Van Duffelen & Pelt, de firma die de hoek liet bouwen
De eigen advertentie van de firma in het Rotterdamse adresboek zet het bedrijf in een paar regels neer. Bovenaan: Meubelfabrikanten. Een fabriek aan Rochussenstraat 169. Een magazijn in de binnenstad, aan de Witte de Withstraat 57 . Een fabriek en een winkel, een maker en een verkoper, onder één naam.
In die twee kanten van het bedrijf, de fabriek die de mannen leidden en de showroom waar de klant binnenkwam, zit het hele verhaal in het klein. Hoe de firma haar naam en adressen in advertentieletters zette, komt aan bod in . Dit verdiepende dossier volgt het bedrijf zelf: wie het oprichtten, wat het maakte en hoe het de hoek verliet die het zelf had laten bouwen.
Twee mannen en een akte
Van Duffelen & Pelt dreef omstreeks 1890 al handel als informeel samenwerkingsverband, voordat de firma juridisch bestond. Op 1 januari 1892 bedankte ze haar klanten na haar afgeloopen tweede jaarkring, als Meubelfabriekanten en Stoffeerders aan de Lange Warande 75-77.
Op 24 juni 1899 maakten de vennoten er bij de Rotterdamse notaris C. M. H. Minderop een vennootschap van, voor tien jaar met ingang van 1 juni. In diezelfde maand werd de eerste steen van de hoek gelegd.
⁂ Bij akte, op 24 Juni 1899 voor den notaris mr. Cornelis Marie Henri Minderop, te Rotterdam, verleden, is tusschen de ondergeteekenden Gijsbert Johannes van Duffelen en Cornelis Pelt, beiden meubelmaker, wonende te Rotterdam, aangegaan eene vennootschap, ten doel hebbende de uitoefening van het bedrijf van meubelfabrikanten met al wat daartoe geacht kan worden te behooren. De vennootschap is gevestigd te Rotterdam en aangegaan voor den tijd van 10 jaar, ingegaan 1 Juni 1899 en mitsdien zullende eindigen 31 Mei 1909. [Bijaldien een der vennooten mocht wenschen de vennootschap op laatstgemeld tijdstip te doen eindigen, zal hij verplicht zijn den anderen daarvan ten minste 6 maanden te voren schriftelijk kennis te geven … totdat eene kennisgeving in voege als voren zal hebben plaats gehad.] De firma waarop de zaken van de vennootschap zullen worden gedreven, zal zijn van Duffelen en Pelt. Zij zal door beide vennooten worden geteekend in en omtrent alle zaken de vennootschap direct betreffende, zonder die te mogen bezigen tot het opnemen van gelden, het aangaan en teekenen van borgtochten, beleeningen en van particuliere engagementen in het algemeen, waartoe, om voor de vennootschap verbindende te zijn, de privé handteekening van beide vennooten zal worden vereischt. (3028) G. J. van Duffelen. Corns. Pelt.
De twee namen van de firma waren die van de meubelmakers Gijsbert Johannes van Duffelen en Cornelis Pelt. Het adresboek noemde hen als firmanten in 1906, 1907 en opnieuw in 1910. Zij lieten het gebouw zelf neerzetten: de vergunning van 1899 werd aangevraagd voor rekening van de Heeren van Duffelen en Pelt, met de Firma J. van Hattem als bouwer. De twee akten waarop de firma rustte, de ene bewaard en de andere verloren, hebben .
De firma trok erin voordat het gebouw af was. Op 3 augustus 1900 was ze al aan het werk op de hoek van de Rochussenstraat en de 's-Gravendijkwal.
Een fatsoenlijke Jongen gevraagd voor het stoffeer- dersvak. Adres: VAN DUF- FELEN & PELT, Rochussen- straat hoek 's Gravendijkwal, Nieuwe Binnenweg. [De regel "HH. Meubelfabrikanten. Een bekwaam Stoffeerder…" direct onder de scheidingslijn hoort bij de volgende, afzonderlijke personeelsadvertentie, niet bij de advertentie van Van Duffelen & Pelt.]
In november woonde er al een vennoot boven de nieuwe fabriek, een jaar vóór 1901, het jaar dat meestal als opleveringsjaar van het gebouw wordt genoemd . De gewone zorgen van een bedrijfspand lieten niet lang op zich wachten. Begin november 1900 sloegen inbrekers een ruit in de voordeur in en drongen naar binnen. De bewoner werd wakker van de elektrische bel, in de buurt werden drie jonge mannen aangehouden en de dieven gingen er met lege handen vandoor .
