01Ten westen van de brandgrens
Op 14 mei 1940 staken Duitse bommenwerpers het centrum van Rotterdam in brand, en het vuur hield op voordat het deze hoek bereikte: de rand ervan lag oostelijker. Middelland, de 's-Gravendijkwal en de Rochussenstraat lagen ten westen van de brandgrens. Ze bleven die dag gespaard, en opnieuw op 31 maart 1943 bij het Amerikaanse vergissingsbombardement. De rest van dit tijdperk komt voort uit dat geografische toeval.
De kaart die de verwoesting moest vastleggen, laat het zien: het verbrande gebied houdt ruim vóór de 's-Gravendijkwal op en nummer 169 ligt er ruimschoots buiten. De hoek bleef heel terwijl een groot deel van de stad verwoest werd. Fotografen kwamen de hele eeuw door naar dezelfde plek terug, en zet hun beelden op een rij. In dezelfde jaren werd de kruising zelf opnieuw ingericht. volgt tunnel, traverse en brandgrens samen.
Een tweede blad uit dezelfde kartering markeert de stad op een andere manier. Op het gedrukte plan op schaal 1:10.000 zijn met de hand zwarte stippen en andreaskruisen in inkt gezet, los en in kleine groepjes verspreid over Rotterdam en omgeving. Het blad heeft geen legenda en geen datum en zegt dus niet wat de tekens betekenen. We tonen ze als wat ze zijn: handgezette tekens. Het blad biedt geen grond om ze te lezen als een kaart van de plekken waar bommen vielen.
Verdiepende dossiers: ·
02Voorloopige toonkamers
Een heel gebouw in een platgegooide stad was meteen iets waard, en de firma die het betrok had alle reden om snel te zijn. Elf jaar eerder had ze dat al eens meegemaakt. In de nacht van 27 op 28 april 1929 verwoestte een laaiende vuurzee de meubelmagazijnen van Piet van Reeuwijk in de Kipstraat. De vlammen sloegen over op een blok aangrenzende panden, over een oppervlakte van ongeveer 4.500 vierkante meter. Zo'n vijfentwintig naburige gezinnen werden uit hun huizen geëvacueerd, geen van hen verzekerd, en de directeur droeg een kind de trap af.
Na die brand was de firma van de Kipstraat naar de Nieuwe Binnenweg verhuisd, en daar trof het bombardement haar op 14 mei 1940. Eén keer uitgebrand en nu weggebombardeerd: de N.V. Maatschappij voor Woninginrichting P. van Reeuwijk wachtte niet af. Op donderdag 23 mei 1940, negen dagen na het bombardement, opende ze haar voorloopige toonkamers aan de Rochussenstraat 169. De openingsadvertentie kondigde de nieuwe tijdelijke Showrooms Rochussenstraat 169 aan en gaf een telefoonnummer: 30047.
Dat nummer hoorde bij de hoek. Op 30047 ging op nummer 169 al de telefoon voor Van Duyn voordat de noodhuurder kwam, en lang na diens vertrek zou hij er weer voor Van Duyn overgaan. Het verblijf was kort, en dat was ook altijd de bedoeling. Een bericht van 11 september 1940 beschrijft het speciaal gebouwde noodmagazijn van de firma aan de Nieuwe Binnenweg. Volgens dat bericht had de directie al binnen enkele dagen na het bombardement plannen gemaakt om de handel te hervatten, en werden aan de Rochussenstraat toonkamers ingericht als overbrugging zolang het vaste gebouw nog in aanbouw was. Het nieuwe pand ging in september 1940 open, en het noodgebruik van nummer 169 staat nog tot in december geregistreerd .
De man wiens naam boven de tijdelijke deur stond, woonde er niet achter. Pieter Nicolaas van Reeuwijk, geboren in Rotterdam op 22 november 1889, was oprichter en president-directeur van de firma. Zijn gezinskaart plaatst het gezin ver van deze hoek: na de jaren in de Kipstraat verhuisde het in 1929 naar Hillegersberg en in 1930 naar Hilversum. Hij dreef een meubelzaak op nummer 169 en woonde al die tijd in een andere plaats. De lange geschiedenis van de firma, van de oprichting in 1915 tot de overname door Vroom & Dreesmann in 1981, staat in . noemt de vijf werknemers van wie de pers een dienstjubileum vermeldde.
Verdiepende dossiers: ·
03Vier regels, daarna stilte
Vijf jaar later stond de naam van de firma weer in de krant, in een heel andere rubriek. Op 2 augustus 1945 drukte Het Parool vier regels af onder de kop P. van Reeuwijk aangehouden.
