekstraat 17 Duffelen, wed. C. van, parte. — Bergweg … … … 184 Duffelen—Tiegeë, wed. G. v., parte. Goudschesing. 134 Dugtern [Dugteren], B.G.E.W.v., spec.artsv.huidz. Haringvl. 58 Dugteren, M. A. v., part. — 2e Pijnackerstraat … 3a
Stadsarchief Rotterdam (NL-RtSA 3023) · Rotterdam adresboeken 1901-1939 — inventarisatie van de straatvermeldingen voor Rochussenstraat 169/a/b/c · NL-RtSA 3023 (boeken 3023-45 t/m 3023-77) · 1901-1939 · Open het origineel ↗

De firma staat twee keer op die pagina: als meubelfabr. aan de Rochussenstraat 169 en als meubelmag. aan de Witte de Withstraat 57. De twee vermeldingen volgen elkaar op de pagina, al zijn het verschillende adressen in verschillende straten. De editie van 1907 herhaalde de firmantenregel ongewijzigd.

Rotterdam adresboek 1907 (NL-RtSA 3023-51), p. 1123 — Alfabetische naamlijstStadsarchief Rotterdam (NL-RtSA 3023) · NL-RtSA 3023 (boeken 3023-45 t/m 3023-77)Open het origineel ↗

De vennoten van een firma in een adresboek noemen is een kleinigheid. Het valt op door wat het adresboek later weglaat.

1909: de vernieuwing en wat verloren ging

Toen de tien jaar afliepen, werd de firma vernieuwd en uitgebreid. Op 12 juni 1909 werd een nieuwe akte verleden voor een tweede Rotterdamse notaris, Willem van Traa, en op 15 juni drukte de Staatscourant de kennisgeving af. Nu zijn er drie vennoten. Gijsbert Johannes van Duffelen en Cornelis Pelt staan er allebei als meubelfabrikant, en de derde is August Frans Antoon Maria Wille, ingeschreven als iemand die van eigen middelen leefde . Wille heeft een eigen verdieping: .

Vennootschapsbericht Van Duffelen en Pelt, Nederlandsche StaatscourantKoninklijke Bibliotheek / Delpher · MMKB08:000155437:mpeg21:a0013; pagina p004Open het origineel ↗
"Bij akte, op 12 Juni 1909 voor den te Rotterdam resideerenden notaris Willem van Traa gepasseerd, is tusschen de heeren Gijsbert Johannes van Duffelen, meubelfabrikant, Cornelis Pelt, meubelfabrikant, en August Frans Antoon Maria Wille, particulier, allen wonende te Rotterdam, aangegaan eene vennootschap onder de firma van Duffelen en Pelt, ten doel hebbende de uitoefening van het bedrijf van meubelfabrikanten met al wat daartoe geacht kan worden te behooren, en zulks in voortzetting der door de heeren Gijsbert Johannes van Duffelen en Cornelis Pelt, te zamen onder dezelfde firma en met hetzelfde doel te Rotterdam gedreven zaken." (De boven- en onderkant van het bericht zijn afgesneden.)
krantentitel niet vastgelegd, 1909, p. 4 (bericht), “Vennootschapsbericht Van Duffelen en Pelt, Nederlandsche Staatscourant” · Open het origineel ↗

De kennisgeving geeft meer dan namen. Het doel van de firma was het bedrijf van meubelfabrikant, met alles wat daarbij kon horen, en de nieuwe vennootschap was uitdrukkelijk een voortzetting van de firma die de twee oprichters al onder dezelfde naam samen hadden gedreven. De termijn was elf jaar en zeven maanden, tot en met 31 december 1920. Een bepaling hield de firma echter vanzelf in stand: tenzij een vennoot minstens zes maanden van tevoren schriftelijk opzegde, liep de vennootschap gewoon een jaar door, en daarna van jaar tot jaar tot zo'n opzegging kwam. Elke vennoot kon bij gewone handel voor de firma tekenen. Voor borgtocht, handel in onroerend goed en het uitlenen of opnemen van geld was de persoonlijke handtekening van alle drie nodig.

Die verlengingsbepaling maakt een vraag die nog open leek een stuk kleiner.

Wat de bronnen na dat punt wel laten zien, is een verhuizing en geen opheffing. De laatste advertentie van de firma aan de Rochussenstraat 169 die we hebben teruggevonden, dateert van 20 maart 1916. In plaats van te worden ontbonden toen ze dat adres verliet, trok de firma naar de binnenstad, en uiterlijk in 1922 dreef ze zaken aan de Coolsingel als onderdeel van de N.V. Beens' Woninginrichting Maatschappij. Wat er op papier ook met de vennootschap van 1909 gebeurde, het bedrijf zelf hield niet op aan nummer 169. Het verhuisde.

Het adresboek zweeg over de verandering. In 1910, het jaar nadat Wille was toegetreden, drukte het nog steeds alleen de twee oprichters af als firmanten.

Rotterdam adresboek 1910 (NL-RtSA 3023-54), p. 1131 — Alfabetische naamlijstStadsarchief Rotterdam (NL-RtSA 3023) · NL-RtSA 3023 (boeken 3023-45 t/m 3023-77)Open het origineel ↗

Dat weglaten doet niets af aan Willes gedocumenteerde deelname als vennoot.

Waarom de tweede akte niet kan worden getoond

Het origineel van de akte uit 1909 is verloren, en het is niet terug te halen op de plek waar het zou moeten liggen. De inventaris van het archief van Van Traa zegt het zonder omwegen: Het archief over de periode 1902–1921 is verloren gegaan. Zijn bewaarde minuten houden op in 1901, dus de minuut waarmee Wille toetrad is niet meer te raadplegen. Die ondertekende minuut is weg; de kennisgeving hierboven is bewaard. De arrondissementsrechtbank hield duplicaatrepertoria van notariële akten bij, en het Nationaal Archief bewaart afzonderlijke vennootschapsindexen, registers en reeksen gedeponeerde akten. Dat zijn mogelijke sporen, geen bekend vervangend stuk. Wie ze wil inzien, vraagt in de studiezaal om inventarisnummer 3994 (het duplicaat van het repertorium van Van Traa bij de rechtbank, 1896 tot juli 1921), 3651 (de naamindex van vennootschapsakten, 1907 tot 1913), 3611 (het register van vennootschapsakten over 1909) en 3460 (gedeponeerde akten, januari tot juni 1909). Net als de minuut uit 1899 is niets hiervan gedigitaliseerd, en lezen betekent een bezoek aan de studiezaal. Tot iemand gaat, blijven de twee akten wat ze zijn: één oprichtingsstuk dat een lezer in handen kan nemen, en één vernieuwing die we kennen uit de kennisgeving die de wet voorschreef en uit de rechtbankstukken waarin er nog sporen van te vinden zijn.