De Dordrechtsche Courant, 5 nov. 1900, gedrukte p. 12, rubriek "GEMENGD NIEUWS", kolomkop "Inbrekers": Inbrekers. Er is vannacht ingebroken in de meubelfabriek der firma Van Duffelen en Pelt, Rochussenstraat te Rotterdam. De bewoner werd gewekt door de electrische schel en ging de politie roepen. De dieven echter kozen het hazepad, zonder iets mee te nemen. Drie jonge mannen, die in de buurt ronddwaalden, zijn als verdacht gearres- teerd.
Vóór de hoek werkte de firma vanuit een reeks gedocumenteerde panden in de binnenstad: eerst de Lange Warande, daarna vanaf ongeveer 1894 een werkplaats aan het Haagscheveer. Vanaf november 1902 had ze naast de fabriek ook een showroom in de binnenstad. Die straten, met de enige bewaard gebleven foto van een winkelinterieur, staan bij elkaar in .
De makers woonden op hun eigen werkterrein. De stratenlijst van 1911 geeft de hoek drie genummerde adressen met letter: 169a G. J. van Duffelen, 169b de firma zelf, 169c Cornelis Pelt. Al vanaf 1906, nog vóór de letters, zette het adresboek de firma en beide vennoten op een gewoon '169'. Buren gebruikten de fabriek als herkenningspunt. Een advertentie van een particulier uit oktober 1906 gaf als adres het tweede huis vanaf de 's-Gravendijkwal, naast de meubelfabriek van Van Duffelen & Pelt.
Een derde naam, 1909
Toen de eerste termijn afliep, werd de firma voortgezet met een derde naam erbij. De vennootschapsakte van 1909 werd op 12 juni 1909 verleden voor notaris Willem van Traa en drie dagen later in de Staatscourant gepubliceerd. Ze verbond G. J. van Duffelen, Cornelis Pelt en August Frans Antoon Maria Wille. De akte noemde als doel van de firma gewoon het bedrijf van meubelfabrikanten en zette uitdrukkelijk voort wat de twee oprichters al dreven. Door een bepaling over stilzwijgende verlenging liep de vennootschap jaar na jaar door zolang niemand opzegde, en daarom hoeft er nooit een ontbindingsakte te hebben bestaan.
Bekendmaking ingevolge art. 28 Wetboek van Koophandel. Bij akte, op 12 Juni 1909 voor den te Rotterdam resideerenden notaris Willem van Traa gepasseerd, is tusschen de heeren Gijsbert Johannes van Duffelen, meubelfabrikant, Cornelis Pelt, meubelfabrikant, en August Frans Antoon Maria Wille, particulier, allen wonende te Rotterdam, aangegaan eene vennootschap onder de firma van Duffelen en Pelt, ten doel hebbende de uitoefening van het bedrijf van meubelfabrikanten met al wat daartoe geacht kan worden te behooren, en zulks in voortzetting der door de heeren Gijsbert Johannes van Duffelen en Cornelis Pelt, te zamen onder dezelfde firma en met hetzelfde doel te Rotterdam gedreven zaken. De vennootschap blijft gevestigd te Rotterdam, is aangegaan voor den tijd van 11 jaren en 7 maanden, ingegaan 1 Juni 1909 en zal eindigen 31 December 1920, indien minstens 6 maanden te voren schriftelijke opzegging door een der vennooten heeft plaats gehad, bij gebreke waarvan de vennootschap voor den tijd van één jaar op denzelfden voet zal worden voortgezet en vervolgens van jaar tot jaar, totdat opzegging als boven, zal zijn geschied. Elk der vennooten kan in alle zaken de vennootschap onmiddellijk betreffende de firma teekenen. [Voor het aangaan en teekenen van borgtochten, het aankoopen, vervreemden en bezwaren van onroerende goederen … zal, om voor de vennootschap verbindende te zijn, de privé handteekening van alle vennooten worden vereischt.] (3467) W. van Traa, Notaris.
Wille was geen meubelmaker. Hij was geboren in Amsterdam, van Duits-katholieke afkomst, en kwam binnen als particulier, iemand met eigen vermogen die geld stak in een firma van makers. Hij trad toe zonder ambacht en verruilde Rotterdam later voor Apeldoorn; hij heeft .
Wat de firma maakte
Van Duffelen & Pelt maakten eerst en verkochten pas later, en de beroepslijsten laten dat zien. In de vroegste adresboeken, van 1901 en 1903, staat de firma bij de SCHRIJNWERKERS, makers in hout. De aanduiding stoffeerder verschijnt pas vanaf 1904. De handel kwam nog later. In 1912 werd de firma voor het eerst ook als DETAILHANDELAAR opgenomen en stond ze dus in drie vakken tegelijk: fabrikant, stoffeerder en handelaar. De rubrieken van het adresboek tekenen zo de loop van het hele bedrijf: eerst maken, als laatste verkopen.