Het volledige bericht luidde: De directie van de N.V. Mij. voor Woninginrichting, P. van Reeuwijk, namelijk de heeren P. van Reeuwijk, N. van Reeuwijk en de heer O. D. Popken, zijn aangehouden tot nader onderzoek, in verband met de verdenking van collaboratie, die op deze firma rust. De verdenking rust volgens de tekst op de firma, niet op de mannen persoonlijk. Het bericht noemt geen aanklacht, geen procedure en geen uitspraak.
Bij die vier regels horen twee kanttekeningen. Ten eerste zijn de gedrukte initialen onbetrouwbaar. Het bestuur dat op de aandeelhoudersvergadering van augustus 1942 werd genoemd, bestond uit P. N. van Reeuwijk als president-directeur en K. van Reeuwijk, J. A. van Reeuwijk en C. D. Popken als directeuren. De N. van Reeuwijk en O. D. Popken uit de krant zijn dus vrijwel zeker fouten van de krant of leesfouten . Ten tweede was aanhouding voor onderzoek in de zomer van 1945 heel gewoon en geen oordeel.
Daarna niets. Nergens in de gedigitaliseerde pers volgt op de aanhouding van augustus 1945 een vervolging, een uitspraak van een tribunaal, een veroordeling, een confiscatie of beheer door het Beheersinstituut. Uiterlijk op 10 december 1945 ondertekenden de directeuren alweer mededelingen aan aandeelhouders, en in juni 1946 en juni 1947 hield de maatschappij aandeelhoudersvergaderingen.
zet uiteen wat de gedigitaliseerde bronnen daarover wel en niet bevatten.
Een andere vraag vraagt om een eigen antwoord: deed een firma die nummer 169 gebruikte mee aan de Möbelaktion, het leeghalen en doorverkopen van inboedels van Joodse huishoudens in de oorlog? Er is geen bewijs gevonden dat een van beide firma's op dit adres (Van Duyn, de hele bezetting aanwezig, of Van Reeuwijk, ongeveer zeven maanden in 1940) betrokken was bij de Möbelaktion of bij de opslag of doorverkoop van Joodse inboedels. Systematisch zoeken in de gedigitaliseerde pers levert niets op. Er is geen gepubliceerde Rotterdamse studie bekend die een van beide firma's in die rol noemt, en het Rochussenstraatregister van de bezetter zelf vermeldt gemeenteambtenaren, geen meubelleveranciers. Dit is dus geen vrijspraak. Het legt alleen vast dat er geen bewijs is gevonden, niet dat het niet bestaat. Het onderzoek van de hele straat waarop dit rust, en de huishoudens aan de Rochussenstraat die het register van de bezetter wél noemt, staan in .
Verdiepende dossiers: ·
0430047 gaat opnieuw over
Al die tijd zat de vaste huurder van de hoek waar hij al vóór de oorlog zat. Op 7 november 1939 adverteerde J. A. van Duyn vanaf de Rochussenstraat 169 met meubelen, stoffen en tapijten in het groot, onder telefoon 30047, en nodigde kopers uit de toonkamers te komen bekijken. Daarna wordt het stil in de krant, en die stilte is makkelijk aan te zien voor een lege winkel.
In januari 1947 staat Van Duyn weer in de krant op nummer 169, nog steeds onder 30047. De stilte van 1945-1946 daarvoor was een gat in de Rotterdamse krantenproductie door het papiertekort na de oorlog, geen leegstand.
In een andere rubriek is te zien dat de familie er nog was. Rond de jaarwisseling 1942-1943 zocht het huishouden Van Duyn vanaf dit adres nog een inwonende dienstbode, dus het gezin woonde tot ver in de oorlog op de hoek, ook al ontbreken de advertenties van de firma zelf in de uitgedunde pers. Waar de bronnen schaars worden, is een gat in de krant geen teken dat de zaak stillag. leest de displayadvertenties van de hoek firma voor firma door de decennia heen.
Het markante oorlogsgebouw van de buurt komt indirect in beeld. De witgepleisterde noodnachtclub l'Ambassadeur werd omstreeks 1941 neergezet als noodvoorziening, en het Stadsarchief catalogiseert haar op Rochussenstraat 172, een ander adres dan nummer 169; de catalogus zegt niet hoe beide zich tot elkaar verhielden . .
Toen de krant terugkwam, kwam ook dezelfde naam terug boven dezelfde deur, met hetzelfde telefoonnummer. De firma die in 1947 weer begon, bleef op de hoek tot de opheffingsuitverkoop in 1987, na ongeveer negenenveertig jaar. Het volgende hoofdstuk gaat over dat lange verblijf.
Verdiepende dossiers: ·