Het eerste zicht op de waren dateert van tien jaar vóór de hoek. Bij een uitverkoop in november 1892 bood de firma, toen nog aan de Lange Warande en krap in de ruimte, vier mahoniehouten linnenkasten, een notenhouten salonkast, een tafel en een bonheur aan.
Aan de bovenkant van de markt werkte ze op bestelling. Het vroegst gedocumenteerde meesterstuk is een stel gebeeldhouwde eikenhouten boekenkasten, in 1895 in de werkplaats aan het Haagscheveer gemaakt voor het promotiejubileum van de Rotterdamse arts Dr. S. J. Halbertsma. De pers noemde het een meesterstuk van meubelfabricatie.
Stadsnieuws. Heden herdenkt de heer dr. S. J. Halbertsma den dag waarop hij vóór vijf en twintig jaren promoveerde. Talrijke bewijzen van belangstelling van verschillende zijden vielen den jubilaris ten deel. Een commissie uit zijne patiënten bood hem van morgen om 9 uur een schitterend geschenk aan met een album dat de namen der gevers bevatte. Het geschenk is een eikenhouten stel, gebeeldhouwd en in elkaar gezet in de werkplaats van de heeren Van Duffelen en Pelt, Haagscheveer 34 alhier, een meesterstuk van meubelfabricatie, dat den vervaardigers tot hooge eer strekt. Daar is allereerst een groote boekenkast, een bovenstuk dat de eigenlijke kast is en een onderstuk, dat een tafel is met diepe laden voor plaatwerken. Dit stuk en de beide anderen, een kleinere boekenkast en een schoorsteenbekleeding, zijn van het mooiste eikenhout en prachtig georneerd. Zoo zijn in de groote boekenkast gebeiteld de hoofden van de professoren Donders, Niemeger en Hidde Halbertsma, in relief gestoken zijn figuren en menschbeeldjes, die te zamen toepasselijke zinnebeeldige voorstellingen geven, elders zijn karakterkoppen gebeeldhouwd. De heer Miedema leverde de modellen voor de verschillende figuren en de heer Fabri heeft het middenplan van 't schoorsteenstuk een imitatie-gobelin heel knap geschilderd. Voor het geheel heeft de heer A. Spoon het ontwerp geleverd. Deze Rotterdammers tezamen, de heeren Van Duffelen en Pelt vooral, hebben den geachten Rotterdamschen geneeskundige een allerfraaist geschenk gemaakt. Namens de commissie, die zich naar de woning van den jubilaris had begeven, werd deze toegesproken door den heer Koch, die hem hulde bracht als kundig en ervaren geneesheer en als mensch en den wensch uitsprak dat hij nog lang voor zijne patiënten en vrienden mocht behouden blijven. Hoe groot de achting is welke ook zijn collega's den kundigen en voorkomenden man toedragen, bewees het geschenk, een prachtvolle pendule met bijbehoorende candelabres in cuivre poli, welke hem een uur later door dr. Klinkert met een toepasselijk woord namens 32 doctoren in de geneeskunde werd aangeboden. Behalve de beide bovengenoemde geschenken, ontving de jubilaris nog van alle zijden tallooze blijken van vriendschap en achting, terwijl den geheelen namiddag talrijke bezoekers in de in een bloementuin herschapen salons de feestvierende familie hunne gelukwenschingen kwamen aanbieden.
Drie met name genoemde Rotterdamse kunstnijveraars werkten eraan: Arij Spoon ontwierp het, beeldhouwer Simon Miedema modelleerde het en W. A. Fabri schilderde de imitatiegobelin. Waar dat ene stuk gebleven is, is . De firma deed ook vast interieurwerk. In 1907 maakte ze de betimmeringen voor de verbouwde winkel van horlogemaker-juwelier G. Brunott aan de Binnenweg, als deel van een bij naam genoemd team van architect en aannemers. Al vanaf november 1902 adverteerde ze naast haar meubels met het leggen van parket en het betimmeren van kantoren en kamers.
G. Brunott's nieuwe winkel. Aan den Binnenweg 35 [?] opende de heer G. Brunott Zaterdag zijn nieuwen winkel in uurwerken en bijouterieën. Zeven jaar geleden in een uiterst klein huisje begonnen, was weldra uitbreiding, thans volkomen ombouwing tot een geheel modern magazijn noodig. Onder leiding van den architect Verhaer [?] is die bouwerij voltrokken door de aannemers Gebr. Overweel, en een flink geheel daarbij tot stand gebracht. Een goede pui met twee — des avonds electrisch verlichte — étalages met koperwerk van de Etalagemaatschappij Brunt, een welgeslaagd winkelinterieur met betimmeringen van Van Duffelen en Pelt, maken den winkel tot één der mooiste van den drukken Binnenweg. De heer Brunott kan met zijn nieuwe zaak tevreden zijn [...].
Begin 1909 boden haar advertenties Complete Woning-, Winkel- en Kantoorinrichtingen aan, vanuit het magazijn aan de Witte de Withstraat 57 en de fabriek aan Rochussenstraat 169.
In de winkel verkocht ze ook sierwaren die ze niet zelf maakte, vooral Faience Amphora . In maart 1909 adverteerde ze daar al mee in het Amsterdamse kunstdagblad De Kunst, twee jaar vóór de advertentie uit 1911 die we hebben, met haar twee telefoonnummers, 3341 en 47, naast elkaar .
Onze enige blik in de fabriek komt van een vakblad dat eind 1906 langskwam en verslag deed in het Industrieel Weekblad van 11 januari 1907. De foto's tonen de machinale werkplaats, de meubelmakerij met ongeveer twintig man aan de werkbank, de stoffeerderij, twee voltooide ameublementen die de firma had gemaakt en de showroom in de binnenstad. De bezoekers telden maar liefst 400 profielbeitels voor het maken van lijsten. Ze noteerden ook een Trusty-gasmotor van 13 pk die de fabriek zeven jaar lang zonder een dag stilstand had aangedreven.
Dat bezoek heeft . In april vermeldde hetzelfde weekblad Van Duffelen & Pelt als jurylid bij een Rotterdamse tentoonstelling: de firma beoordeelde het werk van anderen in plaats van zelf beoordeeld te worden. Dichter bij een vakonderscheiding komt de firma in de bronnen niet.
Tot nu toe wijst niets erop dat ze ooit een medaille won, aan een tentoonstelling meedeed of een eigen merk liet inschrijven, en één register dat de zaak nog zou kunnen beslissen, is nog niet ingezien. Dat is .
Mogelijk is er één ding bewaard dat de firma maakte. Twee stoelen in de familie van oprichter Cornelis Pelt zijn volgens zijn nakomelingen in de fabriek gemaakt: meubels van de firma zelf, doorgegeven in een meubelmakersgezin.
Beide zijn van eikenhout met een zitting van gevlochten biezen, en beide hebben hetzelfde ornament: banden van opengezaagd geometrisch werk, rijen kleine gedraaide spijltjes, gecanneleerde stijlen en eenvoudige rechthoekige regels. De eerste is een tweezijdige hoekstoel. De tweede is een armstoel met een hoge rug en een hart dat uit de gebogen bovenregel is gezaagd. Die gedeelde vormentaal past hooguit bij herkomst uit één werkplaats, en bewijst niet dat de stoelen aan Rochussenstraat 169 zijn gemaakt. Hun stijl, de Nieuwe Kunst, de Nederlandse arts-and-crafts van ongeveer 1895 tot 1910, valt ruim binnen de jaren waarin de firma produceerde.
De fabriek en de handen
De fabriek draaide op machinekracht. Het adresboek van 1905 noemt de hoek een stoommeubelfabriek; de omschrijving uit één jaargang is geen opname van de machines, maar betekent zeer waarschijnlijk dat de fabriek op stoom liep. Het bezoek van 1907 voegt daar een gasmotor van 13 pk aan toe die het gereedschap aandreef.
Wie de firma voor de fabriek aannam, is vanaf 1900 vastgelegd: binnen enkele maanden na de oplevering geschoolde meubelmakers en een stoffeerder, daarna halfwassen, een machinale houtbewerker en jongens om het vak te leren. Het volledigste overzicht staat in . Ook de voorwaarden waaronder deze mannen werkten zijn bekend. In het voorjaar van 1907 hoorde Van Duffelen & Pelt bij de Rotterdamse werkgevers die de meubelmakers de tienurige werkdag en loonsverhoging toekenden.
Meubelmakers. De Chr. Meubelmakersvereeniging "Helpt Elkander" besloot de beide meubelmakersvereenigingen hier ter plaatse uit te noodigen ter bespreking van de vraag, op welke wijze een 10-urige arbeidsdag te verkrijgen was. [...] Het R. K. meubelmakersgilde "St. Jozeph" en de Chr. meubelmakersver. "Helpt Elkander" namen het besluit om per circulaire hun gedachten kenbaar te maken. Op 21 Januari 1907 werd aan de Patroonsvereeniging en de patroons in het algemeen het verzoek gericht om dato 15 Maart 1907 te willen invoeren in hun bedrijven de n.v. regeling: [werktijd- en loonregeling volgt] [...] Beide vereenigingen mochten het genoegen smaken resultaat van haar arbeid te zien, want bereidwillig werd door de firma's Allan en Co., Eckhart en de heeren patroons Kiessel, Westerhof en Ten Bosch, Godschalk en Van Duffelen en Pelt de gevraagde regeling ingevoerd, met deze wijziging, dat de heeren Westerhof en Ten Bosch deze met 2 April invoeren zullen en bij de firma Allan en Co. de loonsverhooging 22 Maart plaats heeft.
Eén juridisch dossier zou de hele fabriek laten zien: het Hinderwetdossier, met machine-inventaris en plattegrond van de werkplaatsen. Dat is . Het telefoonnummer van de firma op dat adres, 47, is het begin van een lijn door .
Weg van de hoek, 1916
De laatste advertentie van de firma op de hoek die we hebben teruggevonden, is van 20 maart 1916.
Bij VAN DUFFELEN & PELT wordt een Meubelmakers-Halfwas en een JONGEN GEVRAAGD. Fabriek Rochussenstraat 169. (advertentiereferentie: 20923 7)
Bij haar vertrek werd de firma niet ontbonden. De bronnen wijzen erop dat het bedrijf waarschijnlijk omschakelde, van een verticaal geïntegreerde PRODUCENT op een industriële hoek naar een WINKEL IN WONINGINRICHTING in de binnenstad, waar de showroom al jaren eerder naartoe was verhuisd. Juist de latere vermeldingen in de adresboeken laten het duidelijkst zien waarom een beroepsvermelding geen bewijs van vestiging is. De stratenlijsten bleven Van Duffelen & Pelt nog zeven jaar na die laatste advertentie als meubelfabrikanten op 169 opnemen, tot en met 1923. Intussen bleef het stil rond eigen personeelsadvertenties en reclame van de firma op dat adres, en vanaf januari 1921 zocht er een nieuwe firma personeel. Zelfs de gedrukte huisnummers zwierven: het ene jaar 169a, het volgende 169a-c, het jaar daarna 169a-b, terwijl niemand verhuisde. Dat was een wispelturige zetter, geen geschiedenis van het gebouw.
De twee oprichters verlieten het pand in datzelfde seizoen. Cornelis Pelt gaf 169c op 22 maart 1921 op, en de familie Van Duffelen vertrok op 4 mei 1921 naar Zeist. De mannen en hun gezinnen, de oprichter uit Vlaardingen met zijn geëmigreerde kinderen en de meubelmaker uit Crooswijk met zijn nakomelingen, worden gevolgd in en .
Opgegaan in de Coolsingel, 1922
Het verdere lot van de firma zelf voltrok zich in stilte in de binnenstad. Op 30 september 1922 dreef Van Duffelen & Pelt handel als een van de firma's binnen N.V. Beens' Woninginrichting-Maatschappij, in haar showrooms aan Coolsingel 49, naast de Schiedamse firma Kam & Van Rhijn.
De Showrooms der Naaml. Venn. Beens' Woninginrichting Mij Firma KAM & VAN RHIJN, Firma VAN DUFFELEN & PELT, COOLSINGEL 49, TELEFOON Nos. 13625—47, zijn vanaf heden des ZATERDAGS- MIDDAGS WEDEROM GEOPEND. [In deze uitsnede van de advertentie is de uiterste linkerrand afgesneden: "Naaml." en de beginletters van "…inrichting", "…RHIJN", "COO…", "TELEFO…" en "…eden" vallen buiten beeld. De lezingen hierboven zijn aangevuld aan de hand van de gecontroleerde scan van de hele pagina.]
Uit die vermelding blijkt dat de firma die in 1899 opdracht had gegeven voor de hoek, nu onder het dak zat van de onderneming die vanaf januari 1921 haar fabriek had overgenomen . Ze nam haar oude telefoonnummer van de Rochussenstraat, 47, mee naar de gezamenlijke showroom. De fabriek en de firma die haar had laten bouwen, waren elk hun eigen weg gegaan. De volgende gebruiker van de fabriek is . De oprichters leefden nog wat langer, allebei weg van de hoek: Gijsbert Johannes van Duffelen overleed in 1928 en Cornelis Pelt in 1937. De hoek die zij lieten bouwen heeft hen allebei overleefd, en het hoofdstuk over de oprichters komt steeds terug bij de firma waarvan hij als eerste de naam droeg.